Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eigene dochter hem verried. Op het hoofd van Nisus bevond zich namelijk een bosje purperkleurige haren. Het Noodlot had bepaald, dat Nisus onoverwinnelijk zou zijn. zoo lang hij deze purperen haren droeg.

Nisus' dochter nu, in eene gloeiende liefde voor Minos ontvonkt, trok baren vader dezen haarbos uit. zoodat hij tengevolge hiervan stierf. Maar de verraderes ontving haar welverdiend loon. Met onwil keerde Minos zich van haar af; hij wilde haar te Nisa achterlaten en toen zij hem tegen zijn bevel toch volgde, liet hij haar met de voeten achter aan zijn schip binden en zóó in de zee verdrinken. .

In den oorlog tegen Athene was Minos aanvankelijk niet gelukkig. Toen de strijd reeds lang geduurd had. zonder dat men een spoedig einde tegemoet kon zien, smeekte hij zijn vader Zeus, dat deze zelf de rechtvaardige straf voorden geplèegden moord aan de Atheners zou voltrekken. Zeus gaf aan die bede gehoor: hij bracht hongersnood en pest over de stad. Vergeefs was het. dat de Atheners vijl' schoone meisjes als oller aan Zeus slachtten; dood, hongersnood en pest woedden in weerwil hiervan onophoudelijk binnen hunne muren voort. Eindelijk vroegen de Atheners aan het orakel, hoe zij van de plaag verlost konden worden. De god antwoordde hun, dat zij, ten zoen van den op Androgeüs gepleegden moord, die straf zich moesten laten welgevallen, welke Minos zelf hun opleggen zou.

Ten gevolge van de uitspraak van liet orakel zonden de Atheners gezanten tot Minos. Deze eischte, dat alle negen jaren zeven jongelingen en zeven maagden, de schoonste knapen en de schoonste meisjes van Athene, tot hem naar Creta zouden worden gezonden; daar moesten de ongelukkigen weerloos in het Labyrinth gevoerd en den Minotaurus ten offer gebracht worden.

De Atheners waren genoodzaakt om die harde vredesvoorwaarden aan te nemen; toen eerst week de plaag van hunne stad. Alle negen jaar werden de schoonste jongelingen en jonkvrouwen van Athene de prooi van het monster, totdat dit eindelijk, gelijk we later verhalen zullen, door Theseus gedood werd.

Na den dood van den Minotaurus werd het Labyrinth door zijn bouwmeester bewoond. Minos namelijk, die bemerkt had dat deze Pasiphaë in het opvolgen van haar schandelijken hartstocht behulpzaam was geweest, liet den kunstenaar met zijn zoon Icarus in het Labyrinth werpen, en verbood tegelijker tijd aan alle schippers te Creta, Daedalus, wanneer het hem onverhoopt gelukken mocht een uitweg uit de kronkelgangen te vinden, van het eiland weg te voeren.

Daedalus, die zicli zoowel te land als te water eiken uitweg versperd zag, wist in weerwil hiervan raad te schaffen, want nog één weg. die door de lucht, stond hem open. Uit vederen en was vervaardigde hij kunstige vleugels voor zich zelf en voor jzijii zoon. Met dezen vlooghij nu uit liet Labp.inth, nadat liij Icarus gewaarschuwd had om nocTi fe laag te vliegen, opdat hij niet mei liet gevaarlijke water in aanraking zou komen, noch te hoog te stijgen, opdat de gloed der zon hem niet schaden zou.

Gelijk vogelen zweefden zij door de lucht; maar Icarus verhief zicli in zijn overmoed tot eene onmetelijke hoogte; de lieete zon deed het was smelten, de kunstig saamgevoegde vleugels vielen uit elkaar, en zoo stortte de jongeling in de blauwe zee neder, welke naar hem de Icarische zee genoemd werd.

Daedalus vluchtte tot koning Cocalus van Sicilië, door wien hij gastvrij opgenomen werd. Toen Minos op zijne uitlevering aandrong, noodigde Cocalus

den koning van Creta op een gastmaal, maar smoorde daarna zijn gast in het bad.

Op den stichter van den eersten staat, Minos, volgen — naar luid der Grieksche sage — de overwinnaars van de monsters, de Helden, die de wereld van de wreede gedrochten uit den voortijd verlosten. De meest geduchte helden waren afkomstig uit het geslacht van Danaüs (zie blz. 239).

In Argos regeerden twee achterkleinzonen van Danaüs, Proetus en Acrisius. die elkander dikwijls de heerschappij betwistten. Acrisius, die geene kinderen

Sluiten