Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

314 Hector door Achilles geveld en zijn lijk rondom de stad gesleept.

maal zijn loop rondom de slad wilde beginnen, trad zij tot hem en spoorde hem aighstig tot den strijd aan, terwijl zij hem haar bijstand toezegde.

Hector greep moed. «Niet langer ontvlucht ik u, Achilles!" riep hij »dne maal vlood ik rondom Priamus veste, maar 1111 dringt mij mijn hart om tegenover u pal te staan, en u te dooden of zelf te vallen. Laat ons dan hij de goden zweren: ik zal u nooit smadelijk mishandelen, wanneer Zeus mij de zegepraal verleent, alleen uwe wapenrusting zal ik nemen, maar uw lichaam aan de Achaeërs teruggeven. Doe gij mij desgelijks/'

Met onheilspellende blikken antwoordde Achilles; »Spreek mij niet van een verdrag, tusschen ons is er geen overeenkomst noch verbond mogelijk j.u kunt gij mij niet meer ontkomen. Boet nu op eenmaal al de ellende' die gij over de mijnen gebracht hebt." Met deze woorden slingerde hij zijné lans tegen Hector. maar deze werd niet getroffen, want hij viel op zijne knieën en de metalen werpspies vloog over hem heen in den grond. Athene, die achter hem stond, greep de speer en gaf die. zonder dat Hector het bemerkte aan Achilles terug. '

»Dat was ver mis!" juichte Hector en wierp zijne speer met kracht te^en zijn vijand; hij raakte bet schild van Achilles; maar dit was door Hephaeslus ondoordringbaar gemaakt, de speer sprong terug.

Hector stond wel verbaasd, maar niet ontmoedigd; hij riep Deïphobus om hem een andere speer toe te reiken. Hij ontving geen antwoord, entoen hij omzag en bemerkte dat hij alleen was. begreep bij dat Athene hem bedrogen had, en dat zijn dood nabij was. Toch ontweek hij den strijd niet Hii rukte het zwaard van zijne heup, en wierp zich op Achilles; maar deze doorboorde zijn hals met de speer en wierp hem op den grond.

Slechts met moeite nog ademhalende smeekte Hector hem- «Bij uw leven; bij uwe ouderen bezweer ik u, laat mij niet door de bonden der Achaeers verscheuren, neem de kostbare geschenken, die mijn vader u aanbieden zal en zend mijn lijk naar Troje. opdat de mannen en vrouwen mijns volks mij in mijne vaderstad de eer der verbranding mogen verleenen."

— Neen, hond, zoek bij mijn knieën en ouders mij niet te bezweren,

Want zoo zeker de toorn en de woede mij drijft om aan stukken

Rauw te verslinden uw vleesch, om de smart die uw daad mij gebracht heeft

Zal er gems geen enkele uw hoofd voor de honden beschermen,

Zelfs al mochten zij tien, ja twintigvoudigen losprijs

Herwaarts brengen en noch veel heerlijker giften beloven,

Ja, al mocht hij mij dringen aan goud uw gewicht mij te geven,

Priamos Dardanos' zoon, toch zon uwe achtbare moeder

Niet op de sponde u leggen, den zoon dien zij baarde beweenend,

Maar gansch zullen de honden en roovende vogels u vreten. *)

Achilles had gezegepraald. Hij onldeed bet bloedig lichaam van de wapenrusting en legde die op zijn strijdwagen. Nu stroomden van alle zijden de Achaeers toe 0111 den gesneuvelde, die zoolang hun schrik geweest was van naderbij te aanschouwen. Hoe bewonderden zij den scboonen lichaamsbouw en de gespierde leden. Nu waren zij niet bang meer voor Hector! Spottend riepen sommigen, terwijl zij de stalen spieren betastten: «waarlijk, Hector is nu zachter om te voelen dan vroeger, toen bij de schepen in brand stak "

De haat van Achilles was inet den dood zijns vijands niet gestorven- hii verminkte het lijk. Hij bond het met de voeten aan zijn strijdwagen en sleepte het. terwijl bij zijne paarden tot een woesten ren aanspoorde, in wilde vaart rondom de muren van Troje.

Priamus en Hecuba, Hectors jammerende ouders, en Andromache ziine leederminnende vrouw, moesten van den muur af het aanzien, hoe Achilles

*) Ilias, XXIIe boek, vers 345—354.

Sluiten