Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

einde een nieuwen voorraad op te doen. Met een bezwaard hart liet hij ook Benjamin meetrekken, want de broeders weigerden alleen op reis te gaan. Eerst toen Juda met zijn eigen leven voor de veilige terugkomst van den knaap instond, gaf de vader zijne toestemming.

Thans ontving Jozef zijne broeders veel vriendelijker dan de vorige maal. Hij nam hen in zijn huis op zonder zich bekend te maken. Deelnemend vroeg hij naar den welstand van hun vader en bijzonder vriendelijk gedroeg hij zich tegenover Benjamin, den zoon zijner moeder Rachel. Hij liet een maaltijd voor hen aanrichten, waarbij hij hen volgens hun leeftijd aanzitten deed. Benjamin's deel aan de spijzen was vijfmaal grooter dan dat der anderen.

Nadat Jacob's zonen wel verzadigd waren liet Jozef hen naar hun vaderland terugkeeren. Op zijn bevel werd het geld, dat zij betaald hadden, weer in de zakken gelegd. terwijl bovendien een zilveren beker met het geld in den zak van Benjamin werd verborgen. Met het aanbreken van den dag verlieten de broeders het huis; doch nauwlijks hadden zij een klein eind weegs afgelegd of Jozef beval zijn hofmeester:

«Maak u op, jaag die mannen na, en als gij hen hebt ingehaald, zeg dan tot hen: «waarom hebt gij goed met kwaad vergolden, door den drinkbeker te stelen, waaruit mijn heer dagelijks drinkt en de toekomst voorspelt?

De hofmeester gehoorzaamde; spoedig had hij de Hebreërs ingehaald, en toen bij hun verweet dat zij den zilveren beker van zijn heer gestolen hadden, bezwoeren zij hunne onschuld en verklaarden: hij, bij wien de beker gevonden wordt, is een kind des doods. Gewillig lieten zij hunne zakken door den hofmeester onderzoeken, die den beker, gelijk van zelf spreekt, in den zak van Benjamin vond en dezen als slaaf naar Jozefs huis terugvoerde. Aan smart verscheurden zij hunne kleederen en volgden hun jongsten broeder naar de stad.

In Jozefs tegenwoordigheid gekomen, vielen zij voor hem ter aarde, om genade voor den schuldige af te smeeken. Jozef scheen onverbiddelijk. »Gij overigen," sprak hij, «moogt in vrede naar uw vader trekken, maar deze, bij wien de beker gevonden is, zal mijn slaaf zijn." Nu trad Juda op hem toe met de bede om zelf als slaaf achter te blijven in plaats van Benjamin, voor wien hij bij zijn vader borg gebleven was. opdat zij nief, zonder Benjamin wederkeerende, »de grijze haren huns vaders met smart ten grave zouden doen dalen."

Thans werd de macht der aandoeningen Jozef te sterk. Hij zond alle Egyptenaars. die hem omringden, uit zijne nabijheid weg, barstte in tranen uit, omarmde zijne broeders en sprak: »lk ben Jozef! leeft mijn vader nog? — Treedt toch nader, ik ben Jozef' uw broeder, dien gij naar Egypte verkocht hebt; en nu, weest niet bekommerd en denkt niet dat ik daarom toornig ben, want God heeft mij hier heen gezonden om uw leven te behouden.

Hij drong bij hen er op aan, dat zij. naar Kanaan teruggekeerd, hun vader zouden verhalen, hoe God hem in Egypte gezegend, ja tot heer over het gansche land gesteld had. Hij verzocht hen, dat zij hun vader zouden bewegen om naar Egypteland te trekken en zich met zijne kinderen en kindskinderen en zijne kudden daar te vestigen.

Vroolijk keerden thans de broeders naar hun vaderland terug. Jozef schonk aan elk hunner een statiekleed, aan Benjamin vijf dergelijke kleederen met drie honderd zilverlingen en aan zijn vader tien ezels en ezelinnen, met kostbare goederen beladen. De Pharao gaf hun wagens en teerkost mede op den weg.

Toen de broeders Jacob aankondigden, dat Jozef nog leefde, ja een groot heer in gansch Egypteland geworden was, wilde de oude man liet niet gelooven. Eerst toen hij de wagens zag, hem door Jozef gezonden, sprak hij: »Het is genoeg! mijn zoon Jozef leeft nog en ik zal hem zien eer ik sterf. Onverwijld bracht hij zijn plan ten uitvoer. Met zijne zonen en zijn gansche

Sluiten