Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

306 De Achaeërs teruggedreven. De schepen in brand gestoken.

nieuw; aanvankelijk weifelde de kans; maar spoedig was, dank zij Hectors onvergelijkelijke dapperheid, de overwinning weer aan de zijde der Trojanen. De Achaeërs werden binnen hunne verschansing teruggedreven en hier door den vijand mei woede aangetast.

De dapperste helden der Achaeërs, Agamemnon, Odysseus, Diomedes. ontvingen zware wonden, die hunne kracht verlamden. Met elk oogenblik werd de toestand der Grieken hachelijker, de muur verleende spoedig aan het kamp geene voldoende bescherming meer; op ééne plaats werd hij neder geworpen, op eene andere plaats verpletterde Hector door het werpen van een ontzaglijk rotsblok de poort, en nu drongen de Trojancu juichend de legerplaats binnen.

In een woesten aanval dreven zij de Achaeërs naar de schepen terug; deze in brand te steken, den vijand den terugtocht af te snijden, hen tot den laatslen man te verdelgen, dat was thans hun doel en bijna scheen het, dat liet stoute plan met een gunstigen uilslag bekroond zou worden. Hoe dapper de Grieksche helden — vooral de sterke Ajax — van het dek der schepen ook vochten, hoe vele aanvallers door de speer van dezen held ook neergesloolen werden, al dichter en dichter kwamen zij den ondergang nabij,

Reeds werden er brandende fakkels aangedragen, reeds was hel den Trojanen gelukt, een der schepen in brand te steken, en nog altijd zat Achilles werkeloos in zijne tent, nog altijd nam hij geen deel aan den strijd, nog altijd gal hij den zijnen geen verlof om de wapens op te vatten.

De nederlaag zijner vrienden sneed den edelen Patroclus door de ziel. Met eigen oogen had hij gezien, zonder eenige hulp te kunnen verleenen, hoe Hector woedde. Nu kon hij zich niet langer bedwingen. Mei hartstochtelijke bewoordingen eischte hij van Achilles verlof om aan den strijd deel te nemen, al wilde de held zelf nog werkeloos blijven.

— Edelste aller Achaiërs, Achilleus, zone van Peleus,

Wees niet toornig; er trof inderdaad zulk leed de Achaiërs,

Want reeds liggen zij allen, die vroeger de dappersten waren,

Daar bij hun schepen ter neder, door stooten getroffen of speerworp.

Zend dan mij zeiven ten strijd en vergun dat het heer Myrmidonen Mee optrekke, en inocht ik een licht voor de Danaërs worden.

Gun dat ik over mijn schouders den dos uwer eigene wapens Hechte, dat wanend u zeiven te zien, de Trojanen het slagveld Ruimen en weer heraadmen de dappere zonen Achaia's,

Mat en bedrukt; hoe kort de verademing dure des oorlogs.

Lichtelijk konden wij frisch hunne schareu vermoeid van het strijdperk Dan van de schepen en tenten terug doen wijken ter stadsvest. *)

Achilles liet zich vermurwen, gaf zijne eigene wapenrusting aan zijn vriend en spoorde hem aan, toen hij zag hoe de vlammen uit de schepen begonnen uit te slaan, om de Trojanen te verdrijven, maar verbood hem, hen te vervolgen of de bestorming van Troje Ie beproeven.

In allerijl wapende Patroclus zich en besteegden strijdwagen van Achilles; de edele Mvrmidoniërs, 2500 in getal, sloten zich, tintelend van strijdlust, bij hem aan; Achilles stelde hunne bende in 'tgelid en aan hun hoofd wierp Patroclus zich op de Trojanen. Doch Achilles bleef achter, Zeus biddend, dat hij zijn vriend de overwinning zou verleenen en hem ongekwetst uit den strijd doen wederkeeren.

De krachtige en tijdige aanval der Mvrmidoniërs besliste liet gevecht; de Trojanen weken terug, zij werden uit dè nabijheid der schepen verdreven, en konden, hoe dapper zij ook vochten, binnen den muur der legerplaats geen

*) Ilias, XVIe boek, vers 21—38.

Sluiten