Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De uitvaart van Patroclus ten einde gebracht.

Na afloop van den maaltijd strekte Achilles zich tusschen de zijnen aan het zeestrand uit. Spoedig was hij door een zoeten slaap bevangen. Nu verscheen hem de schim van den jammerenden Patroclus, in zijne uitwendige gedaante geheel den levende gelijk. «Slaapt gij, o Achilles. gedenkt gij mijner met meer.'' zoo sprak de schim den slapende toe. «Geef mij een graf, opdat ik in den Hades kunne nederdalen; de schimmen drijven mij weg; niet eerder mag ik den stroom oversteken, rusteloos moet ik ronddwalen, totdat mijn lijk verbrand is. Ook u. goddelijke Achilles, zal het noodlot spoedig den dood aanbrengen, laat dan uw gebeente bij het mijne rusten; een en dezelfde urn, de gouden vaas, door uwe goddelijke moeder u eens geschonken bevatte ons beider ascli!'

«Gaarne zweer ik u. riep Achilles, «dat ik dit alles volbrengen en u gehoorzamen zal. zooals gij het beveelt. Maar treed nu nader en laat mij u omarmen. Met deze woorden strekte hij vol verlangen de armen uit, maar vergeefs; als een damp verdween de schim en ontroerd stond Achilles op.

l)en volgenden morgen begaven de Achaeërs zich op Agamemnons bevel in het nabij gelegen woud; daar velden zij boomen en voerden die op muildieren naar het zeestrand om daar een brandstapel van reusachtigen omvang op te richten, waarop het lijk van Patroclus verbrand zou worden.

In pleclitigen optocht droegen de Mynnidoniërs den doode aan; vooraan gingen de strijdwagens, vervolgens kwam het voetvolk, in welks midden de baat gediagen werd, overdekt met haarlokken, welke de vrienden zich afgesneden hadden, om die den gestorvene op den brandstapel mee te geven.

Achilles zelf had, eer hij naar Troje trok. den stroomgod Spercheus belootd, hem zijne sierlijke lokken te wijden, wanneer hij gelukkig wederkeerde, thans echter wist'hij, dat hij zijn vaderland niet weer zou zien en dus zijne belotte met behoefde te vervullen. Met eigen hand sneed hij zijne bruine lokken at en legde die 111 de handen van zijn vriend.

Een groote volksmenigte was uit de geheele legerplaats samengestroomd, om getuige te zijn van de plechtige uitvaart. Agamemnon dreef de nieuwsgierigen op Achilles bede terug; slechts zij, die de uitvaart verrichtten, mochten blijven. Zij bouwden een houtmijt van 100 vt. in het vierkant; daar boven op legden zij het lijk, door een groot aantal gemeste schapen en vette ossen omringd. Het beste gedeelte van het vet sneed Achilles uit het lichaam dezer dieren en bedekte daarmede zijn vriend van liet hoofd tot de voeten. Ook kruiken vol honig en wijn werden geplaatst tegen het bed, waarop de doode lustte. \ ier prachtige paarden en twee lievelingshonden van Patroclus werden door den held geslacht en insgelijks op den brandstapel gelegd. Eindelijk werden ook de lijken van twaalf Trojaansche jongelingen, welke Achilles als otters aan de schim van zijn vriend gewijd bad, aan de houtmijt toevertronwd.

Nadat- het oll'er alzoo volbracht was, riep Achilles: «Verheug u, held Patroclus, thans is alles verricht wat ik u beloofd heb; de twaalf zonen der edelste Trojanen worden met u door den gloed verteerd. Hector alleen zal geen prooi der vlammen zijn. maar de honden zullen hem verscheuren."

Aan het zeestrand had Achilles het lijk van Hector op het zand geworpen, maai de goden beschermden het. Aphrodite joeg de honden weg en zalfde het lichaam met balsem van Ambrosia, die een liefelijken rozengeur verspreidde; Apollo omringde het met eene donkere wolk, opdat de invloed der zonnehitte bet niet tot ontbinding zou doen overgaan.

De houtmijt was aangestoken; toch kronkelde de vlam niet omhoog, want het groene hout wilde niet branden. Nu riep Achilles de winden Boreas en Zephyrus aan en beloofde hun rijke offeranden; hij plengde hun wijn uit een gouden beker en smeekte hun, krachtig te waaien, opdat de doode door den blakerenden gloed verteerd mocht worden. Op zijn gebed verhieven zich de winden, zij kwamen over de zee aangieren en met kracht stegen de vlammen omhoog; den geheelen nacht door bleef de houtmijt branden,

Sluiten