Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in Kanton gewikkeld was geworden en hoe dit in het volgend jaar tot een open breuk, tot een aanval der Engelsche vloot op de forten van ^ Kanton, tot het bombardement der stad en de verovering van Yeh s paleis had geleid.

Het gebeurde had, zooals men zich zal herinneren, in Engeland een breuk tusschen regeering en parlement tengevolge gehad, welke aanleiding had gegeven tot een Parlementsontbinding en tot nieuwe verkiezingen, waarbij de regeering een volledige overwinning behaalde, ralmerston had daarvan gebruik gemaakt om zijn staatkunde tegenover China beslister en stouter te doen optreden. Lord Elgin, de bekende oud-gouverneur van Canada, werd als hooge commissaris daarheen gezonden, om niet alleen volledige voldoening, maar een nieuw verdrag ter vervanging van dat van 1842 te verkrijgen.

De belangen van den Engelschen handel in China waren van zoo groot gewicht, dat wijziging van dat verdrag dringend noodig scheen. Immers, sedert dat verdrag was de hoeveelheid van den uit China door Engeland uitgevoerde thee verdubbeld (zij was van 42 op 87 millioen ponden gestegen), terwijl in plaats van de in 1842 uitgevoerde 3000 balen zijde in 1836 niet minder dan 56000 daar waren aangekocht. Van een vermeerdering der handelsvrijheden, vooral ook van uitbreiding van het getal verdragshavens beloofde men in Engeland zich gouden bergen. Palmerston wist dat hij in den geest van de natie handelde, toen hij de uitzending van een aanzienlijke scheeps- en krijgsmacht ter ondersteuning van Elgins eischen voorbereidde. Hij wist daarenboven dat 'geland niet alleen behoefde op te treden. Immers ook Frankrijk had met China af te rekenen. Wel is waar niet ten behoeve van het handelsbelang, want zijn handel met China bleef van geringe beteekenis, hoewel het ongeveer dezelfde voorrechten als Engeland voor zich had bedongen. Maar Frankrijk vervulde een geheel bijzondere rol in het verre Oosten. Het trad daar op als de beschermer van de Christelijke zending. In zijn traktaat met China had het vrije godsdienstoefening overal in het land bedongen, en Fransche zendelingen hadden van dien tijd af het land doorkruist, hier en daar niet zonder gevolg. De mandarijnen waren daarover ten hoogste verbolgen, le<?den den zendelingen allerlei moeilijkheden in den weg en hitsten liet volk tegen hen op. De onzinnigste beschuldigingen werden tegen hen verbreid. In 1851 had een missionaris op bevel van een plaatselijk gouverneur den marteldood ondergaan. De geëischte voldoening was

Sluiten