Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZESTIENDE HOOFDSTUK.

Het hoogland van Iran. l)e Arische volken. De leerstellingen van Zoroaster. De ontaarding van Zoroaster's godsdienstleer. Vereering van honden. Het lijkspook. Het begraven van lijken. De reinigingsplechtigheden. De reiniging der negen nachten. De priesterkaste. De Magiërs. De strafwetten der lraniërs. Het huiselijk leven. De veelwijverij. De opvoeding.

Tusschen den Tigris en den Indus, teu Zuiden begrensd door den Oceaan, ten Noorden door de Kaspische zee en de steppen van den Oxus, verheft zich in het hart van Azië een door grensgebergten ingesloten en wijd uitgestrekt hoogland. Zijne lengte van het Oosten naar het Westen bedraagt 300, en zijne breedte, van het Zuiden naar het Noorden, 100 mijlen, welke aan de oostelijke grenzen tot 200 mijlen aangroeien. Het is het hoogland van Iran. In het Zuiden helt het naar den zeekant steil af, en is het van de zee alleen gescheiden door eene smalle, zandige kust, die schier geen enkele haven teil; van de steile rotsen voeren bijna onbegaanbare paden, ladders genaamd, naar het zeestrand.

Het binnenste van dit hoogland vormt eene groote woestijn, waarin slechts hier en daar, waar de bodem daalt en de wateren zich verzamelen, bloeiende oasen gelegenheid geven om zich met hoop op goeden uitslag aan den landbouw te wijden. De bergstreken, die het hoogland omringen, zijn daarentegen door de natuur milder bedeeld. Aan de westelijke grens strekken zich tusschen de op zich zelve staande bergketens lange en smalle dalen uit, die met eene weelderige vruchtbaarheid prijken. Hier waren in den ouden tijd de woonplaatsen der Meden, Perzen en Carmaniërs, terwijl de Gedrosiërs en Orielen de heete streken aan de zuidelijke grens van het hoogland bewoonden. Maar nog rijker dan de westelijke grenslanden zijn de landen aan de noordzijde door de natuur gezegend.

Daar, waar de bodem — van het 14000 voet liooge Elboersgebergte af— allengs naar de Kaspische zee afdaalt, vormt het uit de gletschers afstroomende water eene dikke slijklaag, die aan eene tropische plantenwereld voedsel verschaft.

Het vulkanische karakter van deze streek geeft het aanzijn aan een plantengroei. die zoowel door zijne rijke verscheidenheid als door zijne weelderige ontwikkeling het oog onwederstaanbaar boeit. Prachtige velden met rijst of suikerriet beplant en heerlijke tropische bloemen wisselen hier elkander af. Daarenboven verheffen zich op de hoogten van den Elboers ontzaggelijke wouden van eiken, olmen en platanen; oranjeboomen leveren hunne kostelijke vruchten; wijngaardranken, ter dikte van een halven voet, slingeren zich tot in de toppen der hoornen omhoog; vijge- en moerbezieboomen tieren zoo welig als in bijna geen ander land ter wereld.

Maar even gezegend als dit land in deze opzichten is, even zwaar wordt het geteisterd door een tal van plagen, door menigvuldige aardbevingen, door stormen, die van de zijde der Kaspische zee met vernielend geweld over de

Sluiten