Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volks veroorzaakt werd door liet ongeluk, dat hem had getroffen, en hij ontbrandde hierdoor in blinde woede. De overheden der stad werden tot hem geroepen; op barschen toon vroeg hij hun, waarom de Egyptenaar» geen feest hadden gevierd, toen hij voor de eerste maal te Memphis was gekomen, terwijl zij thans juichten, nu het grootste deel van zijn leger vernietigd was.

Op hun antwoord, dat het vinden van den Apis, maar niet de ramp, aan het Perzische leger overkomen, de aanleiding tot die feestelijkheden was, veroordeelde Cambyses hen als leugenaars ter dood, want hij geloofde hunne woorden niet; in zijn oog was het ongerijmd, dat een volk om het vinden van een zekeren stier zich aan zulk een uitgelaten blijdschap zou overgeven.

Na de terechtstelling van de overheden der stad ontbood de koning de Egyptische priesters; toen ook zij hem hetzelfde antwoord gaven, gebood hij. dat zij den Apis voor hem zouden brengen. De priesters gehoorzaamden; de heilige slier werd voor den koning gebracht, en deze. half dol van woede — zoo verhaalt Herodotus — trok zijn mes, met het voornemen om dit den Apis in den buik te stooten. Hij trof hem aan den poot. Daarop lachte hij, en sprak tot de priesters: »0 gij ellendelingen, dat zouden dus goden zijn, die vleesch en bloed hebben en het staal voelen? Ja. zulk een god is den Egyptenaars waardig. Maar toch zal het u niet goed bekomen, dat gij den spot met mij gedreven hebt."

Zoo sprekend beval hij lmn, die het ambt van beul bekleedden, de priesters te geeselen en iederen Egyptenaar te dooden, dien zij te midden deifeestviering aantrollen.

Het feest der Egyptenaars moest geschorst worden, de priesters moesten voor hel voorgevallene boeten en de Apis stierf aan den steek in den poof. op den vloer van den tempel uitgestrekt. Terstond nadat hij aan deze wond gestorven was. begroeven de priesters hem, zonder dat Cambyses het bemerkte.

Op dezelfde wreede en onbezonnen wijze ging Cambyses voort met hel aanranden van de heilige gebruiken der Egyptenaars; hij dreef den spot mei hunne godenbeelden en handelde niet alleen in strijd met de zeden der Egyptenaars, maar ook met die der Perzen, dewijl hij de lijken der Egyptische koningen uit hunne graven te voorschijn halen en mishandelen liet. Het lijk van koning Amasis werd uit zijn graf gesleurd, gegeeseld en doorstoken, ja zelfs werden den doode de hoofdharen uitgerukt; eindelijk liet Cambyses het verminkte lichaam verbranden en verontreinigde hij daardoor het den Perzen heilige vuur.

Anderhalfjaar lang hield Cambyses te Memphis zijn hof gevesligd, en hij gaf zich gedurende dat tijdsverloop aan een boven alle beschrijving ruw en ongebonden leven over. Het heeft bijna den schijn, dat hij werkelijk — gelijk Herodotus zegt — half dol geweest is, want zijn willekeur en zijne wreedheid gingen spoedig alle perken te buiten.

Op zekeren nacht droomde hij, dat een bode uit Perzië aankwam met het bericht, dat Smerdis, op den troon gezeten, met zijn hoofd aan den hemel reikte. Deze droom beteekende, volgens Cambyses' meening, dat zijn broeder hem onttroonen zou. Hierom beval hij zijn meest vertrouwden gunsteling, Prexaspes, op staanden voet naar Susa te reizen en Smerdis te dooden. Prexaspes volvoerde zijn last, keerde na het volbrengen van den moord naar Egypte terug, en gaf bericht omtrent den uitslag zijner pogingen. Cambyses hield deze daad voor zijne rijksgrooten geheim, want hij was beducht, dat zij hierom tegen hem zouden opstaan.

Deze ééne moordaanslag sleepte eene tweede misdaad na zich. Overeenkomstig de gewoonten der Perzen had Cambyses twee zijner zusters in zijn harem opgenomen; voor haar was de moord niet verborgen gebleven.

Op zekeren dag liet Cambyses in zijne tegenwoordigheid een kampstrijd houden, waarin een jonge leeuw met een jongen hond vechten moest. Toen de hond het onderspit delfde, rukte een andere hond, de broeder van den Streckfuss. I. 14

Sluiten