Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stammen en den halven stam Manasse te verdeelen. Overeenkomstig Gods wil werd het lot getrokken en op deze wijze aan eiken stam het hem toekomend deel verstrekt. De machtigste stam, Ephraïm. ontving zijn grondgebied ongeveer in het midden van het land aan deze zijde van den Jordaan. Op zijn gebied werd ook Ie Sjjo de verbondsark geplaatst. Sichem werd beschouwd als de hoofdstad des lands; bier moesten de oudsten vergaderen.

De slam Jiida, 11a Ephraïm de belangrijkste en krachtigste, ontving het zuidelijk deel des lands, dat het meest aan de invallen van oorlogszuchtige naburen blootgesteld was.

Te Sichem deed Josua de oudsten van Israël samenkomen; hier bekrachtigde hij de wetten. Zoo had hij zijne levenstaak volbracht; met de verdeeling van hel land onder de stammen en het vaststellen van de wetten was de staat van het volk Gods gegrondvest. Josua stierf 110 jaren oud.

Zoo luiden de overleveringen der Israëlieten, waarvan wij hier een vluchtig overzicht gaven, en waaraan ongetwijfeld eene historische kern ten grondslag ligt.

Omstreeks het midden der ladl! eeuw v. C. hadden Abraham's nakomelingen een groot deel van het land Kanaan (± 400 vierkante mijlen) veroverd en zich zoowel aan gene als aan deze zijde van den Jordaan gevestigd.

Intusschen was hunne verovering niet in alle opzichten gelukkig. Geene natuurlijke grenzen beschermden het veroverde gebied, dat dus aan alle zijden open lag voor de aanvallen van naburige volken. Daarbij werden de Kanaanieten. gelijk de latere geschiedenis ons inet ontwijfelbare zekerheid leert, niet gansch en al uitgeroeid. Overal werden te midden der Israëlietische nederzettingen overblijfsels van de oorspronkelijke bewoners des lands aangetroffen. Vele ongenaakbare hoogten waren met burchten gekroond, waarin nog Kanaanieten woonden. Hier en daar hadden dezen zich zonder strijd onderworpen. doch hij andere slammen was het onmogelijk geweest hen te overwinnen.

Het land aan de overzijde van den Jordaan werd aanhoudend bedreigd door de Ammonieten en Moabieten; ook de roofstammen der Syrische woestijn konden lichtelijk daar binnen dringen en werden juist door de groote vruchtbaarheid van Kanaan lol het doen van strooptochten uitgelokt.

De gemeenschap met tle zee was den Israëlieten bijna geheel afgesneden; van de geheele kust bezaten zij niets dan eene strook, waarin zich geen enkele haven bevond, die tot het stamgebied van Ephraïm behoorde. Daar het hun onmogelijk was geweest, de steden der Phoeniciërs en Philistijnen te veroveren, hieven deze voortdurend de beheerschers der zee.

Alleen dan, wanneer de verschillende stammen der Israëlieten zich vast aan elkander aansloten, wanneer zij met vereende niachl eiken aanval van huiten afweerden, was de veiligheid van hun rijk verzekerd. Maar juist dil deden zij niet. Nauwelijks hadden zij zich vaste woonplaatsen veroverd, of de stammen vergaten bun gemeenschappelijken oorsprong en leefden al te dikwijls zelfs in onderlingen strijd. Even als vroeger de Kanaanieten zonder eenig onderling verband in de verschillende steden geleefd hadden, zóó woonden Ihans de Israëlieten op het gebied der afzonderlijke stammen. Gelukkig voor hen, dat ook hunne krijgshaftige naburen niet in eendracht leefden, dat de steden der Philistijnen, gelijk die der Phoeniciërs, een aantal kleine, afzonderlijke rijken uitmaakten.

Een machtig vijand, die met vaste hand de kleine staten tol één groot rijk had vereenigd, zou het nauwelijks gevestigd volk der Israëlieten zonder veel moeite onderworpen hebben. Doch de weinig beteekenende koningen, die aan het hoofd der aan Palaestina grenzende landen stonden, waren wel in staat om nu en dan met goeden uitslag een strooptocht te ondernemen, 0111 dezen of genen stam voor korter of langer tijd te onderwerpen, maar ze waren niet bij machte 0111 aan hun gebied eene duurzame uitbreiding Ie verschaften.

Zóó ontwikkelde zich het nationale leven der Israëlieten na Josua's dood op zeer eigenaardige wijze. De stammen, welke zich len Oosten van den

Sluiten