Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

404 Salamis verloren. Treurige toestand van Attica. Solon.

Met zijne vloot veroverde hij liet eiland Salamis, hetwelk den Atheners toebehoorde en dat dp haven der stad geheel beheerschte; de akkers werden door hem onder Megarische volkplanters verdeeld.

Vergeefs beproefde de Attische adel de herovering van Salamis; een langdurige oorlog kwam hem op zware verliezen te staan. De heerschzuchtige adel van Attica betoonde zich even onbekwaam in het behandelen der wapenen en even lafhartig in den strijd als hij zich wreed en onrechtvaardig jegens de burgers en landbouwers gedroeg. Eindelijk nam hij zelfs het schandelijk besluit om alle pogingen tot herovering van Salamis voor goed op te geven. Met den dood werd een ieder bedreigd, die het waagde, een voorstel tot herovering van het verloren eiland in te dienen.

Zoo had dan de adel van Athene den smaad op zich geladen, dat hij boog voor de overmacht van een kleinen naburigen staat; hij had het eiland, dat de haven van Athene versperde, ja den handel en de scheepvaart der stad geheel vernietigen kon. prijs gegeven en daardoor aan een groot deel des volks zware verliezen berokkend. De burgers leden onder het stilstaan van den handel, een deel der landbewoners daardoor, dat zij niet meer veilig op de vischvangst konden uitgaan.

De verarming, welke reeds vroeger zoowel onder de inwoners der stad als onder de boeren ontstaan en langzamerhand toegenomen was, werd met eiken dag grooter. De adel alleen trok voordeel uit het ongeluk des volks. Tot hem moesten allen, die niet meer in hun onderhoud konden voorzien, de toevlucht nemen, ten einde het noodige geld van hem te leenen; en in deze drukkende lijden gedroeg hij zich hebzuchtiger en hardvochtiger dan ooit. De harde wetten ten aanzien van de schulden werden met meedoogenlooze gestrengheid ten uitvoer gelegd. Op de meeste aan boeren toebehoorende akkers verrezen de steenen zuilen, waarin de namen der schuldeischers gegrift waren, en die toen in de plaats onzer tegenwoordige hypotheekbewijzen gebruikt werden. De buitensporig liooge renten verhoogden de schulden der landbouwers met eiken dag; spoedig werden de verschuldigde geldsommen zoo groot, dat zij voor geene betaling meer vatbaar waren. In dat geval wezen de gerechtshoven den eigendom van den boer aan den edelman toe en de eerste mocht nog van geluk spreken, wanneer hem vergund werd als daglooner op zijne voormalige bezitting te blijven wonen en zijn onderhoud te koopen, door het alstaan van vijf zesden van den oogst. Nog erger waren de handwerkslieden en matrozen in de steden er aan toe; want deze moesten voor de zekerheid der teruggave van de geleende sommen hunne vrijheid verpanden. Waren zij niet bij machte het geleende terug te betalen, dan moesten zij hunne kinderen als slaven verkoopen; was de op deze wijze verkregen som nog niet voldoende, dan werden zij zelf slaven der edelen en konden zij door dezen in den vreemde worden verkocht.

Zulk een toestand moest het volk wel tot vertwijfeling brengen; vele handwerkslieden en landbouwers vluchtten uit Attica om de slavernij te ontgaan; anderen daarentegen grepen naar de wapenen en toonden zich bereid den strijd met den adel aan te gaan, want zulk eene onderdrukking konden zij niet langer verduren. Zij zagen om naar een dapperen aanvoerder, die zich aan hun hoofd plaatsen en zieh van de alleenheerschappij meester maken kon.

De staat scheen zijn ondergang nabij. In die omstandigheden gelukte het een lid van den Attischen adel, zijne stamgenooten uit het dreigend gevaar te redden, door partij te trekken voor het onderdrukte volk en den adel te dwingen afstand te doen van een deel zijner voorrechten, waardoor hij zich bij het volk het meest gehaat had gemaakt.

Solon behoorde tot liet oude Attische koningsgeslacht: hij was een afstammeling van Codrus. In het jaar 639 v. C. geboren, doorleefde hij als knaap een hoogst treurig tijdperk van algemeene ellende. Van zijne vroegste kindsheid af bezielde hem eene onleschbare begeerte naar kennis, die hem tot het

Sluiten