Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Roselli, Lepsius, Brugsch en anderen hebben met onvermoeiden vlijt op den eenmaal gelegden grondslag verder gebouwd en schitterende uitkomsten verkregen.

De schatten der oudheid, die zoolang de begeerte der geschiedvorschers hadden geprikkeld zonder die te bevredigen, zijn voor ons ontsloten. Want al die oude bouwwerken uit den allervroegsten lijd. waarvan ons een onnoemlijk aanlal in Egypte bewaard is gebleven, bevatten eene menigte opschriften. De geschiedenis van oud-Egypte treedt door middel hiervan in de levendigste kleuren voor ons oog. Die geschiedenis, welke ons voornamelijk is overgeleverd door Herodotus, Diodorus van Sicilië en den Egyptischen tempelschrijver Manetho (3de eeuw v. C.), en die slechts als eene verzameling van zonderlinge, door niets gewaarborgde sagen was beschouwd, wordt 1111 voor bel grootste deel bevestigd. De Egyptische oudheden hebben daardoor eene nieuwe, voor de wereldgeschiedenis onschatbare waarde verkregen. —

Den grootsten rijkdom van opschriften bieden ons de grafplaatsen, de tempels en andere merkwaardige bouwwerken, de obelisken. Dit zijne hooge, slanke, uit éénen steen gehouwen en spits toeloopende vierkante zuilen, die van boven in eene kleine pyramide eindigen, wijgeschenken, door de koningen ter eere van den Zonnegod opgericht. Ook de sphinxen, reusachtige steenen beelden, die liet lichaam van een leeuw met een menschenhoofd of ramskop voorstellen, verhalen ons door hunne hieroglyphen de geschiedenis van den ouden dag.

De meest beroemde spliinx is die, welke zich nog heden ten dage huizenhoog uit het zand der woestijn verheft, oostelijk van de pyramiden van Gizeh; zij stelt een liggenden leeuw voor met een menschelijk hoofd. Aan den voet van den pyramidenheuvel verrijst zij tot eene hoogte van veertig voet en heft nog heden het hoofd met een deel van den hals uit den grond op; het benedengedeelte van den rug echter is met zand bedekt. —

Het is een ontzaglijk groot en indrukwekkend steenen beeld, waarvan het hoofd uit één rotsblok gehouwen, de rug daarentegen uit afzonderlijke steenblokken samengesteld is. Het aangezicht moet vroeger eene bijzondere schoonheid hebben bezeten. Toen, in de 12de eeuw n. C., het hoofd nog onbeschadigd was, konden de aanschouwers de liefelijke uitdrukking van het gelaat en het bevallig lachen van den mond niet genoeg roemen. Helaas, dat van dit alles, ten gevolge van de vernielzucht der Mammelukken, thans niets meer te bespeuren is! Men herkent alleen nog iu het algemeen de trekken, maar het grootste deel daarvan is verwoest.

In een oorlog lusschen de Egyptische Beys en de Mammelukken hebben de laatsten het hoofd der sphinx tot mikpunt voor hunne kanonskogels gekozen en den neus met een deel van bet linkeroog weggeschoten. Het hoofd overtreft de gewone menschelijke grootte meer dan 70 maal, bet is van de kin tot aan den schedel 20 voet boog, terwijl het leeuwenlichaam 1)0 voet lang is. Volgens vergelijking met kleinere sphinxen moet de hoogte van hel gansche gevaarte, van den grond tot den schedel, ongeveer 74 voet bedragen hebben.

De bodem, waarop eenmaal de oud Egyptische koningsstad Memphis gestaan heeft, is, even als de geheele omtrek, overrijk aan oudheden. Memphis zelf is echter van den aardbodem verdwenen. Twee armoedige dorpen, Metrahenne en Bedraschin liggen 1111 daar. waar eens de prachtige gebouwen van Memphis hunne kruin ten hemel hieven. De reizigers zijn niet uitgeput in het verhalen, hoe elke voetstap, op dezen geschiedkundigen bodem gezet, hun de verdwenen pracht van die lang vervlogen tijden herinnert. Zoo zegt Parthei in zijne wandelingen door het Nijldal:

«Wanneer men thans, door de palmenboschjes der beide dorpen Metrahenne en Bedraschin wandelend, den voet op den bodem van het oude Memphis zet, dan staat. men verbaasd over de menigte reusachtige steenklompen, die

Sluiten