Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook met Frankrijk werd een verdrag gesloten en weldra ook met Rusland. Met name in 1858, toen Lord Elgin een nieuw traktaat met Engeland afdwong en daarop die met de meeste andere staten, ook met Nederland, in voor dezen gunstigen zin herzien moesten worden, zoodat steeds nieuwe en meer in het hart des rijks gelegene havens opengesteld werden (van dien tijd dagteekent de opkomst van Yokohama) en den Europeanen steeds meer vrijheden, zelfs de aanwezigheid van vaste vertegenwoordigers moesten worden toegestaan, scheen de invloed van Europa onafwijsbaar. Dat kwam trouwens voor een deel door de hervormingsgezindheid van sommige leiders van den Bakoefoe. Aan hun hoofd stond de eerste minister, de voorzitter van dat regeeringslichaam, een man van groote gaven en doorzettingskracht, Ti Kammon-no-Kanii, die reeds toen hoopte te volbrengen, wat eerst na de revolutie van tien jaren later is geschied, J apau te maken tot een staat, die door Europa en Amerika als gelijke en niet als een half-barbaarsche mogendheid zou worden behandeld. Maar daartegen kwam de adel, en al wat aau het oude Japan hing, met kracht in verzet. Met moeite gelukte het Ti Kammon en zijn aanhangers, toen in datzelfde jaar 1858 de sjogoen stierf, de opvolging aan dieus zoon te verzekeren.

Daarentegen mislukte een ander plan. Om het volk te overtuigen, dat de toelating der vreemdelingen niet zulk een heiligschennis was als beweerd werd, was men in den Bakoefoe op het denkbeeld gekomen , de verdragen met het buitenland door den mikado te laten goedkeuren. Vroeger zou dat een zuivere formaliteit zijn geweest. Als de sjogoen het noodig vond een dergelijke handeling van den mikado te eischen, behoefde hij den wensch slechts uit te spreken en er werd aan voldaan. Thans waagde het hof van Kioto het verzoek te weigeren. Dit stond niet alleen gelijk met de verwerping der verdragen door de hoogste macht in het land, zoodat hun geldigheid van nu af voor geen Japanner meer bestond, maar tevens met een geheele omkeering der sedert vele eeuwen bestaande verhouding van mikado tot sjogoen, een verhouding, die al veel ouder was dan de Tokoegawa-dynastie. Het verzet der samoerai s tegen de vreemdelingen begon nu een uiterst gevaarlijken vorm te krijgen; enkelen hunner vielen soms vreemdelingen aan en zetten het gepeupel tegen hen op. Reeds waren hier en daar enkele gevallen van moord voorgekomen, die niet op rekening van twisten, vooral niet van de in de havensteden zooveel voorkomende, tusschen zeelieden en gepeupel konden worden gesteld. Ti Kammon en de zijnen begrepen welke

Sluiten