Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tle stad binnen en gaven zich. steunende op het gesloten verdrag, zonder vrees aan de rust over. Maar plotseling trok de broeder van Maeandrius, Charilaüs. een half dolle woesteling, met eenige huurlingen uit den burg, viel de niets kwaads vermoedenden op het lijf. en richtte onder hen een bloedbad aan. zoodal velen hunner omkwamen. Zij die ontkomen waren, riepen hunne makkers te hulp; spoedig hadden de Perzen zich weer verzameld en de weinig talrijke huurlingen werden door hen in een oogenblik teruggeworpen en overwonnen. Tot straf voor bet gepleegde verraad liet Otanes alle Samiërs neerhouwen. die hij in handen kon krijgen; de stad werd geplunderd en bijna de geheele bevolking vermoord. Syloson ontving in het jaar 516 v. C. bet verwoeste en ontvolkte eiland als vasal der Perzen onder zijn bewind: hij mocht voortaan onder de Perzische opperheerschappij er over regeeren.

Samos was het eerste land. dat Darius veroverde; maar deze verovering was van te weinig beteekenis om des konings eerzucht te kunnen bevredigen. Volgens het verbaal van Herodotus werd zijne eerzucht nog meer geprikkeld door zijne gemalin Atossa, de dochter van Cyrus.

Atossa was door den geneesheer Democedes van eene zware ziekte, eene verzwering in de borst, genezen; overeenkomstig den wensch van baar geneesheer, wien zij deze belooning toegezegd had, sprak zij op zekeren nacht in het slaapvertrek tot Darius: »o koning, waarom zit gij stil bij zoo groote macht, zonder aan Perzië nieuwe volken toe te voegen. Een man zóó jong en bezitter van zóó vele schatten als gij, moest iets uitstekends verrichten, opdat de Perzen mogen zien, dat zij door een man geregeerd worden. Gij moet u onderscheiden, daar gij nog jong van jaren zijl."

»Alles wat gij mij daar zegt, vrouw," hernam Darius, »ben ik reeds zeil van voornemen om te doen; ik heb besloten, over eene brug, die ik leggen zal, uit ons vasteland (Azië) naar het andere vasteland (Europa) met een leger tegen de Scythen op te trekken, en dit zal binnen kort plaats grijpen."

Nu sprak Atossa: »zie toe, dat gij den tocht tegen de Scythen maar achterwege laat, hen zult gij altijd nog kunnen vinden, zoodra gij maar wilt; neen! trek tegen Hellas te velde, ik wilde zoo gaarne een Grieksch dienstmeisje hebben. Gij bezit den hruikbaarsten man van de wereld, die u in elk opzicht de noodige aanwijzing en opheldering ten aanzien van Griekenland geven kan in uw arts Democedes."

Deze raad kwam den koning goed voor; hij besloot tot het uitzenden van verspieders, die hem naricht moesten geven omtrent de gesteldheid der Grieksche kusten. Vijftien Perzen werden door hem met dit doel uitgekozen, wien hij gebood de Grieksche kusten om te zeilen. Hij gaf hun Democedes als gids mede, maar met de strengste waarschuwing om op te passen, dat de Griek hun onderweg niet ontsnapte.

De verspieders scheepten zich te Sidon in op twee Phoenicische triremen (schepen met drie rijen riemen aan elke zijde). Aanvankelijk was hunne vaart voorspoedig; de Perzen zeilden de Grieksche kusten langs en waren in staat om zich van hun last, het opnemen van hare gesteldheid, goed te kwijten, daar zij zich steeds in de nabijheid van het land hielden en teekeningen van de verschillende kusten vervaardigden. Van Hellas zetten zij koers naar BenedenItalië; hier, in Tarente, gelukte het Democedes te ontvluchten; bij keerdenaar zijne geboorteplaats Croton terug.

De Perzen vervolgden hem, maar waren niet in staat om zijne uitlevering te verkrijgen. Tot overmaat van ramp werden zij op bun verderen tocht door een storm op eene vreemde kust geworpen en daar gevangen genomen. Eerst later gelukte het hun, naar Perzië terug te keeren en den koning de uitkomsten van het onderzoek, dat zij op lninne reis hadden ingesteld, mee te deelen.

Lang voor het tijdstip, waarop Darius de berichten zijner afgezanten omtrent de Grieksche kusten ontving, volvoerde hij zijn oorspronkelijk plan. om nl. de Scythen in hunne woonplaatsen, ten Noorden van de Zwarte zee, aan

Sluiten