Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en eene speer in de rechterhand. Op deze afbeeldingen missen zij echter de rechterborst niet.

Niet minder dan de geschiedenis der Amazonen draagt de oudste geschiedenis der Klein-Aziatische volken, ons door de Grieken verhaald, het karakter eener sage.

De oudste koningen der Phrygiërs waren Gordius en Midas. Gordius was een arme boer. die niet meer dan twee span ossen bezat. Op zekeren lijd. terwijl het land zwaar door een oorlog geteisterd werd, verkondigde de godheid aan de Phrygiërs, dat zij dengene tot koning moesten kiezen, dien zij op den weg naar het heiligdom het eerst op een boerenwagen gezeten zouden tegenkomen; dan zou de zege bun te beurt vallen. Gordius was de gelukkige; terwijl hij op zijn wagen daar voortreed, werd bij door het volk plotseling als koning begroet. Tot aandenken van deze godsspraak liet hij zijn wagen op den door hem gestichten burg Gordion in den tempel plaatsen; met een eigenaardigen. zeer kunstigen knoop, dien hij zelf gelegd had, verbond hij het juk aan den dissel. De knoop was zóó vast in elkander gedraaid, dat hieruit de Phrygische legende ontstond: hij die iu staat is om dezen knoop te ontwarren, zal eens over geheel Azië heerschen.

Gordius werd opgevolgd door zijn zoon Midas, die bekend was door zijn rijkdom. Hij was, volgens de overlevering der Grieken, de rijkste vorst, die ooit geleefd heeft; al wat hij aanraakte werd in goud veranderd; dit was onder anderen het geval met het zand in de rivier de Pactolus, hetwelk in goud werd herschapen, omdat Midas zich eens in dezen stroom gebaad bad.

In plaats van ons langer op te houden bij de overige talrijke legenden omtrent de andere volken van Klein-Azië, vestigen wij thans onze aandacht op het volk der Lydiërs, hetwelk alle Klein-Aziatische volken in macht en invloed en dus in belangrijkheid verre overtraden heeft.

De Lydiërs bewoonden het vruchtbare land aan de westkust langs hel strand van de Egeïsche zee. Tusschen de bergketenen van den Messogis in het Zuiden en den Themnos in het Noorden, strekte het zich oostwaarts tot aan de bronnen van den Hermus in het gebergte Didymus uit. Het werd doorsneden door rivieren, die gelijk de Pactolus, in baar zand goud korrelen meevoerden.

De oudste overleveringen der Lydiërs staan met hun eeredienst in onmiddellijk verband. Onder den naam Blatta vereerden zij de godin der geboorte, die door de Lydische jonkvrouwen, bij gelegenheid van aan haar gewijde feesten, op zeer zedelooze wijze gediend werd. Op deze wijze vergaderden zij, volgens Ilerodotus, een aanzienlijken bruidschat, want zij legden de geschenken, baar bij die gelegenheid verstrekt, niet in de schatkist van den tempel neder, maar behielden die voor zich. De Ma der Lydiërs was daarentegen de vijandin van alle leven en vruchtbaarheid; als koningin komt zij in de sage onderden naam van Omphale voor.

Omphale en Sandon, de leeuwentemmende zonnegod, waren, volgens de Grieksche berichten, de stamouders der Lydische koningen, die omstreeks het jaar 1224 v. C. den troon bestegen.

De geschiedenis dezer koningen ligt geheel in' het duister. Alleen dit weten wij, dat onder hunne regeering de nijverheid zich ontwikkelde en de rijkdom aangroeide. De Lydiërs waren zeiven geene zeevaarders, maar zij dreven een winstgevenden handel met de Phoeniciërs, die hunne aan purperslakken zoo rijke kusten gaarne bezochten. Reeds de Homerische gedichten verbalen van den rijkdom en den bloeienden handel der Maeonen: zóó werden de Lydiërs door Homerus genoemd. Volgens de mededeelingen der Grieken zijn de Lydiërs de eersten geweest, die gouden en zilveren munten hebben geslagen en die de kunst om wol te weven en te verven uitgevonden hebben; de kort geschoren Lydische tapijten waren in de oudheid overal gezocht. De Lydiërs verstonden ook de kunst om kostbare balsems en heerlijke reukwerken te bereiden.

Sluiten