Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar in het hewaken van dien schal behulpzaam. Het halen van deze gouden appelen was voor den held eene des Ie moeilijker taak, dewijl hij den weg naar de Hesperiden niet kende.

Hij had menige gevaarlijke ontmoeting door le staan, eer het hem gelukte dien weg te vinden.

Op zijn ontdekkingstocht kwam hij ook bij de nimfen, de dochters van Zeus en Themis, die van hare moeder de gave der voorspelling geërfd hadden.

Haar legde hij de vraag voor, waar cle appelen der Hesperiden te vinden waren.

Ook zij wisten het niet. maar gaven hem den raad een ouden stroomgod. Nereus, die in een nabijgelegen hol woonde, le ondervragen. Zij voegden er echter bij, dat deze niet vrijwillig zou antwoorden; alleen dan wanneer Heracles hem overviel en bond, zou hij diens wensch vervullen.

Dit geschiedde. Nereus verwees den held naar Prometheus den Titan, die, aan den Kaukasus vastgeklonken, onuitstaanbare smarten leed; van dezen zou bij de noodige inlichtingen ontvangen. Onverdroten zette de held zijn tocht voort. Eindelijk bereikte hij den Kaukasus; hier zag hij den adelaar, die juist van zijn gewonen maaltijd, den lever van den geboeide, terugkeerde. Oogenblikkelijk spande Heracles den boog en doorschoot den vogel met zijn nooit falenden pijl. Nu weerklonk van verre een blijde juichtoon, hij ging op dat geluid al en bemerkte spoedig tien Titan, die op hem wachtte en door hem ook terstond van zijne boeien werd bevrijd. Uit dankbaarheid hiervoor wees Prometheus hem den weg naar de Hesperiden en gal' hem bovendien den raad om niet zelf de appelen te halen, maar die door den Titan Atlas te laten rooven. Vervolgens gingen beiden huns weegs. Prometheus steeg weder naar den Olympus op en was voortaan met Zeus verzoend.

Heracles zette zijn tocht voort; hij trok Afrika door, terwijl hij onderweg nieuwe heldendaden verrichtte. Koning Busiris van Egypte, die alle vreemdelingen, welke zich binnen de grenzen van zijn land waagden, den goden offerde, en die ook Heracles grijpen en in boeien voor zich brengen liet om hem in zijne tegenwoordigheid te laten offeren, werd door den held verslagen, nadat deze zijne boeien vaneengerukt had.

In Lybië woonde een reus, Antaeus, die in zijn overmoed alle vreemdelingen dwong om met hem te worstelen. Zijne dochter zou de prijs van den worstelstrijd zijn. Hen echter, die hij overwon, doodde hij en met hunne schedels versierde hij het heiligdom van zijn vader Poseidon.

Antaeus was een zoon van Gaea (de Aarde): nooit kon hij overwonnen worden, zoo lang hij met den voet den grond raakte, want zijne moeder deed hem steeds nieuwe kracht toestroomen, terwijl zijn tegenstander eindelijk den strijd opgeven moest.

Heracles nam de uitdaging tot den worstelstrijd bereidvaardig aan. Maar door Prometheus vooraf gewaarschuwd, hief hij met zijne sterke armen Antaeus in de hoogte, zoodat deze geene versche kracht uit de aarde putten kon. In die houding brak hij zijne beenderen en verworgde hij hem ten laatste.

^ Na al deze en meer andere avonturen kwam Heracles eindelijk bij Atlas, den broeder van Prometheus, die door Zeus, tot straf voor zijn deelnemen aan den strijd der Titanen (zie bladz. 248), gedwongen was om op zijne reuzenschouderen het hemelgewelf te torsen. Hij verzocht den Titan, voor hem de appelen der Hesperiden te halen, en bood zich aan om zoo lang den hemel op zijne schouders te nemen. Atlas nam dien voorslag aan en haalde de gouden appelen. Maar toen hij tot Heracles terugkeerde, beviel het hem zoo goed, eindelijk van zijn lastig werk ontslagen te zijn, dat bij niet den minsten lust gevoelde om het hemelgewelf nog eens op zijne schouders te nemen. Hij verklaarde, dat bij de appelen zelf naar Mycene aan Eurystheus wilde brengen en dal Heracles den hemel nu maar op zijne schouderen bonden moest.

De held bevond zich in eene niet geringe verlegenheid; maar met sluwe list redde hij zich uit den nood. Hij nam met den voorslag van Atlas schijn-

Sluiten