Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vorst (ot bondgenoot gekozen had; hij werd gedwongen om zijne onafhankelijkheid prijs te geven en de verraderlijke hulp met 1<K).<)<)0 pond zilver te betalen. Zelfs werd een deel der inwoners van het koninkrijk door den Assyriër weggevoerd. Deze ballingen ontvingen woonplaatsen in Mesopotamië — het land tusschen den Enphraat en den Tigris — en ook aan gene zijde van den laatstgenoemden stroom in de grensgebergten van het Iranische hoogland.

Eene even gunstige aanleiding om zich in de oneenigheden der kleine Syrische staten te mengen zag Phuls opvolger. Tiglat Pilesar, zich geschonken. Zijne hulp werd ingeroepen door koning Achaz van .luda, die door Rezin. koning van Damascus, en door Pekah, koning van Israël, zeer in het nauw was gebracht. Pekah was van de Assyriërs afvallig geworden en Tiglat Pilesar maakte dus gaarne van Achaz' aanzoek gebruik om met een leger tegen Israël op te trekken. Zonder moeite behaalde hij de overwinning op de verbonden vorsten. Het rijk van Damascus werd vernietigd, Rezin gedood, Israël onderworpen; op nieuw werden vele inwoners van dit laatste koninkrijk uit hun vaderland weggesleept, om in Assyrië nieuwe woonplaatsen te ontvangen (omstreeks 735 v. C.).

Ook Juda moest, als vergoeding voor de bewezen hulp, thans de opperheerschappij der Assyrische vorsten huldigen.

De opvolger van Tiglat Pilesar, Salmanassar, die in het boek Jesaïa Sargon genoemd wordt, besloot de verovering van Syrië te voltooien. Na korten tegenstand deed hij het noordelijk gedeelte van Syrië voor zijne wapenen bukken. Koning Hosea van Israël onderwierp zich vrijwillig, erkende als vasal geheel van den koning afhankelijk te zijn en verbond zich tot het betalen van eene jaarlijksche schatting.

Evenmin waagden de rijke steden der Phoeniciërs den ongelijken kamp; zonder slag of stoot gaven zij zich over. Alleen de op een eiland gebouwde stad Tyrus bood een heldhaftigen tegenstand. Vijf jaren lang werd zij zonder eenig gevolg door de Assyriërs belegerd.

Die vruchtelooze belegering van Tyrus schonk aan koning Hosea den moed om tegen den overweldiger op te staan. Bovendien hoopte bij op de ondersteuning van Egypte.

Daar had namelijk de Ethiopiër Sabako de Pharao's onttroond en ook Egypte werd door de veroveringszucht der Assyriërs bedreigd; de Egyptische handel kwijnde bovendien, dewijl de Phoenicische geheel vernietigd was. Om al deze redenen hoopte Hosea, dat Sabako een leger tegen Salmanassar zou zenden. Maar hij bedroog zich; bij den Ethiopiër vond bij niet de minste ondersteuning. Nog eenmaal werd Israël door de Assyrische troepen overstroomd. en — hoe heldhaftig de hoofdstad Samaria zich ook drie jaren lang verdedigde — eindelijk viel zij en met haar het rijk Israël (719 v. C.).

Om het land voortaan in bedwang te houden en zijne kracht voor altijd te breken, liet Salmanassar het grootste deel des volks wegvoeren. De verlaten steden werden uit de meer oostwaarts gelegen provinciën bevolkt. Slechls een zeer klein deel der Israëlieten bleef in hun vaderland achter, en deze behoorden tol de geringste volksklasse, daar de aanzienlijken meestal naar Egypte waren gevlucht.

Salmanassar's opvolger, Sanherib, zette bet werk zijns voorgangers geheel in diens geest voort, maar bij was niet zoo gelukkig als deze. Pij bet verhalen van de Egyptische geschiedenis hebben wij reeds vermeld, dat zijn talrijk leger wel niet door de verbonden Judeeërs en Egyplenaren verslagen werd. maar dat eene vreeselijke pest, die onder zijne troepen uitbrak, Sanherib omstreeks het jaar 710 v. C. tot den terugtocht dwong (zie blz. 50). »En de Heer zond een Engel, die alle strijdbare helden en vorsten en oversten in't leger des konings van Assyrië verdelgde: zoo is bij met schaamte des aaugezichts in zijn land wedergekeerd," zóó schildert ons de Israëlietischeschrijver van liet boek der Kronieken in oostersche beeldspraak den terugtocht van den machtigen vorst.

Sluiten