Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit den afschuw, welken de Iraniërs voor een lijk koesterden, ontstond eene zeer zonderlinge gewoonte. De lijken mochlen noch begraven, noch verbrand, nocli in het water geworpen worden, want al deze heilige elementen werden door een lijk verontreinigd. Den Iraniërs bleef dus niets over, dan de lijken op den grond te laten liggen, waar zij aan vogelen, honden en andere dieren tot voedsel verstrekten.

Volgens de wet moesten de lijken worden uitgedragen naar de hoogste plaatsen, waar noch water, noch boomen werden aangetroffen. Hier werd de aarde een weinig uitgegraven, en het gat met gebakken steenen. keien en stof aangevuld, daarop legde men| dan het lijk neder, dat op eene lijkbaar door twee krachtige mannen naar dit verblijf der dooden was gebracht. Hel was streng verboden, den doode eenig kleedingstuk, hoe ook genaamd, mee te geven: naakt moest hij op de steenen worden uitgestrekt; met ijzer of lood bevestigde men zijne voeten en haren aan den grond, opdat de wilde dieren niets van de beenderen of andere overblijfsels zouden wegsleepen. Deze doodenplaatsen werden als verzamelplaatsen der daevas beschouwd; hier waren zij liet meest te duchten, hier oefenden zij den grootsten invloed op de menschen uit.

Nog heden worden deze voorschriften omtrent het aanleggen van begraafplaatsen door de Parsen stipt opgevolgd. De plaats, waar de Parsen te Bombay hunne lijken heenbrengen, ligt op een berg aan de klist. Wanneer de lijken hier neergelegd zijn, blijven de bloedverwanten van den gestorvene uit de verte nieuwsgierig toezien, of de gieren spoedig op het lichaam toeschieten en welke deelen het eerst verslonden worden. Hieruit leiden zij gunstige of ongunstige voorteekenen omtrent de zielrust des overledenen af.

Eene uitzondering op deze zoo weinig plechtige wijze van begraven maakten de Perzen ten aanzien van hunne koningen; tot op dezen dag worden hunne graven in de rotsen bij Persepolis aangetroffen.

Was het in de wet streng geboden, zich rein te bewaren in gedachten, woorden en werken, nog strenger was het daarin gegeven bevel om elke verontreiniging. wanneer zij eenmaal geschied was, uit te wisschen. De verontreiniging van de ziel kon geboet worden door straffen, waarmede echter altijd het berouw des zondaars gepaard moest gaan; was het lichaam verontreinigd, dan moest de reinheid op uitwendige wijze, door bepaalde plechtigheden hersteld worden. Hij verontreinigingen van lichten aard waren wasschingen voldoende, van gebed en verwenschingen tegen de daevas vergezeld; verontreinigingen van ergen aard moesten uitgewischt worden door wasschingen met de pis van ossen en koeien, die dertigmaal onder het uitspreken van verschillende gebeden herhaald werden. Het aanraken van lijken en andere nog grootere verontreinigingen eisehten eene afzonderlijke plechtigheid, de reiniging der negen nachten; deze kon slechts door een wetgeleerde, het best door een priester verricht worden.

Op eene daartoe eigenaardig ingerichte plaats werden negen gaten in den grond gegraven; de onreine, die zich geheel ontkleed had, werd door hem, die de plechtigheid bestuurde, uit een looden bak met koepis begoten en vervolgens 15 maal met aarde afgewreven. Dit alles geschiedde onder het uitspreken van gebeden. De onreine moest zich bij de negen gaten twee- en driemaal met water wasschen, en werd eindelijk onderworpen aan eene berooking, waartoe welriekende houtsoorten werden aangewend.- In den derden, zesden en negenden nacht hadden opnieuw wasschingen met water en koepis plaats.

Deze reiniging kwam hem, die haar onderging, op een tamelijk groote opoffering te staan, want de bestuurder van deze plechtigheid moest goed betaald worden. Tegenwoordig treft men nog dergelijke gebruiken bij de Parsen aan.

Van den eeredienst der Iranische volken weten wij weinig; tempels, altaren of afgodenbeelden hadden zij niet; alleen lieten zij op hunne haarden

Sluiten