Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leven, de Egyptenaar* leven met de dieren samen. De andere voeden zich met tarwe en gerst, maar voor een Egyptenaar is het gebruiken van deze spijzen de grootste zonde; daarentegen bereiden zij hun voedsel van een gewas, dat spelt genaamd wordt. Het deeg kneden zij met de voelen, en het leem mei de handen.

He mannen hebben altijd twee kleedingstukken aan. de vrouwen maar één. De zegelringen en touwen binden de anderen naar buiten vast. de Egvptenaars naar binnen. Het schrijven en rekenen met getalteekens geschiedt bij de Hellenen van de linker- naar de rechterhand, maar bij de Egvptenaars van de rechter naar de linker, en dan beweren zij nog, dat het bij hen naar de rechter-, bij de Hellenen daarentegen naar de linkerhand geschiedt.'

In alle mogelijke zeden en gewoonten weken de Egvptenaars, gelijk Herodotus' woorden bewijzen, werkelijk van alle andere volken af.

In gestrenge afzondering van het overige menschdom levende, hadden zij hunne eigenaardige zeden bewaard en ontwikkeld, omdat hun laad van alle overige landen der oude wereld grootelijks verschilde.

De Nijl, de heilige stroom, breekt zich eerst in ontelbare watervallen eene baan door een bergachtig land; bij Syene stroomt hij in een dal, dat bijna 150 mijlen lang. in doorsnede niet meer dan drie tot vier uren breed, en aan beide zijden door bergketenen ingesloten is. Het ééne, oostelijke gebergte scheidt deze vlakte van de zandduinen en woeste, rotsachtige streken, die het strand van den Arabischen zeeboezem vormen; het andere, dat westelijk is gelegen, beschut haar voor de gloeiende winden, de stormen en het stuifzand

der woestijn. , .

De trotsche rivier, die reeds bij Syene 3000 voet breed is, doorstroomt het dal van liet Zuiden naar het Noorden; een weinig beneden Memphis verdeelt zij zich in twee hoofdarmen. waaruit weder zijtakken uitloopen. De beide hoofdarmen sluiten eene landstreek in van onuitputtelijke vruchtbaarlieid, die langzamerhand door de slijkbezinkselen van den stroom is gevoimd. Daar hare gedaante groote overeenkomst vertoont met den vorm der Gneksche letter A delta), zoo heeft men haar den naam Delta gegeven. Hier wijken de «ebergten verder terug en vergunnen den beiden hoofdtakken van den Nijl°eene grootere breedte in te nemen, totdat zij zich in de Middellandsche

zee ontlasten. ...

Het geheele Nijldal vormt eene uitgestrekte, bloeiende Oase te midden van de doodsche woestenij, die zich zoowel ten Oosten als ten Westen daarvan uitstrekt. De eeuwig blauwe hemel wordt in dit oord nooit door regenwolken verduisterd. Vele jaren gaan er voorbij, waarin er in Opper-Egypte "een druppel regen valt; ook in de Delta regent liet hoogst zelden. Daar waar het vruchtbaar makende water ontbreekt wordt door de gloeiende zonnehitte elk spoor van plantengroei gedood.

In Egypte is de Nijl de zegen aanbrengende stroom. De waterdampen, die van zijne oppervlakte omhoog stijgen, geven aan het land door liet gansche jaar heen eene frischheid van dampkring, die de anders ondragelijke hitte op de weldadigste wijze tempert. Zijne overstroomingen wekken in den bodem een plantengroei zóó weelderig, dat Egypte daardoor de voorraadschuur voor vele landen van bet Zuiden geworden is.

De witte en blauwe Nijl. uit wier samenvloeiing de groote Nijlstroom ontstaan is. ontspringen in een zuidelijk hooggebergte, welks kruinen met sneeuw bedekt zijn. Wanneer daar de tropische regens nedervallen. en de ijsmassa's smelten, dan wast natuurlijk het water in de beide voedingsrivieren en stort liet zich in den hoofdstroom uit.

Deze begint tegen het einde van Juli buiten zijne oevers te lieden, rijst al hooger en hooger, overstroomt het geheele dal en bespoelt eindelijk den voet der bergketenen, die het insluiten. Meer dan twintig voet boven den laagsten waterstand rijst het Nijlwater; gedurende die overstrooming gelijkt

Sluiten