Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was voor de goden mogelijk, want men stelde zich hunne lichamelijke gedaante voor als aan die der menschen gelijk; alleen was het lichaam der goden veel edeler en schooner.

Uit de gemeenschap der goden en godinnen met de menschen ontstonden hall-goden, menschen die op aarde verkeerden, die meestal met meer dan menschelijke kracht toegerust waren, en den overgang van de goden tot de kinderen des stofs vormden, de heroën, wier schitterende daden door de dichters in heerlijke liederen vereeuwigd werden.

... Zoo werd de geschiedenis der goden tot eene geschiedenis van menschen. Hierom heeft zij zelfs geschiedkundige waarde, dewijl wij gerechtigd zijn om uit de Grieksche godenleer gevolgtrekkingen van eene verreikende strekking met alleen ten aanzien van de zedelijke begrippen, maar ook omtrent het dagehjksch leven des volks af te leiden.

Het oudste heiligdom der Grieken was dat van Dodona in Epirus. een oude, heilig geachte eik, aan wiens voet eene bron ontsprong. De eik was aan Zeus gewijd; uit het ruischen zijner bladeren maakte het volk de gunstige of ongunstige gezindheid op van den god, die over de lucht en den hemel gebied voerd'e.

Zeus, die door de oude Pelasgen als de god des lichts en van den hemel werd aangebeden, was tevens de god der vruchtbaarheid, daar bij uit de wolken den regen, het vruchtbaarmakende water, deed nederstroomen. Deze voorstelling van Zeus heeft, even als de aan hem gewijde plechtigheden, eenegroote overeenkomst met den godsdienst der Ariërs; het is de vereering van de geesten des hchthemels, van de goden, die den weldadigen regen doen nederdalen.

Naast Zeus vereerden de oude Pelasgen ook andere godheden als verpersoonlijking van de natuurkrachten. Intusschen zou het ons te ver afleiden, indien wij ons hier met den oorspronkelijken godsdienst der oude Grieken, die ons o\erigens niet dan onnauwkeurig bekend is, dieper wilden inlaten. Evenmin zijn wij in staat om de godsdienstige ontwikkeling des volks in al hare bijzondei heden na te gaan. De beperkte ruimte eener wereldgeschiedenis vergunt ons slechts den lezer een vluchtig overzicht te geven van de verhalen omtrent de godenwereld, gelijk die in den loop der eeuwen bij de Grieken gevormd zijn.

»In den beginne schiep God hemel en aarde; de aarde nu was woest en ledig en duisternis was op den afgrond. En de geest Gods zweefde over de wateren.... zoo stelden zich de Israëlieten de schepping van de wereld voor. ye~ eerste grond en oorzaak aller dingen was God, de eeuwige Schepper, en deze voorstelling is later in het leerstelsel der twee hoofdgodsdiensteu van den meuweren tijd, het christendom en den Islam overgenomen. Op geheel andere wijze schetsten de Gieken de wording alïer dingen; in hun oog was d£ natuur fl.ye net eeuwige, niet een persoonlijk, zelfbewust, scheppend goddelijk wezen. In den beginne bestond, volgens Hesiodus, de chaos, de ongeordende wereld, de onmetelijke, donkere ruimte, de ruwe ongevormde"! toC Uit deze massa scheidden zich achtereenvolgens af de aarde met hare breede borst Gaeii. Gr ) de onderwereld (TartarusJ, de liefde [Eros] en het nachtelijk duister, hetwelk net licht voortbracht. Uit zichzeive bracht de aarde den hemel (Uranus), de bergen en de onvruchtbare zee (Pontus) voort. Toen kwam Uranus, in heftigen liefdegloed ontstoken, eiken nacht tot Gaea; hij omhelsde haar en de eerste vrucht dezer vereeniging waren de TjJUiiui. geesten, die deels in. deels op de aaide verblijf hielden, deels tot het gebied der lucht behoorden. deels de eigenschappen en vermogens van den menschelijken geest, of ook die krachten vertegenwoordigden, welke — hetzij met vriendelijke hetzij met vijandige bedoelingen - over de menschenwereld heerschten, Tot de Titanen en hun nakroost beliooiden Oceanus. de stroomgod; Hyperion, hellicht; Helios, de zon; Selene, de maan; Eos, de dageraad; Japetus met zijne zonen Prometheus, Atlas en bpimetheus; Themis, de beschermvrouw van wet en recht; Ilecate, de vreeselijke godin van den nacht; Mnemosyne, de herinnering, enz. Kronos was de jongste der Titanen.

.

Sluiten