Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het Nijldal op eene ontzaglijke zee, waarboven de steden en dorpen als

eilanden uitsteken. . , ,

Ongeveer vier maanden lang houdt de overstrooming aan. Dan trekl de rivier ach in hare bedding terug, en laat overal, waar haar water gestaan heeft een vruchtbaar slib achter. Dat is die maagdelijke aarde, welke eerst door de beide oorspronkelijke stroomen in luin snellen loop van de oevers afgescheurd, daarna in het water opgelost en eindelijk bezonken is, terwijl de vloed den bodem van bet dal overdekte. .

Uit dit bezinksel ontstaat de weelderige vruchtbaarheid, waarmee Egypte is bevoorrecht. De overstrooming deelt aan den bodem de kracht mede om den invloed der gloeiende zonnestralen langen tijd te wederstaan. Deze behoudt voor een geheel jaar vochtigheid genoeg om het zaad der verschillende "ewassen niet alleen tot ontkieming en bloei, maar ook tol rijpheid te brengen. ° Reeds lang vóór den lijd, waaromtrent zekere berichten tot ons gekomen zijn, was hel heerlijke Nijldal door eene talrijke bevolking bewoond. In de vroegste eeuwen legde men zich daar reeds op veeteelt en landbouw toe. De menschen kozen zich vaste woonplaatsen; zij stichtten steden en dorpen; zij maakten den stroom dienstbaar aan een levendig handelsverkeer; zij legden dijken en kanalen aan, om de vruchtbaarmakende overstrooming Ie leiden en te regelen; zij verzamelden een voorraad van allerlei behoeften, om gedurende dien "tijd tegen gebrek beveiligd te zijn.

Het rijke, weelderige dal lokte de roofzuchtige stammen der naburige woestijn natuurlijk tot herhaalde invallen uit. Daarom waren zijne bewoners genoodzaakt 0111 zich tot gemeenschappelijke verdediging te vereenigen. Zoo ontstond al spoedig een staat, die reeds vroeg vaste vormen aannam, welke (luizende jaren lang bewaard zijn gebleven. ,

Deze staat mag wel als bet hoogste ideaal gelden voor allen, die nog in onzen tijd met het koningschap bij de gratie Gods, met strenge afscheiding der standen en met een afgesloten -i Me wezen dwepen. Zij vinden in het oude Egvple hunne wenschen vervuld, hunne droomen verwezenlijkt, Itaar zijn de beginselen, waarop zij zoo gaarne het geluk der wereld zouden vestigen, met de grootste nauwgezetheid in toepassing gebracht.

Het volk was verdeeld in streng afgesloten kasten: die der krijgslieden, der priesters, en van het geineene volk. Aan bet hoofd van den staat stond de koning, met despotische macht bekleed: bij voerde den titel Pharao. Uit is niet een eigennaam, zooals men dikwijls ten onrechte gemeend heeft, maar een titel voor de koninklijke waardigheid; op de beteekenis komen wij later teru". De koninklijke geslachten behoorden oorspronkelijk wel tot de kaste der krijgslieden, maar in den geheiligden persoon des gebieders viel alle onderscheid van kaste weg. Bij het aanvaarden van de regeering werden de koningen onder de priesters opgenomen; zij werden ingewijd 111 de geheimenissen, door dezen bewaard; zij traden voortaan, zonder iemauds tusschenkomst, met hunne offers voor het aangezicht der goden, ja werden zeiven als goden beschouwd. Het beginsel van bet koningschap door Gods genade op de uiterste spits drijvende, eerden de Egyptenaren (zoo als Diodorus Sieulus ons meedeelt en ook de opschriften en beeklen der oude bouwwerken bevestigen hunne koningen alsof zij werkelijk goden waren. \

Wij zien op de beeldhouwwerken der gedenkteekenen hoe nu> , alleen de bevelhebbers van bet leger, maar ook de priesters zich voor den k.yiing aanbiddend in bet stof werpen, en hem alzoo goddelijke eer bewijzen. Zonen dei* zon lieeten daar de koningen, ja, de zon zelve en bron des leve 11^ werden

zij genoemd. „ . . ,

De koning van Egypte was de machtige Horos, de zegenende (yul van

liet land, de koningin was de moeder des lands, de goddelijke Isis.

Reeds op de oudste monumenten ontdekken wij bewijzen voor zulk eene vergoding van de koningen, en zij doen zich aan ons vooi gedurende den gi-

Sluiten