Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

286 Bruiloft van Peleus en Thetis. De appel der tweedracht. Paris'oordeel.

scheen zij op liet feest, ja zij bracht zelfs een geschenk mede; maar het was eene hoogst noodlottige gave. Om zich te wreken over haar terugzetting wierp zij te midden der verzamelde gasten een gouden appel in de bruiloftszaal, die ten opschrift droeg: ■■Voor de schaojoste. Wie van de godinnen was de schoonste? Hera, de fiere? Pallas Athene, de blauwoogigeen machtige'1 Aphrodite, de onuitsprekelijk aanvallige? Alle drie maakten evenzeer aanspraak op dien eeretitel en ieder van haar was ook werkelijk de schoonste in hare soort.

De drie godinnen wendden zich tot Zeus en wilden dat hij beslissen zou, wie van haar de appel toekwam, De vader der goden echter, ofschoon hij een uitstekend kenner van vrouwelijke schoonheid was, meende toch "een oordeel te mogen vellen, al was het alleen om des lieven huiselijken vredes wil. Hierom beval hij Ilermes, de drie twistende godinnen naar den berg Ida Ie geleiden; daar moest de schoone herder Paris beslissen win Yan haar 11 e rujirjji _Yt'l'tli e n' I»-' ■

Toen de godinnen voor Paris verschenen, weigerde deze langen tijd een oordeel te vellen, want hij was bang dat hij twee van haar beleedigen zou. indien hij aan ééne den prijs toekende. Alle drie waren even begeerig naar het bezit van den appel. Hera beloofde aan Paris de heerschappij over°Azië, * wanneer hij haar koos; Athene zeide hem oorlogsroem en zegepralen toe; Aphrodite daarentegen spiegelde hem het bezit van de schoonste vrouw in geheel Griekenland voor.

Zonder zich lang te bedenken gaf hij den appel aan Aphrodite, wier held en lieveling hij van nu aan was.

Thans kwam er in zijn lot plotseling een geheele ommekeer. Door Aphrodite naar Troje gezonden, nam hij hier deel aan een wedstrijd, welken Priamus liet houden ter wille van Hecuba, die nog altijd haar verloren kind betreurde. Met onversaagden moed en mannelijke kracht overwon de herder de zonen des konings. Deze ontstaken hierover in toorn en wilden hem dooden, maar zijne zuster Cassandra herkende hem. Nu werd Paris ouder de zonen van Priamus opgenomen, ofschoon Cassandra dit ontried en het treuri" lot voorspelde, dat Paris over Troje brengen zou. Niemand geloofde Cassandra ofschoon zij de gave der voorzegging bezat. Door Apollo bemind en met dé gave der voorzegging toegerust, had zij dezen god eens schandelijk bedrogen liet goddelijk geschenk terug te nemen stond niet in de macht van den bedrogene, maar in zijn toorn doemde hij haar tot het rampzalig lot om altijd de waarheid te voorspellen, maar nooit door iemand gelooid te worden.

Het bezit van de schoonste vrouw was door Aphrodite aan Paris beloofd; deze schoonste van alle Grieksche vrouwen was de echtgenoot van een ander! van Menelaüs, koning van Sparta. In weerwil hiervan wist Paris haar in zijne macht te krijgen met de hulp van Aphrodite, terwijl hij de rechten der gastvriendschap misbruikte en daardoor de oorzaak van de vreeselijkste rampen voor zijn vaderland en zijn geheelen stam werd. Menelaüs was afkomstig uit het geslacht van Pelops, dat het voorwerp was van den onverzoenlijken toorn van Poseidon, sinds Pelops Myrtilus, den zoon van dezen god, vermoord had. De ééne euveldaad na de andere bezoedelde de leden van Pelops' geslacht. Twee van Pelops' zonen, Atreus en Thyestes, bestreden elkander met eene woedende vijandschap. Zij waren eerst in het gemeenschappelijk bezit van het rijk van Mycene gekomen en hadden dit verdeeld; maar spoedi" was er oneenighéid tusschen hen ontstaan en elke beleediging, welke de een den ander aandeed, werd door den beleedigde op de vreeselijkste wijs gewroken. Zoo liet Atreus op zekeren dag twee van de zonen zijns broeders°oplichten en slachten. Hij zette hen den vader, dien hij ten maaltijd genoodigd had als spijze voor en vermengde zelfs den wijn met het bloe.' der kinderen.

Gruweldaden volgden op gruweldaden. Eindelijk wreekte Aegisthus, de zoon van Thyestes, zijn vader door Atreus te vermoorden; Thyestes daarentegen werd door Agamemnon, den zoon van Atreus, gedood.

Sluiten