Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is bezitten wij enkel sagen, die. hoe belangwekkend zij ook zijn, geen aanspraak kunnen maken op geschiedkundige waarde. Verschillende Grieksche schrijvers deelen ons zulke legendarische berichten mede omtrent den eersten Assyrisehen veroveraar, koning Ninus en zijne vrouw Semiramis, de lieldhafiige koningin.

Het uitvoerigst zijn de mededeelingen van Diodorus, ontleend aan den Griek Ctesias van Cnidus, die op het eind der 5de eeuw v. C. aan het Perzische hof leefde.

Volgens de sagen der Grieken regeerden in oude tijden over Assyrië eene reeks van koningen, wier namen verloren zijn gegaan. De eerste, die zich door uitstekende daden beroemd maakte, was Ninus. Door dorst naar roem geprikkeld, trachtte hij de jongelingen des lands tot den oorlog voor Ie bereiden. Hij gewende hen aan het verduren van ontbering en vermoeienis, oefende hen in den wapenhandel en bracht eindelijk uit hen een leger bijéén. Met den koning der Arabieren verbonden wierp hij zich op de Babyloniërs en behaalde zonder veel moeite de overwinning op dat ontzenuwde volk. De koning van Babyion werd met zijne kinderen gedood; de Babyloniërs moesten voortaan den Assyriërs schatting betalen.

Hierop keerde Ninus zijne wapenen tegen de Armeniërs. Hun koning, Barzanes, voelde dat hij tegen den machtigen tegenstander niet was opgewassen; hij onderwierp zich, wist daardoor genade te verwerven, en werd alleen tot het leveren van hulptroepen voor liet Assyrische leger verplicht.

Vervolgens trok de Assyrische koning tegen de Meden op, die aan de Kaspische zee woonden. Al ontmoette hij hier een heiligen weerstand, toch behaalde hij de overwinning en de koning der Meden werd, tot straf voor zijn verzet, met zijne vrouw en zijne zeven kinderen aan het kruis genageld. Zóó toog de dappere veroveraar van volk tot volk; geheel het westelijk deel van Azië onderwierp hij aan zijne zegevierende wapenen. Zelfs de Egyptenaars, zoo luidt de sage, heeft hij ten onder gebracht. Nadat hij alzoo het Westen voor zijne heerschappij bad doen bukken, ondernam hij met zijn leger den tocht naar het Oosten. Ook hier overwon hij het ééne volk voor, het andere na. Alleen de Bactriërs, die noordelijk van het gebergte Paropamisus aan de rivier den Oxus woonden, kon hij niet onder het juk brengen, dewijl de bergpassen, die toegang tot hun land verleenden, te rotsig en te onbegaanbaar waren en dewijl zij verdedigd werden door een (lapper en in den wapenhandel zeer bedreven volk.

Nadat Ninus in een tijdsverloop van zeven jaren de halve wereld veroverd had. besloot hij eene groote stad te bouwen, die hij naar zijn eigen naam Ninus of Ninivé noemde. De onmeetlijke Assyrische koningsstad verrees op zijn bevel. De overwinnaar brandde van begeerte 0111 het eenige volk. dat hij niet had kunnen onderwerpen, de Bactriërs, onder zijne macht te brengen. Hij verzamelde een ontzaglijk leger, waartoe alle onderworpen volken hulptroepen moesten leveren. Zóó bracht hij 1.700,000 man voetvolk, 210,000 ruiters en 60,000 strijdwagens bijéén. Daar dit leger echter te groot was 0111 in eens door de enge bergpassen te worden heengevoerd, moest de koning het in verschillende afdeelingen splitsen.

De koning der Bactriërs, Oxyartes, had van zijn kant een leger van 400,000 man verzameld, en sloeg hij het eerste treilen de Assyriërs met een verlies van 10,000 man terug. Tegen een tweeden aanval was hij evenwel niet bestand; hij werd geslagen; zijne troepen verstrooiden zich en keerden naar hunne woonplaatsen terug, en alle Bactrische steden vielen achtereenvolgens in de macht van den onweerstaanbaren vijand. Slechts ééne stad. ile hoofdstad Bactra, waarin zich ook het koninklijk paleis bevond, wederstond met onwrikbare dapperheid de aanvallen der Assyriërs.

Ninus was met zijne troepen voor de stad gekampeerd. De belegering duurde lang. Nu besloot de eerste van des konings raden, Onnes, zijne ge-

5*

Sluiten