Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het orakel van Apollo te Delphi. 359

Deze voorstelling hadden alle Grieken gemeen en hierdoor wisten zij op godsdienstig gebied te verwezenlijken wat zij op staatkundig gebied niet tot stand konden brengen: de aaneensluiting van het gelieele volk. Hier schiepen zij een vereenigingspunt van alle stammen zonder onderscheid, van waar de bevelen der godheid tot de verst verwijderde koloniën overgebracht werden en hetwelk daardoor voor den beoefenaar der geschiedenis van liet hoogste belang is geworden, namelijk het reeds dikwijls vermelde orakel van Apollo te Delphi.

Ten noorden van den Corinthischen zeeboezem verheft zich liet Parnassusgebergte. Steil rijzen zijne rotswanden omhoog uit het dal van eene kleine rivier, die langs zijn zuidelijken voet stroomt en in de golf van Corinthe uitloopt. Ongeveer 2000 voet boven de oppervlakte van dezen stroom verheffen twee hooge wanden van kalksteen zich boven een terrasvormig bergvlak, waarover drie beken ruischend haar weg naar hel dal zoeken; ééne daarvan is de Castalische bron, die uit de spleet der beide kalkwanden ontspringt. Ten westen van deze bron opent zich in eene eenzame, sombere en indrukwekkende bergstreek, op eene plaats die men bijna met den naam van grot zou kunnen bestempelen, een smalle kloof, waaruit donkere, bedwelmende dampen opstijgen. Hier slaat de tempel van Apollo.

Phytho, d. i. vraagplaats, werd deze heilige plek genoemd, want reeds in het begin der negende eeuw v. C. was aan het heiligdom een orakel verbonden; Apollo, de god van het licht dat de duisternis verdrijft, was ook een waarzeggende god.

Een oud Grieksch gedicht verhaalt: »Na het dooden van den draak (zie blz. 252) zag Apollo om naar dienaars, die hem offeranden brengen en zijne uitspraken verkondigen zouden. Juist kwam een snelvarend schip op de zee aanzeilen, dat met Cretensers bemand was; deze koos Apollo tot zijne dienaars. Di de gedaante van een dolfijn wierp de god zich op het schip en dreef hel naar het strand. Hier sprong hij uit het vaartuig, nam de gedaante van een schoonen jongeling aan én gebood den Cretensers, hem naar zijn tempel te volgen. Op hunne vraag, waarvan zij leven zouden, dewijl de rots loch geene druiven voortbracht en zij nergens velden zagen, die zij bebouwen konden, antwoordde Apollo glimlachend, dat ieder van hen slechts zijn nies moest nemen om schapen te slachten, dan zou alles hun van zelf in overvloed geworden. Dit woord werd bewaarheid. De bewakers van den tempel — hetzij deze de afstammelingen der door Apollo zelf naar die plaats gevoerde Cretensers, of de oude bewoners van het land waren — behoefden niet te zaaien om te oogsten, geen vee te fokken om te slachten, geen handel te drijven oin l ijk te worden. Het vroom geloof hunner stamgenooten verschafte hun rijkdom in overvloed, want het orakel te Delphi werd als liet onbedriegelijkste der wereld beschouwd.

In de oude tempelstad, bij liet orakel gesticht, regeerde een machtige adelstand, die uit zijn midden een lichaam van vijf mannen voor hun gelieele leven verkoos, welke heiligen genaamd werden. Zij moesten tot de oudste familiën der stad behooren, waren met het toezicht en de leiding van hel orakel belast en verkozen op hunne beurt niet alleen de priesters en profeten des tempels, maar ook de Pylliia, de jonkvrouw, die in naam der godheid de uitspraken van het orakel verkondigde. Zij moest van eene eerbare Delphische familie afstammen en de gelofte van strenge kuischheid afleggen. Tot haar dood leefde zij stil en afgezonderd in den tempel.

In ouden tijd sprak de god slechts eens in het jaar, op den zevenden dag der lentemaand, d. i. ongeveer ten tijde van de lentenacht-evening. Later, toen men zich uit alle streken van Griekenland om inlichting tot liet orakel wendde, sprak de godheid op den zevenden dag van elke maand en ook wel meermalen, wanneer de teekenen gunstig waren.

Wie den god ondervragen wilde, moest zich hiertoe eenige dagen lang door reinigingen met het water der Castalische bron voorbereiden; vervolgens

Sluiten