Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was de gemiddelde prijs van een slaaf le Athene niet liooger dan /' 22 van onze munt, en zelfs de sterkste en tot den arbeid meest geschikte man werd hoogstens met /' 00 betaald.

Met den wakkeren handelsgeest der Phoeniciërs hield hun ijver op het gebied der industrie gelijken tred; het kleine land was de bakermat eener uitgebreide nijverheid. De Phoeniciërs ruilden niet alleen de koopwaren tusschen de volkeren der oude wereld, maar zeiven vervaardigden zij een groot deel daarvan, ofschoon niet zooveel als hun door de oude geschiedschrijvers ten onrechte wordt toegeschreven.

Zoo verhaalt men b. v. dat de Phoeniciërs het eerst de vervaardiging van alas hebben uitgevonden. Toen op zekeren tijd eenige Phoenicische zeelieden aan de Syrische kust op drijfzand van den oever een vuur ontstaken om hunne spijs te koken, en eenige brokken salpeter, die daar juist in de nabijheid lagen, op het zand legden om hunne potleu en pannen daarop te zetten, smolten het zand, de asch en de salpeter te zamen, en er vertoonde zich, nadat de gesmolten massa was afgekoeld, eene harde bijna doorzichtige stof. het eerste glas. Van dien tijd af — zóó gaat het verhaal voort — hebben de Phoeniciërs zich ijverig op het vervaardigen van glas toegelegd. Daarentegen bewijzen de jongste ontdekkingen, in de Egyptische oudheden gedaan, dat de Egyptenaars reeds lang de kunst om glas te maken verstonden, eer zij met de Phoeniciërs eenig handelsverkeer hadden aangeknoopt. Het is zeer licht mogelijk, dat de glasfabricage door beide volken onafhankelijk van elkander uitgevonden is.

Eene andere uitvinding der Phoeniciërs, waartoe evenzeer eene toevallige ontdekking aanleiding gaf, is de purperververij. Een Phoenicisch herder, die langs het zeestrand zijne kudde weidde, bemerkte eens, dat zijn hond met een bebloeden bek terug kwam. Bij nauwkeuriger onderzoek bevond hij, dat de bek met eene wonderschoone purperkleur geverfd was door het sap van eene slak. waarin de hond had gebeten. De Phoeniciërs en vooral de inwoners van Tyrus beoefenden sinds dien tijd de kunst om met slakkensap te verven met een onovertroffen meesterschap. Aan hunne kusten vonden zij t mm pel- en nurperslakken in grooten getale. Hel vochi, dat de purperslakken uit een blaasje bij de keel voortkomt- is bij kleine dieren donkerrood, lm de «rootere bima gëktermf; liefsap der zoo^enaainde

trompetslak daarentegen is scharlakenrood.

Nadat de dieren fijngestampt waren, werd het sap door afkoking uit hen getrokken. Door vermenging en verdamping of ook door het bijvoegen van tegenwoordig niet meer bekende stoffen, verkreeg men eene reeks van de heerlijkste kleuren, van het heldere rood, door het violet heen, tot aan het donkerste zwart. Al deze kleuren werden purper genaamd, niet alleen, gelijk men het zich thans dikwijls verkeerdelijk voorstelt, het hoogrood alleen.

Alle purperkleuren onderscheidden zich door een schitterenden glans, die daaraan eene bijzondere schoonheid verleende. <v'jw'{5 |"""l wol te vermin-had men driehonderd pond ruwe slakken—uihh lig- Deze werden daardoor spoedig een gezocht handelsartikel en weldra stevenden de schepen der Phoeniciërs van kust tot kust om die slakken op te sporen. Het verbruik van purperen stoffen was in de oudheid zeer aanzienlijk. Het meest gezocht, en dus ook het duurst, was het dubbel geverfd Tyrisch purper, dat de kleur had van geronnen bloed. In alle tempelen en paleizen moesten de tapijten en voorhangsels uil purperstof beslaan; ook de vorsten, de voornaamste vrouwen en de priesters looiden zich daarmede.

De kunst van het weven en bewerken van lijnwaad was in Phoenicië evenzeer tot een hoogen Irap geklommen; meesterlijk verstond het volk daarenboven den berghouw en de bewerking van metalen. De Phoeniciërs waren ook ervaren bouwmeesters, die uit reusachtige in den Libanon uitgehouwen steenblokken groolsche tempels en paleizen optrokken. Daarentegen yilbjyk

Sluiten