Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

390

Het huwelijk was eene staatsinstelling even als elke andere; dientengevolge bepaalde de wet ook straffen voor hen, die ongepaste huwelijken aangingen. Eens werd een koning door de ephoren gestraft? omdat hij eene te kleine vrouw gehuwd had, die hem slechts kleine kinderen schenken kon.

Huwelijkstrouw was bij hen geen plicht der zedelijkheid. Jongere broeders, die geen eigen huisgezin konden vormen en met den ouderen broeder van de opbrengst der goederen van den laatste leefden, hadden zelfs het recht om hunne schoonzuster als hunne eigene vrouw te beschouwen. Kinderloosheid ontbond altijd de echtverbintenis,'wanneer de man niet verkoos eene tweede of derde vrouw bij de eerste te nemen.

Dewijl de jonge mannen tot hun dertigste jaar in de opvoedingshuizen bleven, konden zij tot op dien leeftijd geene huishouding oprichten. Het was hun echter wel geoorloofd, een meisje, waarop zij verliefd waren, heimelijk te schaken en naar het huis van een bloedverwant te brengen, waar de ontvoerde mannenkleeren aantrekken moest. Hier leefde de jongeling met zijne geliefde tot aan het tijdstip zijner mondigverklaring, slechts gedurende die oogenblikken te zamen, waarin hij zich uit de kazerne verwijderen mocht. Dit schaken van meisjes werd door den staat wel begunstigd, maar eerst wanneer de jongeling de kazerne verliet en een eigen huisgezin vormde, nam hij zijne vrouw in zijne woning mede en nu eerst werd zij openlijk als zijne echtgenoot erkend.

In een vluchtig overzicht hebben wij onzen lezers de wetten en instellingen geschetst, die aan Lycurgus worden toegeschreven, doch die grootendeels eerst in een later tijdperk ontstaan zijn. Van de levensgeschiedenis van den beroemden wetgever, nadat hij zijn groot werk volbracht had, weten wij even weinig inet zekerheid als van zijne vroegere levensdagen. Dit alleen is bekend, dat Lycurgus met koning Iphitus van Elis het reeds vermeld verdrag omtrent de deelneming der Spartanen aan de Olympische spelen gesloten heeft (zie blz. 362). De woorden van dit verdrag werden in rondloopend schrift gegraveerd op een metalen werpschijf, gelijk die bij de wedspelen gebruikt werd. Deze schijf, waarop men de namen van Lycurgus en van Iphitus las, werd door de ouden zorgvuldig bewaard. Het was het doel van Lycurgus' streven zijne wetten zoo duurzaam mogelijk te maken. Hierom besloot hij, toen hij zijne taak volbracht had, naar Delphi te reizen om nog eens het orakel te raadplegen. Voor zijn vertrek echter liet hij de burgers zweren, dat zij geene verandering in zijne wetten zouden maken, zoolang hij niet teruggekeerd was.

De Delphische god antwoordde hem op zijne vraag, dat Sparta groot en beroemd zou worden, wanneer het de Lycurgische wetten in eere hield. Deze uitspraak deelde de wetgever schriftelijk aan zijn volk mee. Doch hij zelf keerde nooit naar Sparta terug, opdat de Spartaansche adel, door zijn eed gebonden, geene verandering in de wetten zou kunnen maken.

Men verhaalt, dat hij zich zelf vrijwillig van het leven beroofd heeft, door zich alle voedsel te onthouden. Omtrent de plaats van zijn sterven bezitten wij niets dan tegenstrijdige berichten; volgens een dier verhalen is hij op Creta gestorven, nadat hij vooraf zijnen vrienden bevolen had, zijn lijk te verbranden. Opdat niet de burgers zich te eeniger tijd van hun eed ontslagen zouden kunnen rekenen, wanneer ooit zijn gebeente naar Sparta teruggebracht werd, moest de ascli in zee worden geworpen.

De Spartanen, die zich, ten gevolge der wetgeving van Lycurgus, tot een groot en machtig volk ontwikkelden, hielden den grondlegger van hunne staatsinstellingen in dankbaar aandenken; jaarlijks brachten zij hem plechtige offeranden en in den tempel van Artemis richtten zij hem een gedenkteeken op.

Sluiten