Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jordaan neergezet hadden, bleven zich liij voortduring op de veeteelt als hunne geliefkoosde bezigheid toeleggen. Aan deze zijde van den Jordaan koos liet meerendeel des volks daarentegen den landbouw, — voornamelijk het aankweeken van den wijnstok en den olijfboom — tot zijn dagelijksch bedrijt. De noordelijke stammen, die van hunne bergen een blik 111 de steden der Phoeniciërs konden werpen, begonnen in den loop der jaren het voorbeeld hunner naburen te volgen en het leven van stedelingen Ie leiden.

Bij dit verschil van leefwijze der onderscheiden stammen werd het vooi het volk steeds moeilijker de vroegere éénheid te bewaren; de band, die hen samenhield, werd losser met den dag. Al te dikwijls kwam liet tusschen hen tot veete en strijd; en ook in den boezem der stammen zeiven ontstond ei weldra oneenigheid. Uit de oudste familiën vormde zich eene hoogere, heeischappij voerende klasse, eene soort van adel, welks ingebeelde rechten het overige volk niet altoos wilde eerbiedigen.

Bij de menigvuldige oorlogen, den Israèlieten door de naburige \olken aangedaan, moest iedere stam zich zoo goed of zoo kwaad als hij kon verdedigen. Slechts zelden, wanneer een oogenseliijnlijk gevaar het geheele land bedreigde, was het mogelijk door algemeene belangstelling deelname aan den strijd op te wekken. Toch was dit nu en dan het geval, «aar een algemeen volksbelang de Israëlieten tot eenstemmig handelen noopte, wisten zij de afzonderlijke stammen wel tot gehoorzaamheid te dwingen. Hiertoe ontzagen zij zelfs de wreedste middelen niet; bij zulk eene gelegenheid werd eens de stam Benjamin bijna geheel uitgeroeid. Een afschuwelijke moord, door inwoners van Gibea in Betlilehem op het bijwijf van een Leviet gepleegd, deed door het gansche land den kreet opgaan : «Zóó iets is niet gebeurd noch gezien, sinds den tijd dat de kinderen Israëls uit Egypte zijn getogen tot op dezen dag!" Be hoofden des volks kwamen uit alle stammen bijeen, om hunne verontwaardiging over die gruweldaad uit te spreken. Zij zonden boden tot den stam Benjamin met den eisch. dat de Benjaminieten de boosdoeners van Gibea zouden uitleveren. De Benjaminieten weigerden, rustten zich ten oorlog toe en brachten een leger van 20,000 strijders op de been. Het overige Israëlietische volk wapende zich insgelijks en bracht 400,000 man 111 het veld.

De burgeroorlog ontbrandde. De Benjaminieten boden een onversaagden wederstand; drie bloedige gevechten werden geleverd, maar ten slotte neigde zich de zege naar de zijde der overmacht. De geheele stam Benjamin werd uitgeroeid, op 600 man na, wien het gelukte te ontvluchten.

Nadat de overwinning was behaald, berouwde het den oudsten des volks, dat schier een geheele stam uit Israël uitgeroeid was. Hierom boden zij den vluchtelingen vredesvoorwaarden aan, terwijl zij een zeer eigenaardig middel aangrepen om den stam voor uitsterven te bewaren.

De inwoners van Jabes in Gilead hadden geen gehoor gegeven aan de oproeping tot den gemeenschappelijken krijg, en moesten daarvoor gestraft worden. Een leger van 12.000 man trok tegen hen op, met bevel om alle burgers van Jabes met vrouw en kind te dooden en alleen de maagden der stad" te sparen. Haar moesten zij tot de Benjaminieten brengen, opdat de 600 overgeblevenen voor de instandhouding van den stam zouden zoigen.

Er waren echter maar 400 maagden in Jabes. Daar nu 400 vrouwen voor 600 mannen niet voldoende waren en de Israëlieten vóór den oorlog tegen Benjamin gezworen hadden, dat zij nooit ééne hunner dochters aan een inwoner van dezen stam zouden ten huwelijk geven, moest er een uitweg gevonden worden. Zij gaven den Benjaminieten verlof om zich bij het vieren van het jaarlijksch feest te Silo in de wijnbergen te verschuilen; zoodra dan de dochteren Israëls met de rijen ten dans gingen, moesten zij te voorschijn springen en haar rooven. De Benjaminieten volgden dezen raad. Zij trokken naar Silo, roofden de dansende meisjes, bouwden nieuwe steden en woonden in hun erfdeel. In dien tijd — zóó besluit het boek der Bichteren dit ver-

Sluiten