Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volk. maar ook ditmaal daagde er redding op. Overeenkomstig Jahveh's bevel .sloeg Mozes met zijn stat tegen eene rots en terstond ontsprong er op die plaats eene bron. wier wateren de dorstenden overvloedig drenkten.

Niet alleen honger en dorst, ook inenschelijke vijanden bedreigden de zwervende Israëlieten. Terwijl zij te Rachidini gelegerd waren, liadden zij een hevigen strijd met de Amalekieten te voeren. Mozes beval zijn dienaar Josua. zich aan het hoofd eener dappere bende te stellen en daarmee de Amalekieten Ie bestrijden; bij beloofde dat hij zelf op den top eens heuvels zou gaan staan, om van daar, met den stal Gods in de hand, getuige van den strijd te wezen. Josua gehoorzaamde. Hij streed met de grootste dapperheid; maar de overmacht der vijanden was zóó groot, dat hij alleen aan Gods onmiddellijke hulp de overwinning te danken had. Zoo lang namelijk Mozes op den heuvel stond en de handen teu hemel hief, zoo lang was de overwinning aan de zijde van Israël; zoodra hij daarentegen de handen van vermoeidheid zinken liet. drongen de Amalekieten zegevierend voorwaarts. Toen de Israëlieten, die Mozes omringden. dit zagen, deden zij Mozes op een steen nederzitten en hieven zijne nu geheel krachtelooze armen ten hemel tot zonsondergang toe. In 'teinil behaalde Josua de overwinning.

In de derde maand na den uittocht kwamen de Israëlieten in de woestijn van den Sinaï; hier legerden zij zich aan den voet van dien berg, welke zich boven het woeste zandsteenplateau, dat hier het gansche schiereiland tusschen de Roode zee en den Arabischen zeeboezem beslaat, met zijne naakte, door menigvuldige kloven doorsneden en steil opgaande granietwanden tol eene hoogte van HOOI) voet verheft. Statig rijst hij boven de doodsche woestenij omhoog. Op de hoogte der bergen liet de Heer zich — volgens de voorstelling der Israëlieten -— het liefst hooren; op den met wolken gekroonden top van den Iloreb gaf Hij aan het volk zijne wet. Mozes beklom den berg. waar de Heer tot hem sprak en hem de belofte herhaalde, die Hij aan Abraham, Isaak en Jacob gedaan had.

«Wanneer gij mijne stem gehoorzaam zijl," zóó sprak Hij. »en mijn verbond bewaart, dan zult gij mijn eigendom zijn onder alle volken; want de gansche aarde is mijn, en gij zult mij een priesterlijk koninkrijk en een heilig volk zijn."

Mozes verkondigde des Heeren woorden aan de Israëlieten, beval hun. eene omheining rondom den voet des bergs te maken en verbood bij doodstraf, dat iemand den berg aanroeren zou. Vervolgens vaardigde hij het gebod uit, dat allen zich reinigen en drie dagen lang van de huwelijksgemeenschap onthouden zouden. Nauwelijks was de morgen van den derden dag aangebroken, of de Iloreb was in dikke donderwolken gebuid, donderslagen ratelden, alsof het geluid eener bazuin door de lucht weerklonk, bliksemstralen flitsten naar alle zijden.

Het volk in het legerkamp werd met ontzetting vervuld; Mozes voerde het naar den voet des bergs, die schudde en trilde en waarvan een dikke rook opsteeg, als de rook uit een oven. Toen nu de Heer op den berg Sinaï vvas nedergedaald deed hij Mozes tot Hem op den top des bergs naderen. En Mozes steeg naar boven.

Eenige dagen lang bleef bij boven op den berg vertoeven, aan ieders oog onttrokken door de wolken, die de kruin omhulden. Eindelijk keerde hij tot zijn volk terug. De Heer bad met hem gesproken en hij schreef al diens woorden op.

Des morgens vroeg bouwde hij aan den voet van den berg een altaar uit twaalf steenen, naar het getal der twaalf stammen Israëls, en deed daarop een groot brandoffer brengen. Uit het boek des verbonds, dat hij geschreven had, las hij de bevelen van Jahveh aan het volk voor, hetwelk uitriep: «Alles wat de Heer gesproken heeft willen wij volbrengen." Vervolgens nam Mozes bet offerbloed, besprenkelde het volk daarmede en besteeg, nadat hij deze plechtigheid had voltrokken, den berg op nieuw. Hij werd begeleid doorzijn

Sluiten