Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

38i)

Aan een prachtig koninklijk hof hebben wij daarbij wel niet te denken; de koningen woonden in een oud huis te Sparta, welks eenvoud voor dé overige Grieken eene oorzaak van groote verwondering was. Zij waren dagelijks omringd door de vier priesters en dooi' de onderbevelhebbers des legers, die zij zeil hadden aangesteld.

De koninklijke waardigheid was erfelijk in de beide koningsgeslachten der Agiden en Enrypontiden; do vader werd opgevolgd door dengeen zijner zonen, die het eerst na zijne troonsbestijging geboren was, maar alleen, zoo hij van eene Spartaansche moeder afstamde. Bij ontstentenis van zulk een zoon waren de naaste mannelijke bloedverwanten tot de troonopvolging gerechtigd.

De koningen ontvingen zoovele eerbewijzen, als de Spartanen ooit aan eenig mensch ter wereld konden schenken. De troonsbestijging van een koning werd met groote openbare volksfeesten gevierd; sliert" een konin", dan snelden ruiters het gansche land door. om de treurmare te verkondigen. De vrouwen trokken door de straten en sloegen op bekkens, het volk hulde zich in rouwkleederen en ook de Perioeken en Heloten moesten, hetzij gewillig hetzij gedwongen, aan dat rouwbetoon deelnemen en zich op den dag der begrafenis naar Sparta begeven. Zij sloegen zich voor het voorhoofd onder weeklachten en rouwmisbaar. De gestorvene werd als de beste en edelste der menschen geprezen. Gedurende den rouwtijd, die tien da"en duurde, was het niet geoorloofd, staatszaken te behandelen. De marktplaats was met kaf bestrooid en drie dagen lang geheel gesloten,

Door zulke eerbewijzen moesten de koningen schadeloos gesteld worden voor liet verlies van hunne werkelijke macht, die geheel in handen der Gerusia overgegaan was, Acht en twintig voor hun leven gekozen grijsaards, die ten minste den leeftijd van 60 jaar moesten bereikt hebben, maakten met de beide koningen den raad der oudsten uit. De leden van dien raad, de geranten, werden door den Spartaanschen adel bij acclamatie gekozen. De candidaten. die naar dit ambt dongen (en zij waren er altijd in <*rooten getale, dewijl liet de hoogste eerzucht der grijsaards was, in de Gerusia zitting te nemen) moesten loten om de volgorde, waarin over hen gestemd zou worden. Achtereenvolgens gingen zij, in de door het lot bepaalde orde, door de vergadering der adellijken rond; bij elk hunner hieven zijne vrienden, ol degenen, die hen waardig achtten om het gewichtig ambt van gerant te' bekleeden, een luid geschreeuw aan; eenige onpartijdigen moesten beslissen, bij welke der candidaten het geschreeuw het doordringendst en krachtigst was geweest, en opdat zij dit werkelijk zonder partijdigheid doen zouden, werden zij zoo geplaatst, dat zij de candidaten niet konden zien en hen dus alleen aan liet volgnummer wisten te onderscheiden. Hij, die met het krachtigst geschreeuw begroet werd, was verkozen.

Aan de Gerusia was het gelieele bestuur van den staat opgedragen: zij vormde het hoogste gerechtshof voor alle strafzaken; alle openbare aangelegenheden werden door haar besproken en beslist; in sommige bijzonder belangrijke gevallen was zij echter van de toestemming der volksvergadering afhankelijk.

leder Spartaan, d. i. ieder man van adellijke geboorte, die zijn dertigste jaai volbracht had, bezat het recht om in de volksvergadering mede te stemmen; elke maand, met volle maan, werd er eene volksvergadering behouden, die door de koningen als voorzitters geleid werd. Alle gewichtige staatszaken moesten door de koningen en de geranten aan de vergadering worden voorgedragen; de gronden voor en tegen werden door hen, die de zaak voordroegen, bloot gelegd; de leden der vergadering mochten niet meespreken; evenmin was het aan iemand vergund een voorstel te doen of de voorstellen der geranten te berispen. Het aannemen of verwerpen van de voorstellen geschiedde, evenals het kiezen van de geranten, bij acclamatie. Alleen dan, wanneer men op die wijze niet met zekerheid kon uitmaken,

Sluiten