Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen Amphitryon den volgenden dag zelf tlniis kwam. vond hij bij zijne vrouw niet die vriendelijke ontvangst, waarop hij gerekend had; op zijne vraag naar de reden hiervan, ontving iiij ten antwoord, dat hij reeds den vorigen nacht was teruggekomen en zelfs aan hare zijde gerust had. Dit antwoord kwam hem bedenkelijk voor; zelfs toen een wijze ziener hem mededeelde.dat Zeus Alemene een bezoek had gebracht, kon hij dit nauwelijks gelooven.

Na verloop van eenigen tijd werd Alemene moeder van twee knapen; de eene was Heracles, de zoon van Zeus, (Ie andere Iphicies, de zoon van Amphitryron. Iphicies werd later de vader van Iölaus, dien wij in 't vervolg als den trouwen metgezel van Heracles zullen ontmoeten.

Wie van de beide knapen de godenzoon was, kwam reeds in de eerste dagen aan het licht. Hera, de jaloersche vrouw van Zeus, die den knaap haatte, zond twee slangen om hem te dooden, maar terwijl Iphicies van angst schreide, greep Heracles met zijne teere handjes de beide monsters en verworgde ze.

Om den knaap onsterfelijk te maken, bediende Zeus zich van eene list. Hij liet Heracles door Hermes naar den Olympus brengen, en legde hem aan 'de borst van Hera, terwijl deze te slapen lag; het kind dronk de godenmelk in en ontving daardoor de onsterfelijkheid. Met zulke krachtige teugen zoog de knaap, dat Hera er van ontwaakte; woedend slingerde zij den zuigeling van zich af; eenige droppelen melk ontvielen bij die beweging aan hare borst en liepen langs het hemelgewelf. Hieruit is de melkweg ontstaan.

Wij gaan de opvoeding van den held, die naar de aarde was teruggebracht, met stilzwijgen voorbij. De sage verhaalt ons, dat daaraan groote zorg werd besteed, en zóó kon dan Heracles opgroeien tot een jongeling, die tot het betreden van eene heldenloopbaan op uitnemende wijze was voorbereid.

Eens trok bij zich in de eenzaamheid terug, om over zijn toekomstig leven na te denken. Daar naderden hem langs twee tegenovergestelde wegen twee vrouwen van uitstekende schoonheid. De ééne was liefelijk, bescheiden, en in een zedig kleed gehuld: haar naam was de deugd. De andere was weelderig en prachtig gekleed; zij bezat eene schoonheid, die den lust deizinnen prikkelt: zij heette de wellust. Deze spiegelde den jongeling een gemakkelijk leven, een onafgebroken genot, een hoogen ouderdom, maar een leven zonder roem en zonder schitterende daden voor. De deugd daarentegen beloofde hem een leven vol moeite en arbeid, een vroegen, smartelijken dood, maar tevens de liefde der goden, een onvergankelijken roem en eindelijk de onsterfelijkheid.

Geen oogenblik stond Heracles in twijfel: hij koos de deugd tot leidsvrouw en aan haar zou dus voortaan zijn leven zijn gewijd.

Reeds zijne eerste daden stempelden hem tot held. Hij doodde een grimmigen beer en bevrijdde door een veldtocht, waarin hij wonderen \an dapperheid verrichtte, zijne vaderstad Thebe van het betalen eener vernederende schatting. Tot belooning hiervoor ontving bij de hand van Megara, de dochter van den Thebaanschen koning Creon, die hem drie zonen schonk.

Intusschen zag Hera met onverzoenlijken haat op den geliefden zoon van Zeus neder; zij bezocht hem met eene krankzinnigheid, die tot razernij klom. In dien toestand wierp hij zijne zonen en twee kinderen van zijn broeder Iphicies in het vuur. en eerst na het plegen van die afgrijselijke daad kwam bij weder tot bezinning. Nu bad hij bitter berouw over het gebeurde en hij le«de zich zeiven de straf eener vrijwillige ballingschap op.

Terwijl hij, door hevige zielesmart gefolterd, her- en derwaarts dwaalde, kwam hij ook te JJelpbi; hier vroeg hij den god, waar hij voortaan zijne woonplaats moest vestigen. Het orakel gaf hem ten antwoord, dat hij naar Tirvns trekken en Eurystheus twaalf jaren lang dienen moest. Deze zou hem tien werken opdragen; had hij deze verricht, dan zou hem de onsterfelijkheid ten deel vallen. Bij het geven van dit antwoord sprak de god hem voor het eerst met den naam Heracles aan, terwijl de jongeling tot dusver, naar den naam zijns grootvaders van moederszijde, Alcides genoemd was.

Sluiten