Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verblijf aldaar werd het zoontje van den vorst van Nemea door een draak gedood. De zeven helden versloegen het monster en begroeven het kind. Om den vader eer te bewijzen, luisterden zij de begrafenis door ridderlijke wedspelen op. welke later herhaald en onder den naam van Nemeïsche spelen een nationaal feest der Grieken zijn geworden, dat op gezette tijden gevierd werd.

Van Nemea trokken de helden verder, zij kwamen voor Thebe aan en legerden zich rondom de stad. Eteocles wachtte zijne vijanden met de meeste kalmte af. Het volkrijke Thebe telde niet alleen vele voortreffelijke krijgslieden. maar het was ook omringd door sterke muren, en daar in dien tijd de belegeringskunst nog in hare allereerste beginselen was, daar men nog geene werktuigen kende, waarmee men de muren had kunnen omverwerpen, was het gevaar dat de stad bedreigde inderdaad van weinig beteekenis, wanneer hare zeven poorten maar goed bewaakt werden. Voor elk dier poorten had zich een der zeven vijandelijke veldheeren gelegerd; maar zeven der dapperste Thebanen waren met hare verdediging belast, zoodat Eteocles zich volkomen veilig achtte.

Nu en dan deden de belegerden een uitval, en trokken, wanneer de uitkomst van den strijd in hun nadeel was, ijlings in de stad terug, waar de vijand hen niet kon volgen.

De oorlog zou dus onvermijdelijk van langen duur zijn. Toch was hij voor de Thebanen altijd ee.ie bron van kwelling, want de stad was van het overige land geheel afgesloten. Om den uitslag van den strijd te weten te komen, wendde Eteocles zich tot den wijzen ziener Tiresias, die te Thebe woonde.

Tiresias was blind, maar zijn gehoor was zoo fijn, dat hij de stemmen der vogelen verstond. Hij kondigde den Thebanen de overwinning aan, mits Menoeceus, de zoon van Creon, zijn leven wilde ten offer brengen.

Oogenblikkelijk snelde Menoeceus, na deze uitspraak vernomen te hebben, de poort uit en wierp zich alleen in het midden der vijanden; spoedig vond hij in een hevigen strijd den dood, dien hij zocht. Onmiddellijk hierop werd het gevecht algemeen. Om den dood van Menoeceus te wreken stormden de Thebanen de poorten uit.

Aanvankelijk scheen het dat de onversaagde moed der Argivische helden de zegepraal wegdragen zou; zij dreven de Thebanen tot onder de muren en binnen de poorten terug. De reusachtige Capaneus achtte zich reeds zeker van de overwinning; bij greep een stormladder, plaatste die tegen den muur, en riep in zijn overmoed, dat hij Thebe zou veroveren, al was het ook tegen den wii der goden. Reeds had hij met vlugge sprongen de ladder beklommen, reeds stond hij op de kruin van den muur, — daar trof de zengende bliksemstraal van Zeus hem aan de beide slapen, en verpletterd stortte bij met de gebroken ladder naar beneden.

Ook de wonderschoone Parthenopeüs, die in zijne schitterende wapenrusting op een god geleek, werd door een ontzaggelijk rotsblok verpletterd; zijne blonde lokken werden geverfd door het roode bloed. Nu deed Adrastus uil de verte den helden het bevel toekomen om de bestorming te staken; luid stegen de jubelkreten der Thebanen over den gewonnen slag omhoog.

Aan beide zijden was een groot aantal strijders gesneuveld; beide partijen hadden zware verliezen te betreuren. De oorlog was ontbrand voor de rechten der beide broeders, Eteocles en Polynices; wanneer zij in een tweegevecht hun geschil uitmaakten, kon alle verder bloedvergieten vermeden worden: de overwinnaar zou dan zonder tegenspraak koning zijn.

De voorslag tot dit tweegevecht werd door de beide legers aangenomen. Dol van woede en vijandschap stormden de beide broeders onder de muren van Thebe op elkander los; met zooveel kracht hadden zij hun aanloop genomen, dat de een den ander wederkeerig met de speer doorboorde en beiden alzoo in den strijd omkwamen.

Wel hadden de helden van Argos zich nu kunnen terugtrekken, maarzij

Sluiten