Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verhouding van de koloniën tot het moederland. Volkplantingen. 35:j

Tusschen het moederland en de koloniën bleef de innigste betrekkin» !„■ staan, en deze betrekking was van zeer vriendschappelijken aard, dewijl /ij door gehechtheid aan het vaderland en door eenheid van zeden en godsdienst in het leven was geroepen, De vaderlandsche godsdienstige feesten werden ook m den vreemde gevierd. Zelfs de verst verwijderde koloniën vaardigden hï ptzantschappen af 0111 aan het voornaamste feest der moederstad deel te nemen Van staatkundige afhankelijkheid daarentegen treilen wij slechts hoogst zelden eenige sporen aan. e " "

De meeste koloniën ontwikkelden zich vrij en onbelemmerd en bereikten daardoor spoedig een hoogen trap van bloei. Grieksche kunst en wetenschai, werden voornamelijk in de steden aan de kust van Klein-Azië met vaak ver rassenden uitslag beoefend, en ook hierdoor hebben de koloniën op de ontwikkelin» \an het vasteland een kraclitigen invloed uitgeoefend. Wij moeten derhalve onzen lezers hier een overzicht van de aanzienlijkste Grieksche koloniën «even en beginnen met Klein-Azië.

De westelijke kust van dit schiereiland was de plaats, waar de Hellenen bij voorkeur volkplantingen plachten te stichten; Aeöliers, Ioniërs en Doriërs waren er evenzeer op uit hier nieuwe koloniën te vestigen. De kusten van Mysie, Lydie en Carië werden in zoo dichten getale daarmede bedekt, dat de landstreken door de Grieken ingenomen, naar de stammen welke zich daar hadden neergezet, de namen Aëolis, Ionië en Doris ontvingen.

Aëolis omvatte een deel der westkust van Mysië, Ionië een deel der I vdische kust. Dons het westen van Carië. Ook de nabij de kusten «eleften eilanden waren onder de Grieksche benamingen der landschappen begrepen

Van de Aeolische kolomen waren op het vasteland de belangrijkste Cvme en Smyrna, onder de op eilanden gevestigde volkplantingen stond Mytilene op Lesbos bovenaan. J 1

Tot een nog hooger trap van aanzien verhieven zich de Ionische koloniën welke voornamelijk door de verdreven Ioniërs na de Dorische volksverhuizing gesticht werdem Van de twaalf Ionische volkplantingen noemen wij Milete" bphesus, Phocaëa, Colophon, Teos en de steden Samos en Chios op de eilanden van dien naam. r

ii. ^ meeste Ionische steden bereikten spoedig een hoogen trap van bloei • zulk een levendig handelsverkeer ontwikkelde zich binnen hare muren dat zij tot het stichten van nieuwe koloniën konden overgaan. Bijzonder werkzaam betoonde zich in dit opzicht Milete, dat langzamerhand meer dan zeventi» nieuwe volkplantingen in het leven riep. Van «Ie Dorische steden noemen wn ntiodus op het eiland van dien naam. Halicarnassus, Cnidus en Cos. Al deze steden werden gesticht, zonder dat de Hellenen gevechten van eenig belang met de inwoners hadden te leveren; met uitzondering van de Cariërs, die van den zeeroof leefden, waren de oorspronkelijke bewoners van Klein-Azië vrij onverschillig omtrent het verkeer ter zee. Te eerder dulden zij die Grieksche nederzettingen aan hunne kusten, dewijl de vreemdelingen er niet aan dachten in het binnenland door te dringen, maar zich met den naasten omtrek hunner steden vergenoegden.

Van al de Grieksche steden aan de kust van Klein-Azië was Milete de belangrijkste, zoowel door haar uitgebreiden handel en hare bloeiende nijverheid als — gelijk we boven reeds opmerkten — door het groot aantal koloniën, die door hare burgers waren gesticht. Milete heeft ook een niet onbelangrijken invloed op de geestelijke ontwikkeling van het Grieksche volk uitgeoefend want reeds vroegtijdig begon men in deze stad, waar een krachtig ontwikkeld geestesleven aangetroffen werd, kunsten en wetenschappen te beoefenen l Dates en AnaXimander waren uit Milete afkomstig. Ook een nabij de stad gelegen orakel was zeer beroemd.

Bij deze koloniën, aan de westkust van Klein-Azië gesticht, stonden de volkplantingen aan de noordkust, aan den Pontus Euxinus (de Zwarte zee)

STRF.CKFUSS. I. 23

Sluiten