Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te tasten. Hij ondernam dien zonderlingen veldtocht, van welks doel wij ons heden ten dage moeilijk meer eene heldere voorstelling kunnen vormen. Schijnt het niet even ongerijmd, dat Darius — zooals Herodotus verhaalt — de bedoelin" zou gehad hebben om die roofzieke nomadenvolken te straften, dewijl zij het eens. voor meer dan 100 jaren, gewaagd hadden liet Aziatische „ehied plunderend en moordend door te trekken. als dat de Perzische koning het voornemen zou hebben gekoesterd om zijn rijk door de aanhechting van een onherbei"zaain steppenland te vergrooten? Alleen de dorst naar roem, de begeerte om zijne heerschappij ook door de verst verwijderde volken geëerbiedigd te zien, schijnt Darius bewogen te hebben tot dezen tocht, die hem zware offers zou kosten. Op eene reusachtige schaal werden de toerustingen tot'den veldtocht aangelegd, een ontzaglijk sterk leger werd bijeen getrokken.

Bijna schijnt het, als hadden de Perzen getwijfeld of de uitvoering van zulk een veroveringsplan wel raadzaam was. Althans Herodotus verhaalt ons, dat een aanzienlijke Pers, Oeobazus, Darius smeekte hem van de drie zonen, die hij bezat, ten minste één achter te laten. Darius verklaarde, dat hij verplicht was een zoo bescheiden verzoek te beloonen en dat hij hem daarom al zijne zonen wilde teruggeven. De vader was hoogst verblijd; maar Darius beval zijnen trawanten a' 'le zonen van Oeobazus te dooden; de lijken liet hij in het

bezit van den ongelukkige. .

Zulk eene onverbiddelijke wreedheid onderdrukte bij de slaals gehoorzamende Oosterlingen allen verderen tegenstand. Uit alle. gewesten van het uitgestrekte rijk stroomden de ontboden hulptroepen samen; spoedig wachtte een leger van 700.000 man op de wenken van den machtigen vorst.

Darius was niet van plan over land tegen de Scythen op te trekken; van het Europeesch grondgebied zou de aanval ondernomen worden. Het gansche le«er moest uit Klein-Azië naar Tbracië worden overgevoerd, vervolgens noordwaarts naar de monden van den Donau marcheeren en van dit punt de steppen der Scythen binnendringen. De koning wilde het uitgestrekte land als overwinnaar doortrekken, om ten slotte óf door de bergpassen van den Kaucasus óf aan de overzij van de Kaspische zee, door de vlakten der Massageten, naar

Pcrzië teru17 tG Kccren.

Het was een reuzenplan, waarvan de uitvoering beproefd werd met die reusachtige hulpmiddelen, welke alleen een onbeperkt alleenheerscher ten dienste staan. De Grieksche steden van Klein-Azië ontvingen bevel om eene vloot van (H)O schepen beschikbaar te stellen. Gewillig volvoerden zij liet gebod van den machtigen koning, geene enkele gaf een weigerend antwoord.

Een le«er van 700,000 man te scheep naar Europa over te brengen, zou te veel tijd "hebben gekost; Darius liet derhalve eene brug over den Bosporus slaan, die door een beroemd bouwmeester van Samos, Mandrocles, gebouwd werd.' Zou men de brug kunnen bouwen, dan moesten de volken, die op den anderen oever der zeeëngte woonden, zich daartegen niet verzetten, anders hadden zij het zonder moeite kunnen verhinderen. Doch de roep, die er van den Perzischen koning uitging, was zóó groot, dat de bouw van de brug bij de Grieken geen tegenstand vond.

In den Chersonesus heerschte de Athener Miltiades over den Thracischen stam der Dolonkers; zonder weerstand te bieden schikte bij zich naar de plannen van den koning, en de stad Byzantium volgde zijn voorbeeld. Zoowel hare schepen als die van Miltiades vereenigden zich met de Perzische vloot.

De bru" over den Bosporus werd gebouwd, zij bestond uit schepen, die op vernuftige wijze met elkaar verbonden waren.

Darius bestuurde thans in persoon den overtocht van zijn leger; wel was het voor hem een aangrijpend schouwspel, toen hij, op een lioogen troon gezeten, deze troepen monsterde, die in een optocht zonder eind over de lange bru" voorttrokken, deze honderdduizenden, die uit alle provinciën van zijn rijk" van het verre Oosten tot aan het strand der Middellandsche zee —

Sluiten