Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoodra de Phoeniciërs een veldtocht wilden ondernemen, trachtten zij Moloch door het brengen van rnenschenollfers gunstig te stemmen. Wanneer de staat door rampen geteisterd werd, wanneer b. v. eene pest uitbrak of de veldvruchten verdorden, werd de vermeende toorn der godheid mei menschenbloed gestild.

In waarheid afschuwelijk was die Molochdienst. Uit den boezem der burgerij werden zij door het lot aangewezen, die als oflérs zouden vallen. Het behoorden de besten en beminlijksten van allen te zijn, en blijmoedig moesten zij geollerd worden. Den vader werd de oudste zoon, der moeder het eenig kind van het hart gerukt, want zulken alleen waren den vertoornden Moloch een welgevallig zoenoffer. Geen rang, geen stand, geen rijkdom was in staat om iemand van dien vreeselijken dood te redden, zelfs den zoon des konings trof nu en dan liet onmeedoogend lot; ook hij werd in dat geval zonder genade opgeolferd. En gewillig, blijmoedig, zonder een klacht te uiten moesten de arme slachtoffers den dood tegemoet gaan.

De dus beroofde vaders en moeders mochten geen enkelen traan vergieten, geen zucht zelfs slaken, terwijl het liefste hun ontrukt werd. Iedere smartkreet werd overstemd door het geluid van pauken en fluiten, van de oorverdoovende en zinbedwelmende muziek, welke de plechtigheid begeleidde. , De oude geschiedschrijvers deelen ons vele voorbeelden mede van de vreeselijke menschenoffers, door de Phoeniciërs aan Moloch gebracht. In alle door hen gestichte koloniën, onder anderen te Carthago, werd de bloedgierige god op dezelfde wijze gediend, üiodorus verhaalt ons, dat het Carthaagsche leger eens door Agatocles van Syracuse geslagen werd; de vijand, die onder de muren van Carthago gelegerd was, stond op het punt de stad te bestormen. De Carthagers meenden dat zij zich den toorn van Moloch op den hals gehaald hadden, dewijl zij, in plaats van de zonen der aanzienlijkste burgers den god te offeren, gelijk zij verplicht waren, te dien einde slavenkinderen hadden opgekocht. Om den vroegeren misstap goed te maken werden nu 200 knapen uit de edelste geslachten der stad uitgekozen en geollerd. Buitendien brachten de familiën, die hunne zonen vroeger aan den dood hadden ontrukt door slavenkinderen voor hen in de plaats te stellen, vrijwillig 300 hunner knapen ter'offer. Een afschuwelijk metalen beeld van Moloch ontving de offers in zijne vooruitgestrekte armen. Zoodra de knapen in de armen van het beeld waren gelegd, vielen zij naar beneden in een kuil, waar zij door de vlammen werden verleerd.

Gelijk dit met Baal het geval was, zoo stond ook aan de zijde van Moloch eene godin, Asiartp genaamd, die vooral door de Sidoniërs als hunne beschermgodin beschouwd werd. Zij was de koningin des hemels, van den krijg en van den dood. Zij wordt öt met koehoorns, óf met een koekop, of rijdend op een stier afgebeeld. Als krijgsgodin draagt zij een speer; ook treil men haar in dal karakter aan op een leeuw gezeten.

Astarte was de vijandin van alle leven en vruchtbaarheid, eene reine en maagdelijke godin, aan wier priesteressen strenge kuischheid als eerste plicht was voorgeschreven. Ook aan haar bracht men menschenoffers: de schoonste en rijkste jonkvrouwen uit de edelste geslachten. Vele mannen, 't zij al of niet tot den priesterstand behoorende, brachten der godin een offer van anderen aard. Bij het vieren van de feesten ter harer eere sprongen, onder het geluid der cvmbalen en pauken, jongelingen naar het altaar toe, grepen het oude zwaard, dat der godin gewijd was, en verminkten zich daarmede. Alleen eunuchen waren Astarte's tempeldienaars; zij trokken in vrouwelijke kleederdracht het land door en geeselden zich op de openbare straat; in een wilden dans ontwrichtten zij hunne ledematen, zij bogen het hoofd ter aarde, zoodal hunne haren in het slijk sleepten, met geeselen doorploegden zij hun rug, totdat het bloed er bij nederliep. Zulke waanzinnige boetedoeningen moesten den toorn der krijgsgodin stillen, haar een welgevallig ofler zijn.

Sluiten