Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dochter, die intusschen aan een anderen man uitgehuwelijkt was, zou terug zenden. Abner deed dit, en kwam zelfs in persoon te Hebron, ten einde zijne bereidwilligheid om David te dienen boven allen twijfel te verhellen. Reeds had hij de terugreis weer aangenomen, toen Joab. David's veldheer, den koning scherpelijk verweet, dat hij den invloedrijken man veilig en ongehinderd had laten vertrekken. Hij vreesde, dat Abner zijn woord breken, ja misschen te eeniger tijd op nieuw naar de wapenen grijpen zou, en zond Abner daarom boden achterna, die hem verzochten om terug te keeren. Zonder den minsten argwaan gaf Abner aan dit opontbod gehoor. Joab ontving hem allervriendelijkst en zeide. dat hij hem iets in 'tgeheim te zeggen had; doch toen zij alleen waren trok hij plotseling het zwaard en doorstak hem daarmede.

Toen David de tijding van den moord ontving, riep hij uit: »Ik ben onschuldig; de daad kome op Joab's hoofd!" Hij bedreef grooten rouw over Abner's dood; in een zak gekleed ging bij achter de lijkbaar van den vermoorde. Misschien wilde bij op die wijze de talrijke vrienden en aanhangers van Abner voor zich winnen; den dader echter strafte hij niet. Integendeel, Joab bleef bij hem in even blakende gunst staan als te voren. Toen Isboseth den dood van Abner vernam, was hij geheel ter neer geslagen. Nu eerst voelde bij wat bij verloren had; ook het volk in geheel Israël weeklaagde luid.

Twee legerhoofden van Isboseth meenden, dat zij van David eene schitterende belooning zouden ontvangen, wanneer zij den man, die tusschen hem en de heerschappij over het geheele Israëlietische lijk stond, den koning Isboseth, uit den weg ruimden. Toen deze op zekeren heeten zomerdag in ziju slaapvertrek lag te rusten, kwamen de beide hoofdlieden tot hem en doorstaken hem. Zij sneden het hoofd van het lichaam af en spoedden zich daarmede tot David. Maar het loon, waarop zij gehoopt hadden, gewerd hun niet. David betoonde zich zeer verstoord, al bracht deze daad hem ook nader tot zijn doel. »De goddelooze lieden hebben een rechtvaardigen man in zijn huis op zijn bed vermoord!" riep hij uit, en tegelijk gaf hij zijne lijfwacht bevel om de moordenaars te dooden, hun de hand af te houwen en hunne lijken tot waarschuwing voor een ieder bij den vijver te Hebron op te hangen. Zóó geschiedde bet.

Isboseth was dood; van Saul's zonen leefden er nu nog maar twee, die niet in wettig huwelijk, maar uit een bijwijf geboren waren. Thans meenden de oudsten in Israël, dat zij den strijd tegen David niet langer mochten voortzetten; zij spoedden zich naar H<ji>ron, waar David tot koninsjpver uebeel Israël uitgeroepen en gezalfd werd. Na een achtjarigen binnenlandschen strijd was alzoo liet rijR wéér onder één hoofd gebracht. Doch zoolang er nog zonen en kleinzonen van Saul in leven waren, kon de heerschappij elk oogenblik aan David betwist worden. Van deze vrees werd bij echter verlost door den eiscli der Gibeonieten om aan Saul's nakomelingen bloedwraak te oefenen voor een moord, door Saul vroeger aan eenigen hunner stadgenooten gepleegd. Twee zonen en vijf kleinzonen van den overleden vorst werden gedood en te Gibea, Saul's geboorteplaats, ter eere Gods opgehangen. Eén enkele afstammeling van zijn vroegeren weldoener bleef in leven: Mefiboseth, de zoon van Jonathan, een gebrekkige knaap van tien jaren, die aan'de beide voeten kreupel was. Zijne voedster had hem, bij het vernemen der lijding van Saul's dood, van schrik ter aarde laten vallen, en sinds dien tijd bleef hij zijn leven lang ongelukkig. Hem beschermde David, om den wil der vriendschap, die hem eens met Jonathan had verbonden, en vooral omdat deze knaap hem niet gevaarlijk worden kon.

Zag David zich op zoo weinig vreedzame wijze den weg tot den troon gebaand, door bloedige oorlogen bevestigde bij zijn zetel en breidde hij zijne heerschappij naar alle zijden uit. Met stalen wilskracht bekampte hij de naburige volken. Overal kroonde het geluk zijne wapenen; de IMjilisljjuen, de Mpahicli'n. de Ammonieten en de Edomieten werden door hem onderworpen. In al deze oorlogen onderscheidde zich ook zijn krijgsoverste, Joab. zoowel

l

Sluiten