Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hiervan waagden de Argonauten de doorvaart; om ecliter te zien of zij uitvoerbaar zou zijn, lieten zij vooraf eene duif tusschen de rotsen doorvliegen; slechts het uiteinde harer staartvederen werd door de toeslaande gevaarten beschadigd. In den oogenblik, waarin de rotsen zich van elkaar verwijderden, roeiden de Argonauten uit alle macht er tusschen in, en met hulp van Hera, die op den achtersteven van het schip stond en het afduwde, wanneer de rotsen tegen elkander slaan en het verpletteren wilden, ontkwamen zij gelukkig aan dat gevaar. Van dien tijd af stonden de Symplegaden onbewegelijk vast; want het Noodlot had bepaald, dat zij zich niet meer bewegen zouden, zoodra één schip er tusschen door gevaren was.

Na nog vele andere gevaren te boven te zijn gekomen, landden de Argonauten eindelijk gelukkig in Colchis. Iason begaf zich terstond tot Aeëtes en eischte de uitlevering van het gulden vlies. De listige koning ontving den held niet onvriendelijk en verklaarde zich zelfs bereid om zijn wensch te vervullen, wanneer Iason een werk verrichten wilde, dat hij hem zou opdragen.

Aeëtes bezat twee vuurspuwende stietËD. met koperen hoeven, die hij eens van Ilephaestus ten geschenke onvangen had. Deze heide dieren moest Iason voor den ploeg spannen, een veld van Ares, ter grootte van vier morgen, met hen omploegen, en vervolgens daarin dlakentandeu zaaien. Cadmus had eens een deel der drakentanden te Thèbe gezaaid [zle hTz. 539), en een ander gedeelte daarvan was door Athene aan Aeëtes geschonken.

Hoe sterk en strijdlustig de held ook was, toch zou hij de moeilijke taak. hem opgedragen, bezwaarlijk volvoerd hebben, wanneer er geene hulp was komen opdagen van eenen kant, vanwaar hij die wel het allerminst had durven verwachten. Medea, de dochter van Aeëtes, die van hare moeder eene buitengewone bedrevenheid in de tooverkunst geërfd had, vatte eene gloeiende liefde voor den schoonen Iason op. Ernstig beducht, dat Iasons leven door de vuurspuwende stieren in gevaar zou gebracht worden, beloofde zij den held hare hulp om zoowel de stieren te temmen als het gulden vlies te verkrijgen, mits hij haar daarentegen onder eede verzekerde, dat hij haar eeuwig trouw blijven en haar naar Hellas meenemen zou.

Iason zwoer den gevorderden eed. Nu gaf Medea hem eene tooyerzalf. waarmede hij zijn schild, zijn zwaard, ja zijn geheele lichaam bestrijken moest, eer hij aan den arbeid toog; dan was hij gedurende een dag zoowel voor vuur als voor metaal onkwetsbaar. Ook een toQvtasteen stelde zij hem ter hand: dezen moest hij. in geval er ten gevolge van het zaaien van drakentanden gewapende mannen uit den grond opschoten, onder hen werpen, om — even als Cadmus vroeger gedaan had — een strijd onder hen te doen ontstaan.

En zóó geschiedde het. Iason zalfde zich met het toovermiddel, greep de vuurspuwende stieren aan en legde hun, in weerwil van hunnen wederstand, het juk op; gedwee gehoorzaamden zij hem, toen hij hen voor zich uil dreef en den akker van Ares omploegde. Vervolgens zaaide hij de drakentanden en toen er gewapende mannen uit de aarde opschoten, wierp hij den steen onder den talrijksten hoop. Woedend vielen zij op elkander aan en vochten zoo lang, tot niet één hunner over was.

Zoo had Iason den hem opgedragen last volvoerd, maar nog altijd weigerde Aeëtes de uitlevering van het gulden vlies. Zelfs had hij het verraderlijke plan opgevat om de Argo te verbranden en de helden te dooden. Doch ook nu verleende Medea hulp. Op een donkeren nacht bracht zij Iason bij hel gulden vlies, nadat zij den draak door hare tooverkruiden in slaap gemaakl had. Iason nam de vacht en snelde met zijne geliefde naar het schip. Het jonge broertje van Medea, Absyrtus, vergezelde hen; nog in dienzelfden nacht werden de ankers gelicht. Toen Aeëtes den volgenden morgen Medea's vlucht en het rooven van het vlies bemerkte, ging hij terstond onder zeil om hel schip te vervolgen. Reeds in de verte ontdekte Medea hem. Ten einde hem te ontkomen besloot zij haren broeder te vermoorden; het lijk sneed zij aan

Sluiten