Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spoorwegnet, vooral Massachussets, dat in 1852 ongeveer 8 percent van de in Amerika aanwezige spoorwegen bezat, terwijl de overige staten van Nieuw-Engeland te zamen er ongeveer 11 hadden en NewYork, een staat van zeer aanzienlijke oppervlakte, ongeveer 12; voor de overige bleef dus maar 69 percent of ruim twee derden van het geheel over. Wanneer men de verhouding der oppervlakte van de oostelijke en overige staten daarmede vergelijkt, ziet men terstond hoever de eerste den overigen iu dit opzicht vooruit waren. En in de laatste had de aanleg oneindig minder gekost, de grond was er grootendeels om niet aan de ondernemers afgestaan, terwijl in vele streken een bij den Europeaan groote verbazing wekkende lichtzinnigheid de bouwkosten tot den geringsten omvang beperkte. In het Zuiden en Westen waren zelfs de grootste bruggen en viaducten niet zeldeu van hout, terwijl ook bij den aanleg der spoorbanen alles verineden werd wat kosten kon veroorzaken, al ontstonden daardoor ook groote nadeelen, ja gevaren. Tunnels b. v. kwamen weinig voor, men maakte liever een omweg om een berg heen. In de dichtbevolkte staten van NieuwEngeland daarentegen was liet land duur, zoodat de waarde van een Engelsche mijl spoorweg er door elkander genomen op 46000 dollar berekend werd, terwijl deze in Zuid-Carolina nog geen vierde van die som bedroeg. De geweldige kosten van een spoorweg naar de Stille Zuidzee, waar het geheele Rotsgebergte moest doorsneden en kostbare kunstwerken niet vermeden konden worden, waar daarenboven die kosten, tengevolge van het volstrekt ontbreken van bewoners in een goed deel van het land, ontzaglijk moesten stijgen, waren vooreerst voor de Amerikanen nog te groot, vooral omdat nog geenszins die reusachtige vermogens waren bijeengebracht, welke wij tegenwoordig als 't ware een bijzonder kenmerk van Amerika achten. Wel waren er toen reeds aanzienlijke fortuinen, vooral in New-York, maar nog niet boven den Europeescheu maatstaf. Wel werd er ook reeds geweldig gespeculeerd, — dit bleek weldra bij de groote crisis van 1857 — maar het kapitaal ontbrak nog dikwijls. Vandaar dat velen in die dagen meenden, dat een zaak van zoo groot nationaal belaug als de bouw van een spoorweg naar de Stille Zuidzee vanwege de Unie ondernomen moest worden. In het bijzonder had de nieuwe republikeinsche, het centraal gezag der Unie voorstaande partij, dien wensch op haar programma gezet. Trouwens, een harer oprichters, tevens haar eerste candidaat voor het presidentschap, ïremont, was om zoo te zeggen

Sluiten