Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

baar genoegen; hij was bereid; sprak hij. om den hemel verder te dragen; alleen moest bij er eerst een kussen onder leggen, dewijl bel hemelgewelfliern drukte, zoo lang moest Atlas het nog even dragen.

De weinig scherpzinnige Tilan liet zich verschalken; nauwelijks bad bij den hemel weer op zijne schouders, of Heracles nam de appelen en snelde heen, den bedrogen Titan aan zijne eigen overdenkingen overlatend. Hij bracht Eurystheus de appelen over; deze gaf ze hem; de held schonk ze op zijne beurt aan Athene, die ze in den tuin der Hesperiden terugbracht.

Het laatste en reusachtigste werk van den held was het naar boven brengen van den driekoppigen bond Cerberus, die in de onderwereld de verblijfplaats der schimmen bewaakte. Eurystheus beval hem, het monster eerst levend op de aarde en dan weer naar beneden te brengen.

Ook van dezen last kweet Heracles zich; toch had hij dien bezwaarlijk kunnen volvoeren, indien niet Hermes en Athene hem geleid en beschermd hadden. De Styx dreigde hem in zijn snellen stroom mee te sleepen, maar Athene hield hem staande. Toen bij nu eindelijk de onderwereld binnentrad, verspreidde hij daar zulk een schrik, dat alle gestorvenen voor hem vluchtten, met uitzondering van Meleager en van de Gorgone Medusa; tegen haar wilde hij bet zwaard trekken, maar Hermes onderrichtte hem, dat het slechts een ijdel schaduwbeeld was, waartegen bij niet mocht strijden.

Dicht bij de poort van den Hades trof Heracles twee-vrienden, Theseus en Pilillioüs, aan. Zij waren hier door den beheerscher der onderwereld aan eene rots vastgeketend, wijl zij bet gewaagd hadden in zijn gebied door te dringen, om Persephone te ontvoeren. Smeekend strekten zij de handen naar den held uit, deze greep Theseus aan en richtte hem op, maar toen hij beproefde ook Pinthoüs te bevrijden, werd bij daarin door eene aardbeving verhinderd.

Hades gaf den vermetelen held verlof' om den Cerberus te ontvoeren, wanneer bij hem meester kon worden, zonder zijne wapenen te gebruiken. Heracles legde zijne wapenen af. Alleen beschermd door de leeuwenhuid en het borstharnas greep bij het monster aan; hij slingerde zijne armen om het ondier en liet niet los, ofschoon de draak die het achterste deel van des Cerberus lichaam uitmaakte, hem beet. Door bet gedrocht met reuzenkracht samen te persen werd hij bet meester; zoo bracht hij hel tot Eurystheus, en — nadat deze liet gezien had — weer naar de onderwereld terug.

Met dit werk, het zwaarste van al, was de dienstbaarheid van Heracles ten einde; nu mocht hij naar Thebe terugkeeren. Van zijne overige daden, gelijk van die, welke bij op zijne tochten gedurende zijn diensttijd bij Eurystheus \ol\oeid bad en die zoo talrijk zijn, dat een uitvoerig verbaal hiervan geheele boekdeelen zou vullen, kunnen wij slechts eene enkele vermelden. Augias werd tot straf voor zijne woordbreuk door hem met zijne knots doodgeslagen en de verbannen Phileus in de plaats zijns vaders ten troon verheven; evenzoo wreekte hij zich op Laomedon door Troje te veroveren. Laomedon en zijne zonen werden op één na gedood. Alleen Priamus bleef in het leven.

Opmerkelijk is de ineensmelting der Grieksche sage van Heracles met die dei L\diers omtrent den god Sandon en de godin Omphale, de voorouders van het oudste Lydische koningsgeslacht. De Grieken maken Heracles met bandon tot een en denzelfden persoon in het volgend verhaal:

Te Oechalia, op het eiland Euboea, regeerde koning Eurytus, die behalve een aantal zonen eene wonderschoone en aanvallige dochter, de blonde Iöle, 11 . ,yer(^ door minnaars schier bestormd; daarom bad de koning bepaald, dat bij slechts de hand zijner dochter zou verkrijgen, die hem en zijne zonen in bet boogschieten overwon.

Heracles ging naar Oechalia en nam deel aan den wedstrijd met deu boog. Hem kon niemand wederstaan; bij overtrof allen in bedrevenheid en verlangde nu den kampprijs, want hij had Iöle liet gekregen en zij beminde ook hem. Maar Eurytus weigerde zijne belofte te vervullen, bij beval den held zelfs in

Sluiten