Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZESDE HOOFDSTUK.

De landen tusschen den Euphraat en den Tigris. Babyloniërs en Assyriërs. Het spijkerschrift. Babyion en zijne bouwwerken. De toren van Babel. Ninivé. De sage omtrent den zondvloed bij Berosus. De oudste geschiedenis van Babyion. Leefwijs en zeden der Babyloniërs en Assyriërs. De koningen. De krijgskunst der Assyriërs. De Godsdienst. Bel. Dienst van Jlylitta. Openbare verkoop van vrouwen in Babyion. Astrologische studiën der Chaldeërs Het uurwerk der priesters. De goden der Assyriërs. Handel en nijverheid.

Lang vóór den historischen lijd. ofschoon niet zóó vroeg als in Egypte, had zich ook in Azië eene veelzijdige beschaving ontwikkeld.

Op het hoogland van Armenië ontspringen twee stroomen, wier bronnen niet ver van elkaar gelegen zijn en die beide hunnen loop naar het Zuiden richten; de westelijke is de Euphraat. de oostelijke de Tigris. Zij stroomen aanvankelijk door een hoogliggend steppenland, totdat zij eindelijk (ongeveer 100 mijlen boven hunne uitwatering in den Perzischen zeeboezem) eene breede, zeer vruchtbare vlakte bereiken. De bedding van den Tigris is op vele plaatsen tusschen rotsen ingesloten, terwijl die van den Euphraat van het begin tot het einde in de vlakte ligt.

Het land tusschen deze beide rivieren gelijkt in vele opzichten op het land van den Nijl. Ook hier heerscht gedurende den geheelen zomer eene groote droogte, niet dan hoogst zelden door een verkwikkenden regen getemperd. Ook hier zijn de beide rivieren door hare overstroomingen de bron van alle vruchtbaarheid. Maar die overstrooming is hier niet gelijk in het Nijldal, eene regelmatige, die niets dan zegen en vruchtbaarheid aanbrengt. Neen! al te dikwijls stort de Tigris zijne bruisende golven over de vlakte uit; dan verwoest hij de weelderige velden, dan herschept hij steden en dorpen in puinhoopen, dan is het gansche land tot aan de moerassige Delta, die men bij zijne monding aantreft, ééne woelende en kokende zee.

Lokte het Nijldal door zijne vruchtbaarheid reeds in overoude tijden tot bebouwing uit, evenzoo was het met het land tusschen den Euphraat en den Tigris. De oude schrijvers kunnen geene woorden vinden om de weelderigheid te roemen, waarmee daar de graanvelden prijkten; Herodotus verhaalt van tarwe en gerst wier halmen bladeren droegen ter breedte van vier vingers. De kostelijkste graansoorten ontsproten in 'twild aan den maagdelijken grond en zell's in de moerassen aan den rivieroever trof men te midden van het riet eetbare wortels aan; vruchten van allerlei soort, waaronder heerlijke dadels, groeiden er in menigte. Nog heden ontmoet men in het zóó verwaarloosde land prachtige palmenwouden; nog heden wordt dat landschap, wat weelderigheid van plantengroei betreft, door weinige streken der aarde overtroffen.

Zij die het land tusschen den Euphraat en den Tigris bebouwden, hadden grootere zwarigheden te overwinnen dan de bewoners van het Nijldal. De akkers moesten tegen de alles vernielende overstroomingen van den Tigris door zwaarder dijken beschut, de afwateringskanalen moesten zorgvuldiger

Sluiten