Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijke behoede voldeed, dat Patarbemis dit aan Hophra mocht brengen. Amasis was, gelijk onze lezers zicli herinneren, een liefhebber van tamelijk krachtige en niet altijd even welvoegelijke scherts.

Was de Egyptische hoveling door dit bittere antwoord ook een weinig in verlegenheid gebracht, toch meende hij nog ééne poging te moeten wagen om Amasis door overreding tot terugkeer te bewegen. Deze echter antwoordde hoonend, dat hij reeds op weg was naar Hophra, dat hij zeker komen en ook volk genoeg meebrengen zou.

Nu viel er verder niets aan te doen. De bode moest onverrichter zake terugkeeren: en tot loon voor al zijne moeite liet koning Hophra, van woede buiten zich zeiven, hem de ooren en den neus afsnijden. Zulk eene onrechtvaardigheid vertoornde de overige Egyptenaars, die een door en door rechtschapen man smadelijk beschimpt zagen, zóó zeer, dat nog zeer velen den Pliarao afvielen. Een groot deel van de soldatenkaste sloot zich bij Amasis aan.

Thans riep Hophra zijne hulptroepen onder de wapenen. De Kariërs en loniërs vormden een leger van 30.000 man; hiermede hoopte hij de Egyptische soldatenkaste weder tot onderwerping te kunnen brengen. Bij Momemphis kwam het tot een bloedig treffen; maar hoe dapper de Grieken ook streden, tegen de overmacht waren zij niet bestand. Zij werden geslagen; Hophra werd gevangen genomen en geboeid naar zijn eigen koningsburg in de stad Saïs teruggevoerd. Amasis had oorspronkelijk het plan om den gevangene goed te behandelen. Hiertegen echter kwamen de soldaten in verzet. Zij meenden dat het niet goed was, zoo Amasis zijn en hun ergsten vijand in het leven liet; zij eischten de uitlevering van den koning en, goedschiks of kwaadschiks, Amasis moest gehoorzamen. Het volk verworgde zijn vroegeren gebieder; daarna evenwel begroef het hem in de graven zijner vaderen.

Amasis was door de Egyptische soldaten tot koning uitgeroepen. wijl zij het Hophra niet vergeven konden, dat hij de vreemdelingen begunstigde. Nauwelijks echter had Amasis den troon bestegen, of hij drukte geheel en al het voetspoor zijner voorgangers. Hij begunstigde de Grieken niet minder dan Hophra zelf had gedaan. Zijne lijfwacht koos hij uit de vreemde huurbenden; hij gaf den Grieken verlof om in Egypte tempels voor hunne goden te bouwen en ontzag zich niet zelf aan die godheden door wijgeschenken zijn eerbied te betoonen. Met de Gyreneërs sloot hij vrede en inet andere Grieksche stammen vriendschapsverbintenissen.

De tyran * Polykrates van Samos was zijn meest vertrouwde vriend, totdat eindelijk zijne betrekking met dezen afgebroken werd op eene zeer bijzondere wijze, ons door Herodotus verhaald.

Polykrates had zich de alleenheerschappij op Samos verworven. Hij was een onoverwinlijk veldheer, wiens macht van dag tot dag aangroeide. Waarheen hij ook zijne wapenen richtte, altijd ging hem alles naar wensch. Zóó had hij een groot deel van de naburige eilanden en meer dan ééne stad van het Grieksche vasteland veroverd. Op hoogen, trotschen toon roemde hij zijn geluk. Maar Amasis, die eene groote mate van wereldkennis bezat, meende dat zóó groot een geluk niet van duur kon wezen. "ij schreef derhalve aan Polykrates een brief om hem te waarschuwen; want nog nooit — zóó stond daarin te lezen — heb ik van iemand gehoord, die niet ten laatste ellendig aan zijn einde gekomen is wanneer hij in alles voorspoed had. Wilt gij mijn raad volgen, verlaat u dan niet op uw groot geluk. Werp liever dat, wat gij voor uwe kostbaarste bezitting houdt en welks verlies u het meest in de ziel leed zou doen, van u, zoodat het nooit meer eenig sterveling in handen kan komen.

De raad van Amasis, dat de tyran zelf door het brengen van het een of

*) Een tyran, waaronder wij thans gewoonlijk een dwingeland verstaan, werd bij de Grieken zulk een vorst genoemd, die zich in een geineenebest de alleenheerschappij had weten te venverven.

Sluiten