Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door dapperheid als door eene waarlijk gruwzame wreedheid. David en Joal> vergenoegden zich niet allijd met het dooden van de gevangenen, die zij in grooten getale maakten, noch met het uitroeien van de onderworpen volken; zij deden den dood dier slachtolïers somtijds met afschuwelijke martelingen gepaard gaan. Zóó werden van de inwoners der Ammonietische slad Rabba sommigen doorgezaagd, anderen met bijlen doorgehouwen, anderen weder onder dorschwagens verpletterd, sommigen eindelijk in brandende tichelovens geworpen. David's leger verspreidde schrik en ontzetting onder alle vijanden van Israël. Op die wijze gehikte het den koning, zijn rijk te vergrooten. hetwelk zich eindelijk over de geheele landstreek van de noordelijke punt der Roode zee tot aan den Orontes, en van den Euphraat tot aan de kust der Middellandsche zee uitstrekte; de kust zelve bleef echter in het bezit van de Phoeniciërs en Philistijnen. Van eene poging om ook deze volken te onderwerpen treffen we geen spoor aan.

Het middelpunt van David's gebied en de natuurlijke hoofdstad des lands was Ji^jjzalein. Deze stad, oorspronkelijk Jebns geheeten. lag in het stamgebied van "Benjamin, aan de grenzen van Juda op eene steile hoogte, die door diepe dalen en kloven omringd was. Reeds hierdoor vormde zij eene sterke vesting. Maar een burg, die zich op een nog hooger gelegen rotspunt boven de overige stad verhief, vermeerderde die sterkte in groote mate; want de muren van dien burg waren zoo hoog en stevig, dat zij zelfs door een zeer klein hoopje volks met gunstigen uitslag tegen een groot leger konden verdedigd worden. Dit was dan ook de reden geweest, waarom de Benjaminieten de Kanaanietische inwoners nooit hadden kunnen verjagen. Eerst aan David was dit gelukt. Zij heette van nu af Jeruzalem en werd door den koning tot hoofd- en residentiestad zijns rijks verheven. Hij liet ook de verbondskist, welke reeds sinds lang weer in het bezit der Israëlieten was, daarheen overbrengen.

Den buit, op zijne zegevierende krijgstochten behaald, gebruikte David om Jeruzalem te vergrooten en nog sterker te bevestigen dan de natuur dit buitendien reeds gedaan had. Uit de naburige stammen lokte hij inwoners naar zijne voor een deel nieuw gebouwde stad, waaraan hij een veel ruimeren omtrek gaf, en waarbinnen hij een prachtig paleis liet bouwen. Hij -sl<>i>| een verbond met koning Iliram van Tvrus en oqtving van hem cederen van dep LiTiimon èTi 'Lvrisehe werklieden. <fie. dewijl Je Israëlieten in de bouwkunst onbedreven waren, het paleis optrokken.

Door het overbrengen van de verbondskist werd Jeruzalem later ook het middelpunt van den nationalen eeredienst. Reeds nu verzamelde zich hier een groot aantal priesters, die door David met schitterende eerbewijzen werden overladen, gelijk ook de kweekelingen der profetenscholen door hem met groote onderscheiding werden behandeld. Eén hunner, de profeet Nathan, oefende op den koning een overwegenden invloed uit. Het plan tot stichting van een tempel voor Jahveh werd door David wel opgevat, maar niet ten uitvoer gelegd. Beschouwde David alzoo het aankweeken van godsdienstige éénheid als een krachtig middel om den bloei van zijn rijk te bevorderen, ook door kracht van wapenen wilde hij zijne heerschappij bevestigen. Met dit doel organiseerde hij zijne legers op voortreffelijke wijze. De kern zijner krijgsmacht werd gevormd door de kleine, maar dappere bende, die hem vroeger op zijne rooftochten was gevolgd en hem later naar Ziklag begeleid had. Buitendien had David nog eene bijzondere lijfwacht, die hem altijd omringde en onder hel bevel van Benaja stond. De soldaten der lijfwacht verrichtten tegelijk het werk van beul en zij hadden onder David's regeering ook in dit opzicht arbeid genoeg. Voor het grootste deel waren zij vreemdelingen, die zich er weinig om bekommerden wie door hun zwaard gedood werd.

Het eigenlijke leger was uit het volk zelf samengesteld. Ieder Israëliet was tot den krijgsdienst verplicht, en het kwam er slechts op aan, die ongeoefende menigte behoorlijk aan tucht en aan de behandeling der wapenen te

Sluiten