Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en wilde hem overhalen tol eene daad, waardoor hij zich aan het schandelijkst verraad jegens zijn meester schuldig gemaakt zou hebben. Maar hij liet het kleed in hare hand en vluchtte uit het huis. Verbitterd over de ondervonden weigering en beducht, dat haar slaat' als haar aanklager op zou treden, Insloot ze hem te straffen e?i tegelijk onschadelijk te maken. Met groot misbaar riep zij hare dienaars en sprak: »Ziet, de Hebreeuwsche man kwam tot mij en wilde mij te schande maken. Maar ik riep niet luider stem. en toen hij dit hoorde ontvluchtte hij en liet zijn kleed hier achter." Ook aan Potifar dischte zij dit sprookje op. Deze werd zeer toornig en liet Jozef in de gevangenis werpen.

Volgens eene andere overlevering, waarvan de sporen in dezelfde oorkonden door ons worden aangetrotlen *), werd Jozef door Midianietische kooplieden gestolen en verkocht aan Polifar, die als overste van des konings lijfwacht tegelijk opzichter over de staats-gevangenis was. Hierin stemmen beide verhalen overeen, dat hij spoedig de gunst van den gevangenbewaarder wist te winnen, en zich het verzorgen van de gevangenen opgedragen zag.

Na verloop van eenigen tijd kwamen daar twee andere, en wel zeer aanzienlijke gevangenen: de schenker en de bakker van den Pharao, die van een aanslag op des konings leven beschuldigd waren. Heiden hadden in één en denzelfden nacht zeer zonderlinge droomen. De schenker droomde, dat hij bij een wijnstok stond, waaraan drie ranken waren ontsproten; de wijnstok groende, wies en bloeide en de druiven werden rijp. De schenker had den beker van den Pharao in de hand, perste de druiven daarin uit en zette dien op de hand des konings. De bakker daarentegen droomde, dat hij drie getraliede korven met brood en gebak op het hoofd droeg, en de vogelen des hemels kwamen om den inhoud der korven op te eten. Beiden verhaalden hunne droomen aan Jozef, die niet aarzelde ze te verklaren. Tot den schenker sprak hij: »l)e drie ranken beteekenen drie dagen: over drie dagen zal de Pharao uw hoold verhellen en u in uw ambt herstellen: wanneer het u dan welgaat, denk dan eens aan mij." Den droom des bakkers legde hij aldus uit: »De drie korven beduiden drie dragen: over drie dagen zal de Pharao ook uw hoofd verheffen en u aan een galg laten ophangen, en de vogelen zullen uw vleesch eten."

Zooals hij gesproken had, geschiedde hel; de schenker werd uit de gevangenis ontslagen en in zijn eerambt hersteld, maar hij vergat zijn medegevangene en dacht niet aan hetgeen hij dezen beloofd had. De bakker werd opgehangen.

Twee jaren verliepen er; nog altijd zuchtte Jozef in de gevangenis. Toen had de Pharao zelf een vreemden, onbegrijpelijke!! droom. Hij zag zeven schoone. vette koeien uil hel water opkomen, door zeven magere koeien gevolgd; dezen vielen op de vetten aan en verslonden ze. Na een oogenblik ontwaakt te zijn, en over den zonderlingen droom nagedacht te hebben, sliep hij weder in en droomde op nieuw; nu zag hij zeven volgeladen korenaren uit een halm voortkomen, een oogenblik later scholen zeven dorre en verzengde aren op, die de dikke en volle aren verslonden. Zoodia de morgen aanbrak liet de koning alle waarzeggers en alle wijzen in Egypteland roepen en verhaalde hun zijne droomen. Maar niemand was in slaat om die uit te leggen. Nu herinnerde de schenker zich den jongen Ilebreër, dien hij in de gevangenis had ontmoet en die zijn droom zoo nauwkeurig uitgelegd had. Hij verhaalde dit aan den Pharao en deze zond een bode naar de gevangenis om Jozef Ie roepen.

De koning deelde den jongen Hebreër zijne droomen mede en Jozet legde

*) Wie omtrent de verschillende bestanddeelen der oude Israëlietische oorkonden nader onderricht begeert, vergelijke prof A. Kuenen's historisch-kritisch onderzoek naar het ontstaan en de verzameling van de boeken des Ouden Verbonds, Leiden 1861.

Sluiten