Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

banen doorsnijden. Op een afstand van 3 tot i- mijlen trof men pleisterplaatsen aan, waar gezadelde paarden gereed stonden; zoodra nu een brief aan den koning ter hand gesteld moest worden, moest de wachthebbende postruiter een der paarden bestijgen, en zoo snel als zijn paard hem dragen kon. hetzij bij dag. hetzij bij nacht, naar het nabij gelegen posthuis rijden. Herodotus verzekert ons dat niets de snelheid van den rid (lezer postruiters evenaarde; in (i tot 7 dagen vlogen zij van Sardes naar Susa, een afstand die. in rechte lijn gemeten, 290 mijlen bedraagt; een voetganger kon dien weg nauwelijks in 90 dagen alleggen.

Om ook voor het gemak des volks te zorgen, waren op de pleisterplaatsen karavanserais (herbergen) aangelegd en met schoone hoornen omringd; hier vonden de reizende kooplieden eene veilige en aangename rustplaats.

Door zulke middelen wist Darius zijne ambtenaren in bestendige vrees en — ten gevolge hiervan — in bedwang te houden. De stadhouders durfden het niet wagen, zelfs in de verte aan oproerige bewegingen te denken.

Maar opdat zij op hunne beurt in staat zouden zijn om eiken opstand in de door hen bestuurde provinciën terstond te onderdrukken, had Darius hen met eene bijnq koninklijke macht bekleed. Het geheele rijk was verdeeld in twintig landvoogdijen, wier grenzen nauwkeurig waren afgebakend. Aan het hoofd van elk gewest stond een satraap, die veelal óf tot de bloedverwanten óf tot de aanzienlijkste en meest vertrouwde dienaren des konings behoorde.

De satrapen regeerden in de provinciën bijna met despotische macht. Het was hunne taak, de gewesten in onderwerping te houden; maar voor het overige hadden zij in last het volk zoo weinig mogelijk te drukken en het zelfstandig bestuur der steden, der grootere gewesten, ja der afzonderlijke volken niet te beperken. De oude inzettingen en wetten bleven overal van kracht; de vrijheid van godsdienst werd nergens aangerand.

Zoo vergunde Darius ook den Joden, den bouw van hun tempel te Jeruzalem voort te zetten en te voltooien. In de Phoenicische steden bleven de koningen regeeren en ook in sommige provinciën tretlén wij erfelijke vorsten aan, die onder het oppertoezicht van den satraap het bewind voerden.

In de Grieksche steden beperkte Darius de macht der tyrannen niet, en wij hebben gezien, welke goede vruchten het volgen van deze gedragslijn hem bij zijn oorlog tegen de Scythen opleverde. Tot vorsten en volken werd slechts deze ééne eisch gericht, dat zij de schattingen en andere lasten, ten behoeve van het geheele rijk hun opgelegd, stipt betalen en zonder tegenstreven dragen zouden.

Deze schattingen waren zeer aanzienlijk; zij werden vastgesteld overeenkomstig den rijkdom der afzonderlijke gewesten en bestonden hoofdzakelijk in eene grondbelasting, tot welker verdeeling over de verschillende eigenaars een kadaster van de landerijen werd aangelegd. De schattingen, door de provinciën opgebracht, bedroegen ruim 52 millioen gulden. Hierbij kwamen echter nog de inkomsten, welke het verleenen van de koninklijke vergunning tot het gebruik der kanalen en tot het uitoefenen van de vischvangst den vorst opleverden, de vrijwillige geschenken, welke een ieder, die tot den koning toegelaten werd, hem moest aanbieden, de leveringen in natura, tot onderhoud van den hofstoet en van de satrapen, de lasten, die uit het onderhoud van den koning en van de satrapen op hunne reizen voortvloeiden, en enkele afzonderlijke belastingen, die aan bijzondere landschappen voor de vrouwen van den harem en tot betaling van den hofadel waren opgelegd.

Al deze opbrengsten vormden eene aanzienlijke som; toch werden zij zonder tegenstreven betaald, gelijk ook aan de verplichting om de vereischte hulptroepen voor het leger des konings te leveren, zonder aarzelen voldaan werd.

Het staande leger was meestal niet zeer talrijk en bedroeg in liet geheele uitgestrekte rijk weinig meer dan 100.000 man, die in de belangrijkste plaatsen der provinciën garnizoen hielden of de kasteelen der groote heirbanen bezetten.

Sluiten