Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERTIGSTE HOOFDSTUK.

Odysseus bij den koning der Phaeiiciërs. Wedspelen. Het lied van Demodocus. Het verhaal van Odysseus. De Ciconen. üe Lotophagen. l)e Cyclopen. Odysseus bij Polyphemus. De zak door Aeölus geschonken. De Laestrygonen. De tooveres Circe Odysseus in de onderwereld. De Syrenen Scylla en Charybdis. De runderen van den zonnegod. Odysseus keert van Scheria naar Ithaca terug. Odysseus en Athene Eumaeiis, de zwijnenhoeder. Terugkomst vau Telemachus. Vader en zoon. Melanthius. Odysseus als bedelaar in zijn eigen paleis. Het drinkgelach der vrijers Het gevecht met den bedelaar Irus. Penelope en de minnaars. De boog van Odysseus. Zijn strijd tegen de vrijers. Melanthius en de ontrouwe dienstmaagden gestraft. Penelope en Odysseus hereenigd. De laatste strijd. Slot der Odyssee

Onder bescherming van Athene kwam Odysseus gelukkig in de stad en nel paleis van Alcinoüs, den koning der Phaeaciërs, aan, nadat hij onderweg ue schoone haven, het groot aantal schepen en de hooge muren der stad had bewonderd. In de schoone zaal van het prachtig paleis met zijne gouden poort, zijne zilveren deurposten en zijne metalen dorpels, hield de koning met de aanzienlijksten der Phaeaciërs juist een feestmaal, waarbij zij drankotters brachten aan Hermes, den beschermer der kooplieden. Odysseus wierp zich aan de voeten van Arete, de blankarmige koningin, omvatte smeekend nare knieën en bad haar in treilende bewoordingen den schipbreukeling behulpzaam te zijn, om naar zijn vaderland terug te keeren.

, a 'le' uiten van die bede ging hij, als een bedelaar, bij den haard 111 de asch zitten.

Op aansporing van een der oudsten onder de aanzienlijken nam de koning den vreemdeling bij de hand, zette hem op de eereplaats door zijn eigen zoon hiertoe ontruimd, en liet hem vorstelijk onthalen.

Den volgenden morgen werd in eene volksvergadering bepaald, dat er een schip gebouwd en met twee en vijftig jongelingen bemand zou worden, om den vreemdeling; wiens gelaat door Athene met een hoogeren glans omstraald werd, naar zijn vaderland terug te voeren. De volksvergadering werd door een maaltijd, deze weer door wedspelen achtervolgd, waarbij de onbekende gast zulk eene bedrevenheid in het werpen met de schijf ten toon spreidde, dat hij door allen met eeregeschenken overladen werd. Met een dans, door schoone jongelingen uitgevoerd en een lied van den blinden zangei Demodocus, die de liefdesgeschiedenis van Ares en Aphrodite bezong, werden de plechtigheden van dezen dag besloten.

Des avonds had de koning het gastmaal in zijn paleis laten bereiden. V\ edei zong Demodocus; nu maakten de daden der Achaeërs in den 1 rojaanschen oorlog het onderwerp zijner zangen uit. Hij verhaalde van het houten paard, van de verovering der stad, van den roem van den heldhaftigen Odysseus. Deze werd door die woorden zoo hevig aangedaan, dat hij

Sluiten