Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een wonder voorspelde een gelukkige uitkomst van den oorlog, de inneming van Babyion; in Zopyrus' schatting was liet een goddelijk voorteeken. Om zich van zijn kant bij den koning verdienstelijk te maken, besloot hij lot hel brengen van een heldhaftig offer. Hij sneed zich zeiven neus en ooren af, schoor zijn hoofd kaal. en geeselde zijn rug, zoodal het bloed uil de striemen liep. Zóó verscheen hij voor hel aangezicht des konings.

Met een gil van ontzetting sprong Darius van zijn troon op. loen hij een der aanzienlijkste Perzen op zoo smadelijke wijze mishandeld zag, en vroeg Zopyrus, wie het gewaagd had, hem zoo te verminken.

«Geen mensch," antwoordde Zopyrus, «heeft het gewaagd, mij zóó toe te takelen; geene vreemde hand heelt dit gedaan, maar ik zelf." Op de verbaasde vraag, welk doel hij daarmee had kunnen hebben, deelde Zopyrus den koning mede, dat hij door eene list Babyion dacht in te nemen. Hij wilde namelijk beproeven in de stad Ie worden opgenomen, en daartoe voorgeven, dat Darius hem op zulk eene schandelijke wijze mishandeld had; dan zouden de Babyloniërs hem vertrouwen en hem zelfs aan het hoofd van eene legerafdeeling plaatsen, opdat hij in de gelegenheid zou zijn om zich Ie wreken. Op den tienden dag moest de koning 1000 man van zijne slechtsle troepen legen de poort van Semiramis, op den zeventienden dag 2000 en op den zeven en dertigsten dag 4000 man tegen de andere poorten doen optrekken. Aan het hoofd der Babyloniërs zou Zopyrus die benden in de pan hakken, waarop de vijanden hem, als blijk van vertrouwen, de sleutels van al de poorten ter hand zouden stellen. Zoodra Darius de stad dan van alle kanten liet bestormen, zou Zopyrus hem de poorten openen.

De koning schonk zijne goedkeuring aan dit listig uitgedacht plan; zonder schroom offerde hij eenige duizenden manschappen op, om daarmee de overwinning te koopen. Alles kwam uit, zooals Zopyrus gedacht had; deze won hel vertrouwen der Babyloniërs door zijne schijnbare overwinningen en toen Darius, overeenkomslig de afspraak, werkelijk eene algemeene bestorming ondernam, werden twee poorten voor hem geopend. Zoo viel Babyion door verraad in het jaar 518 v. C. ten tweede maal.

Darius betoonde zich niet zulk een zachtmoedig veroveraar als Cyrus geweest was. Drie duizend der aanzienlijkste inwoners werden op palen gespietst; vervolgens werden de poorten omvergehaald en de muren geslecht. Eerst nadat de koning op die wijze de onneembare vesting tot eene open stad gemaakt had, keerde hij zijne wapenen tegen de overige opstandelingen.

Toch was de moed der Babyloniërs niet uitgebluscht; zij beproefden nog eens tegen Darius op te staan; maar hel was vergeefsch. Door een Perzisch leger werden zij zonder moeite en nu voor goed overwonnen.

Met even gelukkigen uitslag werd ook de opstand in de overige provinciën onderdrukt; op dezellde strenge en wreede wijze werden de opstandelingen ook daar gestraft. Darius liet hen ophangen, nadat hun eerst neus en ooien waren afgesneden. Dit lot trof ook een avonturier, met name Wahjazdata, die het waagde zich in Perzië voor Smerdis uit te geven en die. na aanvankelijk een grooten aanhang verworven te hebben, door Darius geslagen en gevangen genomen werd.

Om al zijne overwinningen bij het nageslacht te vereeuwigen, stichtte Darius, nadat hij zich weer in het bezit der heerschappij over het geheele Perzische rijk gesteld had, in Medië een grootsch gedenkteeken. In een steilen rotswand, ter hoogte van 1500 voet, liet hij — nadat de steen behoorlijk gepolijst was — een relief beitelen, hetwelk hem voorstelt als den overwinnaar van negen koningen, die met geboeide handen voor hem staan. Opschriften in spijkerschrift omringen het relief en verklaren den inhoud. Aan het slot zegt Darius *):

*) Vgl. Max Duncker, Geschichte des Alterthums. Deel II bl. 566.

Sluiten