Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Perlig jaren lang had Cyaxares bijna zonder tusschenpoozen oorlog gevoerd, nu wijdde hij de laatste jaren zijns levens aan het bestuur van zijn eigen gebied. Rij zijn dood. in het jaar 593 v. C., was Medië het machtigste rijk van Azië.

Astyages, die zijn vader in de regeering opvolgde, was het tegenovergestelde van een krijgsman; in de paleizen van Ecbatana leefde hij bij weelderige feestmalen slechts voor de bevrediging van zijne lusten. Hij was een verwijfd en weekei ijk man en tegelijkertijd een wreedaard; daardoor haalde hij zich den haat van de aanzienlijken zijns rijks op den hals, die van zijn willekeur te lijden hadden. Vijf en dertig jaren lang regeerde hij, in weerwil van dit alles, zonder zijne heerschappij betwist Ie zien, toen het rijk der Meden eensklaps door een opstand vernietigd werd; hij werd door den Pers Cyrus van den troon gestooten. Herodotus verhaalt ons het volgende.

Astyages had eene dochter Mandane. Op zekeren nacht droomde hij, dat deze dochter zooveel water loosde, dat geheel Azië overstroomd werd. Verschrikt door dezen droom, nam hij het besluit om aan zijne dochter een man van lage geboorte te geven; hij koos daartoe een Pers, Cambyses genaamd, die wel van goeden huize, maar zeer vredelievend van aard was, zoodal hij voor hem niet bevreesd behoefde te zijn.

Een jaar daarna had Astyages een anderen droom: uit den schoot van Mandane groeide een wijnstok, die geheel Azië bedekte. Pen volgenden morgen liet Astyages zijne Magiërs roepen en beval hun, dien droom uit te leggen. Oeze verklaarden, dat hel kind zijner dochter in zijne plaats koning worden zou. Astyages liet ten gevolge hiervan zijne dochter uit Perzië tot zich komen, en toen zij een zoon ter wereld had gebracht, riep hij zijn bloedverwant en vertrouweling Harpagus, en beval hem Mandane's kind weg te nemen en te dooden. Harpagus sprak: «Wanneer het uw wil is, dat dit alzoo geschiede, dan betaamt het mij, u met allen ijver ten dienste te staan." Hij nam hel knaapje, dat op kostbare wijs als een ter dood gewijde getooid was, en bracht het in zijne woning. Maar hij had besloten, niet zelf de moordenaar van het kind te zijn, want hij vreesde, ingeval Astyages eens kwam te sterven, voor Mandane's wraak. Perhalve stelde hij het ter hand aan een der koeherders des konings, Mithradates, die in de bergen woonachtig was; dezen gat hij het kind over met den last om het te dooden. Zoo meende hij zich later bij Mandane te kunnen verontschuldigen.

Oe koeherder nam het kind, en keerde bedroefd over het ontvangen bevel naar zijne hut terug. Paar had zijne vrouw Spako, juist terwijl hij bij Harpagus was, een dood kind ter wereld gebracht. Toen Mithradates de hut weer binnentrad, vroeg Spako hem, waarom Harpagus hem zoo dringend had ontboden. »0 vrouw!" antwoordde hij, »ik heb in de stad gezien en gehoord, wat ik nooit had moeten zien en wat nooit over onzen gebieder had moeten komen. Het gansche huis van Harpagus was met weeklachten vervuld; het trof mij reeds toen ik binnentrad. Maar nauwelijks was ik binnengekomen of ik zag een kindje liggen, dat spartelde en schreide en daarenboven opgetooid was met goud en met een veelkleurig kleed. Harpagus echter beval mij, zoodra hij mij zag, het kind oogenhlikkelijk mee te nemen en het terstond op een der onherbergzaamste plaatsen van het gebergte te vondeling te leggen; hij gaf mij te kennen, dat het Astyages was, die mij dezen last opdroeg en bedreigde mij met de vreeselijkste straf, zoo ik het ontvangen bevel niet opvolgde. Zoo nam ik het kind mee, in de meening dat het van een der huisbedienden was, want ik zou nooit geraden hebben, wie het toebehoort. Toch stond ik verbaasd over het goud en de kostbare kleederen, waarmee ik het versierd zag, en bovendien over de weeklachten, die men bij Harpagus luide aanhief. Spoedig vernam ik onderweg de geheele geschiedenis van een dienaar, die mij tot buiten de stad begeleidde, waar hij mij het kindje ter hand stelde, dal het namelijk een zoon was van Mandane, de dochter

Sluiten