Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijner armen overwinnen kon. Neen, hij had in den strijd met de dierenwereld wapenen noodig; hetzij tot bewerking van den grond of tot samenstelling ook van de ruwste woning deed de behoefte aan werktuigen zich bij hem gevoelen.

De natuurlijkste grondstof voor wapens en werktuigen der oudste volken was de steen. Met behulp hiervan werden ook het hoorn en been, dat de gedoode dieren opleverden, in stof ter vervaardiging van gereedschap herschapen.

In den aanhoudenden strijd met de natuur werd het verstand van den inensch gescherpt. De opgedane ondervinding werd door middel der overlevering aan de nakomelingen als erfgoed vermaakt en lmande dezen den weg tot verdere volmaking. Vele eeuwen duurde het ecliter eer des menschen vindingrijk vernuft hem leidde tot het gebruiken van metalen, eer bronzen werktuigen de plaats der steenen vervingen; en weder verliepen er eeuwen, eer het ijzer ontdekt en zijne bruikbaarheid en de wijze van zijne bearbeiding aan het licht gebracht werd. Zoo onderscheiden wij in den gang der geestelijke ontwikkeling van de eerste volken drie gewichtige perioden: het tijdperk der steenen. der bronzen en der ijzeren werktuigen. Uit elk van deze drie tijdperken zijn ons belangrijke overblijfselen bewaard gebleven, die tot den vóórhistorischen tijd behooren en die daarom voor ons des te gewichtiger zijn. dewijl zij op Europeesehen bodem zijn gevonden.

In de jaren 1833 en 18iii was de waterspiegel der Zwitsersche meren gedurende den winter door aanhoudende droogte en koude ver beneden het gewone peil gedaald; eilanden, nooit te voren aanschouwd, verhieven zich hoven de oppervlakte, en aan den oever der meren vormde zich een breed strand. Aan hot meer van Zurich poogde men daarvan zooveel mogelijk partij te trekken om kostbaar land aan te winnen, hetwelk men tegen den wederkeerenden aandrang van het water door muren wilde beschermen.

Bij de uitgravingen, met dit doel gedaan, stiet men plotseling op eene aardlaag, die hertshorens en 'oud gereedschap van allerlei aard bevatte, en buitendien op houten paalwerken, die het besluit wettigden, dat men hier een voortbrengsel van overoude bouwkunst had ontdekt.

Reeds eenmaal te voren had men hij het doen van opgravingen oud paalwerk aangetroffen, doch, in plaats van aan deze vondst eenige aandacht te schenken, het hout met de uitgegraven aarde in het meer gestort. Ditmaal werden gelukkig bekwame oudheidkundigen op de nieuwe ontdekking opmerkzaam gemaakt. Zij begonnen nasporingen daaromtrent in het werk te stellen, en thans werd het hoven allen twijfel verheven, dat aan den oever van het meer van Zurich, in eene bocht tusschen Obermeilen en Dollikon eene menschelijke woonplaats was gevonden, die uit de vroegste, lang aan onze geschiedenis voorafgaande tijden afkomstig was. De opmerkzaamheid van alle mogelijke geleerde vereenigingen werd door deze ontdekking in de hoogste mate geboeid. Nadat men één waterbouwwerk van dien aard gevondert had. stelde men ook in de overige Zwitsersche ineren nasporingen in het werk, en op zeer vele plaatsen vond men dergelijke sporen en overblijfsels van waterdorpen. Ja, in de meeste meren van Zwitserland trof men die aan.

Buitendien werd in Savoye, in noordelijk Italië, Beieren, Oostenrijk, Noord-Duitschland, Frlhikrijk en Schotland en op het eiland Laaland paalbouwwerk ontdekt, en wij hebben grond om te hopen, dewijl de opmerkzaamheid der oudheidkundigen eenmaal op dit punt wakker is gemaakt, dat het aantal der ontdekkingen in den loop der jaren nog aanmerkelijk zal aangroeien. Uit die ontdekkingen blijkt, dat zij niet alleen bij de Kelten, wien men de Zwitsersche paalwoningen toeschrijft, maar ook bij andere oude volksstammen werden aangetroffen.

De paalwoningen treil men altijd op zonnige plaatsen van eenen meeroever aan, waar ze door nabijzijnde hoogten tegen storm en onweer beschut zijn. Blijkbaar hebben hunne stichters bij de keus der plaatsen volgens de-

Sluiten