Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Openbare oefeningen van knapen en meisjes. De vrouwen. 389

mannen antwoordden: «Wij zijn het; lif l»t gij lust, zoo neemt er de proef van. Dan hernam het koor der knapen: «Maar wij zullen eens nog veel sterker zijn."

De opvoeding der jeugd was in de schatting van den staat zóó gewichtig, dat elke Spartaan verplicht was om daaraan deel Ie nemen. Iedere grijsaard, iedere man was de onderwijzer van eiken jongeling, van eiken knaap. De jongelingen waren verplicht voor de grijsaards en mannen op te staan, te zwijgen wanneer deze spraken. Voerden de knapen en zelfs de jongelingen hel hoogste woord, of gedroegen zij zich onbescheiden, dan hadden mannen en grijsaards het recht hen op de openbare straat en op de oefeningsplaatsen niet alleen met woorden, maar zelfs met stokslagen terecht te zetten.

Weinig minder streng dan de opvoeding der knapen was die, welke de meisjes ontvingen; ook voor haar droeg de staal zorg. De meisjes moesten zich even goed als de jongens aanhoudend oefenen in het loopen, worstelen en springen, in het werpen met de speer en met de schijf, zij moesten even als de knapen leeren dansen. Slechts krachtige vrouwen konden de moeders van gezonde en krachtige kinderen worden en dit was in hun oog de hoogste bestemming der vrouw.

De meisjes droegen, evenals de knapen beneden de twaalf jaren, wollen hemden; bij de gymnastische oefeningen was er aan dit hemd een split langs het been aangebracht. Jongelingen en maagden hielden dikwijls gemeenschappelijke oefeningen; op de feesten dansten en zongen zij naast elkaar; bij de openbare uitvoeringen speelden de jongelingen de rol van toeschouwers bij de oefening der meisjes, gelijk deze dit op hare beurt bij de oefeningen der jongelingen deden. De wederzijdsche loftuitingen prikkelden de eerzucht.

De Spartaansche jonkvrouwen waren gewoon zich in het openbaar te vertoonen; zij groeiden op tot welgebouwde, krachtige vrouwen, niet tot tengere schoonheden, want met nare half naakte, door de zon gebruinde leden en met hare sterk ontwikkelde spieren hadden zij meer het uiterlijk van mannen dan van vrouwen.

Toch waren zij schoon, dat erkenden alle Grieken; zoo laat Aristophanes eene Atheensche tot eene Spartaansche zeggen: «hoe schoon zijt gij, hoe frisch is uwe huid, gij zoudt wel een stier kunnen worgen."

Wanneer eene Spartaansche vrouw in den echt trad, verstond zij zeer goed de kunst om haar huis te regeeren; voortaan vertoonde zij zich slechts gesluierd in het openbaar; hare kleeding was eenvoudig, zonder den minsten opschik. Van kindsbeen af voor het openbare leven groot gebracht, gevoelden de Spartaansche vrouwen zich bijna even goed leden van het staatslichaam als de mannen. Vrijmoedig oordeelden zij over openbare aangelegenheden, onverholen spraken zij hare meening uit en in menig kommervol tijdsgewricht moest haar krachtig woord de mannen tot den strijd aanmoedigen. Op zulk een deelnemen aan de staatszaken was de door de Lycurgische wetgeving voorgeschreven opvoeding der meisjes aangelegd; hel was niet haar doel, teedere moeders en liefhebbende echtgenooten te vormen, die het leven harer mannen veraangenaamden; het huiselijk leven kenden zij niet; het huwelijk was slechts eene instelling tot voortplanting van het adellijk ras, een middel om sterke kinderen te verwekken.

Derhalve schreef de wet ook voor, dat het ras zuiver moest worden gehouden, dal geen edele er aan denken mocht, eene buitenlandsche vrouw of zelfs eene dochter der Perioeken en Heloten ten huwelijk te nemen. De staat had burgers noodig, derhalve was het huwelijk eene onomstootelijke verplichting voor een ieder, die een adellijk goed bezat. Oude vrijers werden met minachting aangezien, ja zelfs openlijk beschimpt en van een deel hunner burgerrechten beroofd; de jongelingen behoefden voor hen niet op te staan, noch hen in het algemeen eenige eer te bewijzen. Op zekere feesten was het den vrouwen geoorloofd, de oude vrijers rondom het altaar Ie sleepen en hen te mishandelen.

Sluiten