Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat liern misschien, in vergelijking mei dezen, aan geestesgaven ontbrak door een rusteloozen ijver en eene onafgebroken werkzaamheid in het midden des volks. De verhalen, die wij aangaande zijne prediking en daden in de Israëlieliselie oorkonden aantreffen, bewijzen, dat ook bij een diepen indruk op zijne tijdgenooten gemaakt en in den geest van Elia gewerkt heeft.

Eliza's toorn werd door Joram opgewekt. De profeet was overtuigd dat bij overeenkomstig Jahveh's wil handelde, wanneer bij den koning van den troon stiet en een ander in zijne plaats stelde. Zijne keus viel op Jelui, een van Joram's krijgsoversten.

Het leger was te Ramotb in Gilead gekampeerd. Daarheen liet Eliza een zijner leerlingen trekken, om Jeliu tot koning te zalven. De bevelhebbers van liet leger zaten juist aan een feestmaal, toen de door Eliza afgezonden jongeling tot ben nadertrad. Hij verzocht Jehu om een geheim onderhoud. Deze stond op en volgde hem. Nu goot de jongeling de zalfolie over Jehu's hoofd uit, en sprak: »De Heer, de God van Israël spreekt: ik heb u tot koning gezalfd over het volk des Heeren en gij zult het huis van Achab slaan, opdat ik bet hloed der profeten, mijne knechten, eisclie van de hand van Isebel. zoodal het gansche huis van Achab omkome. De honden zullen Isebel verslinden op den akker te Jizreëel en niemand zal baar begraven." Na bet uitspreken van deze woorden verwijderde hij zich. Zoodra Jehu den overigen bevelhebbers verhaalde wat hem wedervaren was, riepen zij hem onder bazuingeschal tot koning uit. Joram bevond zich te Jizreëel en daarheen trok Jehu met het leger op. Toen de wachters van den slottoren den koning berichtten, dat Jehu aan het hoofd eener sterke bende in aantocht was, reed Joram hem te gemoet. In zijn gevolg bevond zich de kleinzoon van Josaphat, de zoon van Athalia, koning Ahazia van Juda, die juist zijn oom een bezoek bracht.

„Is het vrede?" vroeg Joram, toen hij in de nabijheid van zijn veldoverste was gekomen. Maar deze antwoordde toornig: »Wat vrede? De hoererij en tooverij uwer moeder nemen dagelijks toe."

«Verraad!" riep Joram uit, en ging op de vlucht. Jehu greep zijn boog eu schoot een pijl op den koning af, die hem van achteren tusschen de schouders in den rug trof en in het hart doordrong. Joram zonk dood in zijn wagen neder. Ahazia vluchtte insgelijks, maar ook bij werd achterhaald, ook hem troffen de pijlen der vervolgers; doodelijk gewond kwam hij te Megiddo. waar hij den laatsten adem uitblies.

Aan het hoofd zijns legers drong Jehu Jizreëel binnen. Isebel was getuige geweest van den dood baars zoons. Zij wist welk lot haar wachtte, maar zij versaagde niet. »Is het Zimri wel gegaan, die zijn heer vermoordde?" riep zij Jehu toe. Maar deze bekommerde zich niet om dit waarschuwend woord. »Wie houdt het met mij?" riep hij, het hoofd naar de vensters van het paleis opheffend. »Wij!" antwoordden twee of drie kamerdienaars. »Werpt haar naar beneden," gebood Jehu, en gehoorzaam aan dit bevel grepen de verraders de koningin aan en wierpen haar uit het venster, zoodat haar bloed de muren van bet paleis en de paarden van Jehu bespatte; zij werd door het volk vertreden.

Na het volvoeren van dit bloedig werk ging Jehu het paleis binnen en nam liet. als koning in bezit. Hier gaf hij bevel aan de oudsten van alle stammen en aan de oversten van het leger 0111 alle zonen en kleinzonen van Achab te dooden. Zeventig afstammelingen van den overleden koning werden ingevolge dit wreede bevel gedood; hunne hoofden bracht men aan den nieuwen gebieder, die ze in twee hoopen voor de poorten van het paleis opstapelen liet. Alle overige aanverwanten van het koninklijk huis werden, met zijne raadslieden, tot den laatsten man toe omgebracht.

De met bloed bevlekte overwinnaar trok naar Samaria. Ongelukkigerwijze ontmoetten hem onderweg tweeënveertig bloedverwanten van Ahazia, koning van Juda; ook zij werden gedood, zoodat er niemand overbleef. Had Jehu

Sluiten