Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

strook, behalve eenige palmen, geene vruchtdragende hoornen voort, het bergland was daarentegen liefelijk en vruchtbaar. Ten gevolge van de zuidelijke ligging, waar de zengende hitte door zeewinden getemperd werd, waren de dalen van het gebergte ware lustoorden; nergens ter wereld vond men schooner rozen en weelderiger druiven dan in de dalen van Schiras, nergens een schooner bloemenllora dan daar, waar eene onafgebroken lente heerschte.

Het volk. dat dit schoone land bewoonde, wordt ons als ruw en krijgszuchtig afgeschilderd. Gedeeltelijk hield het zich met de veeteelt bezig, gedeeltelijk legde het zich op den landbouw toe. Handel en nijverheid waren den Perzen genoegzaam vreemd.

Iedere Pers was een geboren krijgsman. Xenophon verhaalt ons, dat de Perzen voortretlélijke ruiters en groote beminnaars van de jacht waren, daarbij waren zij matig en gaven zij weinig om eten en drinken; wanneer zij eenmaal 's daags gegeten hadden, kenden zij verder geene behoeften. Zulk een volk, zou men meenen, moest niet dan met moeite onderworpen kunnen worden. Het schijnt echter, dat de Perzen zich niet ongaarne aan de heerschappij van Phraortes onderworpen hebben; wij hooren althans niet, dat de koning een tegenstand van eenig belang gevonden heeft, en terstond na de verovering van Perzië treilen wij de bewoners van dit land onder Phraortes' trouwste krijgslieden aan. Met hunne hulp gelukte het den Medischen koning het ééne Iranische volk na het andere te overwinnen en zóó eindelijk zijne heerschappij over geheel Iran uit te breiden.

Waarschijnlijk bepaalde Phraortes zich tot het aanstellen van Medische stadhouders in de veroverde landen; wel vorderde hij daarenboven nog hel betalen van schattingen, maar overigens schijnt zijn bestuur niet drukkend te zijn geweest.

Nadat Phraortes zulk een uitgestrekt gebied aan zijne macht onderworpen had, achtte hij zich sterk genoeg om ook de Assyriërs zei ven aan te tasten. Het was te vroeg; hij betaalde die poging met het verlies van den slag en van zijn eigen leven (zie blz. 74).

Zijn zoon Cyaxares, die zijn vader in het jaar 633 v. C. opvolgde, brandde van begeerte om de geleden nederlaag te wreken. Hij verzamelde een nieuw leger, sloeg daarmee de Assyriërs, rukte naar Ninivé op en belegerde de koningsstad. Intusschen werd hij door den inval der Scythen, gelijk we reeds verhaald hebben (zie blz. 76), gedwongen om van zijn voornemen af Ie zien.

I)e Scythen brachten aan Cyaxares zware verliezen toe: eerst nadat hij zijn volk met ongelooflijke moeite door eene betere regeling van het krijgswezen in staat had gesteld om zich met den gevreesden vijand te meten, was hij bij machte om hem met goed gevolg het hoofd te bieden.

De door Phraortes onderworpen volken hadden zich weer van het Medische rijk losgescheurd. Zij werden door Cyaxares ten onder gebracht; vervolgens richtte deze zijne wapenen tegen Armenië, veroverde dit land en drong tot in Cappadocië door, zoodat hij de grenzen van Medië tot aan die van Lydië uitbreidde. Van een oorlog door Cyaxares jaren lang met Alyattes, koning van Lydië, gevoerd, hebben wij al meer dan eens gesproken. De vrede werd eindelijk door tusschenkomst van Nabopolassar hersteld en bevestigd, doordien de koning Alyattes zijne dochter Aryanis, aan Astyages, Cyaxares' zoon. tot vrouw gaf.

Nadat op deze wijze de strijd bijgelegd was, vatte Cyaxares zijne vroegere veroveringsplannen tegen het Assyrische rijk weder op.

In vereeniging met Nabopolassar trok hij tegen Ninivé op: den uitslag van dezen oorlog kennen onze lezers (zie blz. 77, 78).

Na den val van het Assyrische rijk heerschten de Meden over het geheele hoogland van Iran lol aan den Tigris, naar het Westen hadden zij hun gebied tot aan den Halys uitgebreid.

Sluiten