Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWINTIGSTE HOOFDSTUK.

Organisatie van den Perzischen staat. De vrijheid onder de volstrekte alleenheerschappij. De residentie. De bouwvallen van Persepolis. De koninklijke hofhouding. Hofceremoniën. Pracht die aan het hof heerschte. De dischgenooten. De harem. De adel. Maaltijden aan het hof. Oud-Perzische kadettenscliolen. Doodvonnissen. De geheime politie. Het passtelsel. De koninklijke post. De Satrapen. Zelfstandig bestuur der gemeenten. De belastingen. Het staande leger. Bevordering van handel en nijverheid. Weelde. Kleeding. Pruiken en blanketsel. Wijze van oorlog voeren.

Door de verovering der Indische gewesten had hel ontzaglijk groole rijk van Darius eene uil gestrektheid verkregen, welke den koning den plicht oplegde om zich, voordat hij aan de uitvoering van zijne verdere veroveringsplannen begon, ernstig met de organisalie van zijn staat bezig te houden. Een rijk, dat samengesteld was uit de meest verschillende landen, waarin volken van allerlei afkomst aan één wil moesten gehoorzamen, was niet gemakkelijk te besturen. De oproeren, die onmiddellijk na den dood van Catnbyses het voortdurend bestaan van den staat in de waagschaal gesteld hadden, waren voor Darius eene ernstige waarschuwing geweest om krachtige maatregelen Ie nemen, ten einde alle deelen van het onmetelijk rijk nauwer met elkaar te verbinden. Met eene bewonderenswaardige scherpzinnigheid, met eene geestkracht, die van geen bezwijken wist, volbracht de koning deze laak. Hem komt de verdienste loe, het wereldrijk der Perzen niet slechts ten tweede male gesticht, maar ook zóó georganiseerd te hebben, dat het twee honderd jaren lang bestaan kon, zonder ten gevolge van inwendige oorzaken ineen te storten.

Darius wist den voor zulk een rijk alleen mogelijken regeeringsvorm, de onbeperkte alleenheerschappij van den vorst, door een aantal diep in het volksleven ingrijpende maatregelen op stevige grondslagen te vestigen, zonder daarbij het gewicht der koninklijke macht te zwaar op de schouders dei' onderdanen te doen drukken. In weerwil van de volkomen onbeperkte heerschappij des konings kon ieders eigenaardig persoonlijk karakter zich in het Perzische rijk vrij ontwikkelen. Aan de nationaliteit, aan het godsdienstig gelool, aan de nijverheid der verschillende volksstammen werden óf geene óf zeer weinig knellende boeien aangelegd.

Beschikte de koning, gelijk wij later zien zullen, met onbeperkte willekeur over den eigendom en zelfs over het leven en den dood zijner onderdanen, onder deze treurige verhouding van de onderdanen tot den vorst leden alleen zij, die den troon het naast omringden. Maar zij zagen zich door de hooge eereplaats, die zij innamen, door den invloed, welken deze hun verschafte, en door de weelde van het hofleven voor het verlies van hunne persoonlijke vrijheid schadeloos gesteld.

De nadere beschouwing der inrichting van het Perzische rijk boezemt ons juist in onze dagen eene bijzondere belangstelling in. Wij zien er uit, dal Darius reeds toen vele der middelen kende en gebruikte, die ook meer dan Stkeckitss. i. 15

Sluiten